woensdag 28 december 2011

Tourette

Hij schrijft niet meer. Uit zijn pen kwamen alleen nog woorden als stront, kont, kut en kit. Wilde hij het professoraat bezingen van meneer Peereboom -taart-. De vogel op de rand van de goot -trut-. Het kind met bloedende knie -gort-. De betweter door wie alles goedkomt - hals-. Geteisterd werd hij door een ingang die een uitgang wilde zijn. Een aarsmond. En om dit geouwehoer de kop in te drukken gooide hij zijn bovenanus vol met stoere drank op de schouders geslagen door collega-mafketels.
Als hij rond 4 uur naar huis strompelde was er nog 1 woord dat erin paste -FEBO-.
Hij zou beter in de Amstel kukelen. -zorg- -vliedt-

vrijdag 9 december 2011

Branie

Met hoofdpijn stond hij op, de oude man. Sloffen en badjas aan. Nespresso aan. De storm had de hele nacht geraasd. Alsof de hele straat de hele nacht bezig was met kliko's te verplaatsen. Plastikken wielen op straatklinkers echoënd in de klankkast van lege vuilnisbakken. Op het schoolplein waren de kinderen als idioten aan het schreeuwen. Zo schreeuwden wij vroeger niet. Wij schreeuwden beschaafd. Wij deden spelletjes. Deze kinderen hebben een fixatie op elkaar. Alsof ze elkaar naar het leven staan. Misschien moet dat wel. Moeten ze oefenen om te overleven.
De hoofdpijn zat als een breinaald in zijn nek en kwam er bij zijn rechteroog weer uit.
Alka Seltzer dan maar. Hij staarde als een kind in het glas. Zo gaat het met mij ook. Nog even en ik ben opgelost. Zo oud als hij was had hij altijd zijn lichtzinnigheid vastgehouden. Lichtzinnigheid die omgekeerd evenredig was met de bangerik in hem. Hij was zo lichtzinnig als hij kon panikeren. Als de donkere kant van de maan. Latent, maar ontkend. Anders viel er niet te leven. Op het uur U zou hij zich zonder verzet overgeven, dat wist hij zeker. Het bruistablet spoot naar de oppervlakte. Maar daarvoor zou de angst hem te grazen proberen te nemen, en was je uitgepraat.
Zolang er branie is, is er leven.
Hij sloeg het glas achterover en de gordijnen open.

woensdag 7 december 2011

De actrice en het meisje

Het meisje kwam elke week bij de actrice de binnenboel doen. Het was begin jaren '90, ze was het allereerste Poolse meisje in Nederland. De actrice was gezien, speelde pittige rollen in moderne stukken. Haar talent zat hem in spelen, niet in opruimen. Dat vond ze slaapverwekkend. Ze herkende zich in het meisje dat enorm haar best deed. Ze betaalde haar goed, maar voelde zich toch schuldig. Wat is dat voor land? Polen? De actrice wist het niet. Iets met duisternis, dacht ze. 
Zelf deed ze ook enorm haar best om een rol in de vingers te krijgen. In de toppen van haar vingers. Ze was klein, roodharig, goedlachs, fanatiek en trots.
Ze had een enorme garderobe met jurken, hoeden en wel honderd paar schoenen.
Op zekere dag kwam ze op het meisje af met een roestkleurig truitje. Erg hè, dat als je jong bent zoals jij je geen geld hebt om kleren te kopen en als je oud bent zoals ik en niet mooi meer je alles kan kopen. Hier. Voor jou.
Het meisje was verbaasd en heel blij.

Vandaag hoorde het meisje die nu een moeder is van 2 kinderen en op een berg woont aan de andere kant van Europa dat de actrice is doodgegaan.
Dit wist ze nog en ze vertelde het mij.

maandag 5 december 2011

De kerstman en de kerstman

Laatst vroeg mijn zoontje van 5 aan de kleuterleidster waar de hulpjes waren van de kerstman. Ze zei dat hij geholpen wordt door elfjes. Ze las een verhaal over Sinterklaas, Święty Mikołaj, die verdacht veel lijkt op de kerstman, met een luchtslee getrokken door rendieren. Mijn zoon mag in deze periode elke avond zijn schoen zetten, en dankzij het Sinterklaasjournaal weet hij dat Sinterklaas geholpen wordt door Zwarte Pieten. Dat de Poolse Sinterklaas op de kerstman lijkt en niet op de goedheiligman, daar stapte hij even overheen, maar het ontbreken van de pieten was ontoelaatbaar. En terecht, want er wordt hier een potje van gemaakt.
Die vent die op de kerstman lijkt heet Sinterklaas en over 3 weken heet hij weer Sinterklaas. Hij komt dus 2 keer in december. Die van kerstmis komt ergens uit het Hoge Noorden en waar die van 5/6 december vandaan komt, daar heeft niemand het over. Omdat niemand het weet.
Voor het begin van de Amerikaanse invloeden, begin jaren '90,  leek de Poolse Sinterklaas nog op de Nederlandse met een mijter en een staf, evenwel zonder Zwarte Pieten. Maar na die tijd hebben de Polen het overzicht verloren en de Goedheiligman ingewisseld voor een premature kerstman. En was dat maar het enige, ze hebben ook hun Grootvadertje Vorst of Sterretje (Gwiazdka) ingeruild voor diezelfde kerstman.
En de kinderen hebben het nakijken. Want Sterretje is kerstman geworden en Sinterklaas is ook kerstman geworden.
En zo heeft de commercie ervoor gezorgd dat de kindertjes overladen worden met cadeaus door een oude vent die 2 keer komt, die een rode jas in verschillende lengtes draagt, een witte baard die soms rond en kort is en soms vierkant en lang, die de ene keer op een schimmel zit, soms op een boot, dan weer op een slee. Soms met een stijve muts met een kruis erop, dan weer met een afhangende muts met een witte pompoen. Soms geholpen door elfjes of kinderen, dan weer door zwarte pieten. Vindt u het gek dat uw kind zich afwendt van die incoherente griezel waarvan je nooit weet hoe die zich nu weer zal presenteren? En zich stort op het openscheuren van de pakjes in plaats van bij kweeniewie op schoot te moeten zitten?

Daarom het volgende voorstel. 
Die nare dikke schrokop van een kerstman krijgt een rotschop en op 5/6 december komt de Goedheiligman met of zonder Zwarte Piet. En met kerst komt de Grinch vertolkt door Jim Carrey met de voice-over van de keizer der acteurs Anthony Hopkins. Die is veel leuker dan die obese pederast die te pas en te onpas ho-ho-ho roept en de hoer is van een drankje dat het glazuur van je tanden laat springen en je maag in een leerlooierij verandert.

maandag 28 november 2011

Repeat

Ze huilde een half uur onbedaarlijk op The Power of Love van Frankie goes to Hollywood. Toen de muziek vals begon te klinken wist ze dat ze klaar was. Wat is het toch een kitschlied, dacht ze, terwijl ze het raam openzette en de wind haar schrale wangen aaide.

zaterdag 26 november 2011

Onze ouders

Veel van onze ouders leven nog. Je zou denken dat de meesten in tehuizen zijn geplaatst, maar dat is uit de mode. Dat was in de mode toen onze ouders 45 waren. Hun ouders werden over de rand geduwd -en lieten zich duwen- zijzelf klampen zich vast aan hun zelfstandigheid.
In de donkere villa kraken de traptreden minutenlang als de overgebleven man of vrouw zijn of haar bed opzoekt.
De eens bruisende huizen van de familie P. in Heemstede of de familie M. in Aerdenhout zijn niet in andere handen overgegaan. Dit is de tijd dat de die-hards hun huizen met hand en tand verdedigen. Ze zijn conciërges geworden. Schaduwen die geen licht nodig hebben, omdat zij alles op de tast doen. Ze zijn in gezelschap van de dochter (Maria H.) die toen ze 8 was tegen de centrale verwarming viel en werd geëlektrokuteerd. Of van de neefjes die Monopoly speelden in de serre. Of van de liefdes van hun leven die broers of zussen geworden waren, omdat de hartstocht ergens onderweg uit hun vingers was geglipt.
Ze zijn er nog. Nu. Over 10 jaar is het gebeurd. 
Dan is er geen gat meer in de schutting waardoor je het verleden kan zien. Waar je 50 of 60 jaar in de diepte kan kijken.
Waar de spullen zijn bevroren als in de kamer van een Groot Schrijver of van Anne Frank.

Mijn grootvader zat alleen op een kamertje van 3 bij 3. De zieke soeplucht van dat tehuis kwam je al voor de entree tegemoet. De verstikkende lucht van institutionele verzorging. De wurgende handen van de zorg om zijn nek die elke dag wat harder knepen tot het knap zei als bij een slachtkip.
Het domein van de dood, waar men de mens louter ziet als een samenklontering van vlees dat meer of minder in staat van verrotting is.
Ze zeiden dat hij geloofde, mijn grootvader, maar als ik hem uit het raam zag kijken, wist ik dat er voor hem geen verlossing was. Het infantiele idee dat na de dood alles goed zou komen, zorgde voor een miserabele interpretatie van datgene wat bestond, de kostbare laatste dagen van zijn leven.

Geestkracht is alles. Al geloof je in Kazachstaanse Tureluur. Het vlees moet zijn plaats kennen.
De vader van Louise, de moeder van Joanne hebben dat begrepen. Geloof is voor gevorderden. Bij de simpelen van geest is de kans groot dat Geloof hun hersenen tot gehakt maakt en hun leven tot een wachtkamer voor iets dat nooit komt.

woensdag 23 november 2011

Ochtend

De voorstad besprenkelt haar gezicht met een after shave van kerosine.
Geur van vooruitgang, vreemdgaan en kwaadaardige woekeringen.
De zieke kijkt gefascineerd naar zijn moordenaar. Een opstijgende Boeing.
Stijl als een paauw tegen de luchtdruk geleund. Roekeloze doodsengel. Vuurvogel die aankondigt. De zieke vindt het prachtig.

Scènes uit een huwelijk (afl. 321)

V
Waar ligt dat ding?

M
Welk ding?

V
Dat ding met die tandwielen.

M
Wat voor ding met welke tandwielen?

V
Dat ding dat altijd in die la ligt.

M
In welke la?

V
De keukenla.

M
Welke keukenla?

V
De derde.

M
De derde van boven of de derde van onderen?

V
Dat maakt niet uit. Het zijn er vijf.

M
Wat vijf?

V
Vijf lades.

M
Wat ligt er in die la?

V
Er liggen 10 soorten messen, oude pleisters, zilverpoets, een rol bakpapier en een blikopener in.

M
Nou, dan heb je het toch.

V
Wat het?

M
Je blikopener.

V
Kan jij mij vertellen hoe ik met een blikopener een fles wijn openkrijg?

M
Hoe moet ik begrijpen dat je een kurketrekker zoekt. Die heb je zelf opgeruimd. Jij moet weten waar die ligt.

V
Ik begin opnieuw. Waar heb je de kurketrekker voor het laatst gezien?

M
Wie is hier de kurketrekker? Jij of ik? De laatste keer lag hij op het randje.

V
Welk randje?

M
Het randje boven het aanrecht.

V
De vensterbank?

M
Nee, bij de afzuigkap.

V
Waar bij de afzuigkap? Op de afzuigkap?

M
Nee, bij de afzuigkap. Daar waar de afzuigkap bij de muur komt.

V
Aan de kant van de wasbak of aan de kant van de vaatwasmachine?

M
Waar de waspoeder staat.

V
Er staat geen waspoeder.

M
Nu misschien niet, maar waar die altijd staat.

V
Daar ligt niks. Er staat alleen een lege vaas.

M
Hoe weet je dat die vaas leeg is?

V
Er staan geen bloemen in.

M
Heb je erin gekeken?

V
...

M
Kan je erin kijken? Wat zie je?

V
Bonnetjes.

M
Dan moet je onder die bonnetjes kijken.

V
Ik kan niet onder de bonnetjes kijken want de bonnetjes zijn niet doorzichtig.

M
Dan keer je de vaas om.

V
...

M
En?

V
Wanneer kom je thuis?

M
Heb je hem?

V
Ik moet ophangen, er wordt gebeld.

dinsdag 22 november 2011

Rembrandt

De vrouw:
Ik was laatst met een vriendin in Amsterdam. We komen uit het Centraal Station, aan de voorkant. Het is lente, blad nog in de knop, koud en het regent.  We moeten naar een toneelvoorstelling. 7 uur 's avonds. Wind waait hysterisch uit alle hoeken. Mensen zoeken een veilig heenkomen. Er staan 3 Bulgaren te spelen op het Stationsplein. Niemand slaat acht op ze, maar ze staan te toveren. En wij horen het. We blijven. Ik kijk naar hun kleding. Veel traditioneel rood en blauw. En de grauwe stad daarachter. Ik zeg tegen mijn vriendin: "Blijf jij hier wachten, dan ga ik Rembrandt erbij halen." Ik ren via de Prins Hendrikkade naar de Jodenbreestraat. Ik klop op de deur. Na wat gestommel doet hij open. Wat doe je hier, ik heb het druk. Nee, je moet meekomen, er staan 3 Bulgaren bij het station te spelen, dat moet je gezien hebben. Morrend loopt hij terug zijn huis in en komt naar buiten met een krukje, een vel papier en een pen. Verfspatten op zijn handen, in zijn gezicht en haar. Bij de Bulgaren begint hij meteen te schetsen. Nog geen uur gaat voorbij. Dan pakt hij plotseling zijn bullen, groet ons en vertrekt. Hij bedankt mij niet.
De laatste keer dat ik hem zag vroeg ik hem: Mag ik die tekening hebben? Nee, die krijg je niet.

Beetje Stout

Als de conducteur zegt: "Goedemiddag Dames en Heren, Jongens en Meisjes" moet ik altijd denken aan kindertelevisie. Dat "Jongens en Meisjes" is niet alleen overbodig, maar ook een uiting van anarchisme van de arbeidersklasse. (In de microcosmos van de treinstellen bepaal ik wat er gezegd word.) Flauwe Leut. Conducteurs zijn de beetje stoute kinderen van de aangepaste wereld. De vrolijke slaven van de dienstregeling.

dinsdag 15 november 2011

Exoten

Ik ben even in Amsterdam. Ik heb een afspraak in het Klaprozenmuseum aan de Temeijerweg in Noord, maar eerst ga ik koffiedrinken. De trap af bij perron 1, naast de fietsenstalling. Frank Govers met een gevolg van 16 jongemannen loopt de trap op en vliegt in de richting van de trein naar Zandvoort.
Het Damrak is geschaakt door onbenullige winkels, die je naar de overkant dwingen. De rondvaartboten, dat is een entree. De cost gaet voor de baet uyt. Amsterdam is poëzie, maar die moet wel verdiend worden. Het visitekaartje is gegeven.
Het dragen van een ringbaard is voorbehouden aan kapiteins, chemici en psychopaten. Het zal wel met de biotoop te maken hebben. Zo zien beginnende vissers en conducteurs allemaal gasten om zich heen met oorringen. Dan wil je op een dag zelf ook een oorring. Wat is de biotoop van de psychopaat?
Ik loop langs de beurs, de etalageruiten van de Bijenkorf en buig flauw naar links in de richting van de Nes. Op het terras voor de Brakke Grond zit Martin Bril met een vrouw aan de Hoegaerden. Voor Frascati staat Ischa ruzie te maken met een jonge journalist. Camilla Sylvia fietst langs, Ischa roept 'lekker ding'. Zijn stem galmt tegen de gebouwen. Hij is bij Lyppens te horen. Ik kijk in de etalage en zie dat Ina van Faasen een ring past en door Meneer Joost zelf geholpen wordt. Steek het Rokin over en wordt bijna overreden door Theo van Gogh met zijn zoon in een babyzitje aan het stuur. Zijn buik komt onder zijn t-shirt uit. Hij rookt niet.
Er is boekenmarkt op het Spui. Simon Vinkenoog staat te bladeren in een fotoboek van Ed van der Elsken. Bij Atheneum kijkt Yehudi Menuhin over een boekenkast door de ramen naar een zwarte Steinway bij Goldschmeding. Bij Hoppe slaat Heineken een Bokma achterover. Aan een tafeltje zit Max Heijmans voorbijgangers te observeren.
In de Singel zwemmen nijlgansen. Exoten.
In café de Pels zit Yo Cabaretty aan de oude klare. Ik steek de Keizersgracht over en loop in de richting van de Leidsestraat. Op de hoek van de Leidsegracht zeilt Ton Lutz langs in zijn kaki-kleurige diplomatenjas in de richting van de Toneelschool, nummer 428. Aan de overkant zie ik GBJ Hilterman zijn bordes oplopen en in de gracht vaart Ramses in een bootje. Hij blaast op een scheepstoetertje.
Rechtsaf de Leidsestraat in en meteen weer links de Kerkstraat. Bij de Vijzelstraat struikel ik bijna over Cor Witschge en Huib Bruis die uit café Kerk komen. Ik kijk Gerard Thoolen op de rug. Hij loopt in de richting van het Amstelveld. Het terras bij Kort zit vol.
Ton Lensink zit te mopperen achter een dagsoep. Martin Brozius is te laat en verontschuldigt zich hijgend.
Rogier van Otterloo en Frans Halsema roken. Joop van Tijn leest. Donald Jones is zijn portemonnee vergeten.
Conny Stuart, Cor Lemaire, Harry Bannink en Annie MG Schmidt zingen Je vader is naar Venus.
Pim Fortuyn heeft een tafeltje voor mij vrijgehouden.
Vanuit de zaak schreeuwt iemand keihard: waar bemoei je je mee!

dinsdag 8 november 2011

De Gezusters Kip

De Gezusters Kip, mijn onderburen op de berg, hebben mij gevraagd wat beuk te zagen. Kan ik langskomen als het me schikt? Ja.
Vanochtend bij de zagensliep langsgeweest, die doet kettingslijpen in een handomdraai voor omgerekend anderhalve euro. De zagensliep is een heremiet die tijdens kantooruren in een ruimte van 2 bij 4 zit te wachten op klanten. Ik vind het een wonder dat iemand zulk werk kan doen zonder kierewiet te worden. Hij schijnt er wel bij te varen, er hangt zelfs geen verdachte geur in het hok.
Vanmiddag arriveerde ik 500 meter lager bij de buurvrouwen.
Ze komen naar buiten als schichtige witte konijnen. Nee vandaag niet, want gisteren ben ik doorgewaaid. Dit is Pools voor ik heb last van mijn hoofd omdat ik te lang in de wind heb gestaan. Nou dan niet, glimlach ik. Ook ik ben flegmatisch geworden. Vroeger had ik allemaal toestanden gemaakt over afspraak is afspraak en het zijn wel mijn vrije uren, maar die strategie werkt hier niet.
Halina Kip glimlacht terug en ik zie dat ze haar tanden heeft laten doen. Ze heeft zich een nieuw gebit aangemeten. Het ziet eruit als dezelfde spijkerbroek bij iemand die 20 kilo is afgevallen.
We hoorden gisteren dat je zaag zo'n raar geluid maakte. Het toerental klopte niet. Ja, dat kan zijn, excuseer ik me bijkans. Ik heb te weinig olie bij de benzine gedaan. Maar ik ga zo nog wat bij mezelf zagen, dan zullen jullie horen dat het beter klinkt.
Ja, dat doen we.

zaterdag 5 november 2011

Commandeur in de Orde van het Buigend Riet

Plotseling zit ik aan tafel naast een jongen die ik 40 jaar niet heb gezien. Plotseling maar niet toevallig, want mijn moeder is aan het doodgaan. Mijn zoon heeft dezelfde voornaam, maar is niet naar hem vernoemd. Hij was gisteren, 40 jaar geleden, 4, en stonk naar urine. Hij had een zindelijkheidsprobleem. Nu is hij zindelijk en ruikt naar reukwater van de moderne tijd waarin alles van geleend geld kan worden gekocht. Onze moeders zijn elkaar blijven spreken en daarom zitten wij aan dezelfde tafel. Hoewel hij niet mijn schoolvriendje was, maar de broer van mijn schoolvriendje dat altijd de baas over mij speelde, maar door wie ik mij toch graag liet commanderen. Hij, zijn broer, die niet aan tafel zit, is doorgegaan met commanderen en ondernemer geworden. Ik ben zelf ook gaan commanderen en regisseur geworden. En als ik niemand heb om te commanderen, commandeer ik letters op papier. Nee, ik heb graag de illusie dat ik commandeer, om niet te hoeven denken aan hoe de Tijd onze levens wegzuigt. Maar zo praten we niet, dat is niet te doen. Voor het gemak praten we alsof we het eeuwige leven hebben.

zaterdag 29 oktober 2011

Bejaarde valk

Hoog in de lucht.
Zijn blik kamt over de grond
Als een grasmaaier van krant.
Klinkt zich vast aan een picknicktafel.
Rot de appel.
En een blikje Estimated Trademark vol wespen.
Concentratievergissing.
Als een kapotte nagel haakt aan een hoogpolig tapijt.

Gebraden haan

Zijn hersenen waren als een aap
Goed in kunstjes
Anderen waren onder de indruk
Maar hij viel erbij in slaap

vrijdag 28 oktober 2011

Geluk

In taal gezegd
Gestanst in bloed
Geheugen in zand
Verloren in voorsprong
Gevangen in vliegticket
Gevaren in bestek
Gehuld in vulling
Gezin in gezondheid
Gebrek aan braaksel
Geweld in aardbeienjam

Gefeliciteerd met de aankoop van dit kwaliteitsproduct

Tegen de massamoord op de micro-organismen

En daarom gaan we over tot harde actie. Want we pikken het niet langer. Te lang al laten we over ons heen lopen. Dat moet stoppen. Niemand die zich het lot van de micro-organismen aantrok, het was een blinde vlek. Geaccepteerde genocide. Maar nu niet meer. De misdaad staat nu in het volle licht. Met de ontwikkeling van de wetenschap en techniek zijn we ons bewust geworden van het lijden van de micro-organismen en vinden we dat het zo niet langer kan. Daarom dringen we er bij beleidsmakers op aan om alle anti-biotica te verbieden en we werken aan een verbod op het aanmaken van anti-stoffen. We gaan een nieuwe tijd tegemoet. Een tijd van microbiologische waardigheid en bacteriologische ethiek.
In de komende jaren zal er een nieuwe mens opstaan. Een mens die ethisch is tot op het bot. Niet half ethisch, dus niet ethisch, maar ethisch tot 24 cijfers achter de comma, dus ethisch ethisch.
Met het nemen van zijn verantwoordelijkheid voor ALLE leven, zal er een mens opstaan met een brandschoon geweten, vrij van schuld.
Dat daar tegenover staat dat u korter leeft is het waardige prijskaartje dat daaraan hangt. Want de beloning is eeuwige rust.

Geinteresseerd? We zoeken nog vrijwilligers. U kunt zich aanmelden via tegendemassamoord.ikbenanders.nu

maandag 24 oktober 2011

Patriarchenvijver

Mark Rutte, premier van Nederland was pas geleden op bezoek in Rusland. Even uitblazen in het Wilde Oosten tijdens de eurobesluiteloosheidscrisis. Kysia Hekster is correspondent in Moskou en vond een mooi aanknopingspunt met Nederland, het bruine café Rembrandt bij de Patriarchenvijver, hartje Moskou. Stroopwafels, Heineken, bitterballen, u kent het wel, voor de brallende ballen met een uncorporate (want niet stoer) verlangen naar de moederborst.
Welnu, hier dus, kwam een aantal ondernemers aan het woord met stoere verhalen over dat er veel geld valt te verdienen in Rusland, maar dat het nog steeds door en door corrupt is.
Als je niet hele dagen kwijt wilt zijn met iets regelen, huur je een bedrijf in dat voor jou in de rij gaat staan.
Maar daar wilde ik het niet over hebben. Van de uitbater zwiepte de camera naar de ramen met uitzicht op de vijver. En de vijver maakte de journaliste, het café en de premier van alle Nederlanders tot figuranten.
Ik hoorde de laatste zin van het eerste hoofdstuk Praat nooit met vreemdelingen uit De Meester en Margarita van Michael Bulgakov dat zich afspeelt bij de Patriarchenvijver.

Het is heel eenvoudig-vroeg in de morgen op de veertiende van de lente-maand Nisan kwam de Gouverneur van Judea, Pontius Pilatus in een witte toga met bloedrode biezen met de schuifelende tred van een cavalerist naar buiten op de galerij die de twee vleugels van het paleis van Herodes met elkaar verbond.

Pau!l

Paul de Leeuw probeert het weer. Met meer van hetzelfde. Aangekondigd werd dat de au in Paul zou staan voor het ruwe randje, alsof dat voor De Leeuw een novum is. Beledigen en shockeren is zijn core-business. Dus wie dat bedacht heeft, denkt daarmee te scoren. Terwijl ik juist zou zeggen dat het publiek toe is aan een meer rustige Paul, die schreeuwerd die kennen we nu wel.
In de madiwodo-show waarvan ik de enige kijker was, werd ook behoorlijk tekeer gegaan. U heeft het niet gezien, maar gelooft u mij, zo was het.

Ik begrijp niet dat mensen zich laten verleiden gast te zijn bij de Leeuw. Want meestal loopt het slecht met je af. Voor de Leeuw is een gast een gebruiksvoorwerp, een rekwisiet. Mies Bouwman kwam er nog het beste van af, daar werden nog wel een paar woorden mee gewisseld, maar ook zij moest op commando zeggen Start de band, omdat dat paste in de perverse nostalgische droom van Paul. Later stond Mies Bouwman er maar wat verloren bij tussen Onbekende Nederlanders die op een weegschaal moesten staan. Dat ze zich in zo'n situatie laat brengen is de vergissing van Mies Bouwman zelf. Ze moet lekker thuisblijven en jam maken en alleen aan eervolle programma's meewerken. Wel moet ik toegeven dat het toezingen van Mies door Paul met Ik heb je lief mooie TV was, maar die lijdensweg van daarvoor was totaal overbodig.
Over Frans Bauer ga ik het niet hebben. Je gaat ook niet de smaak van een frietje mayo bewieroken. Daar schaam je je voor.
Dan was er nog landbouw-politicus Henk Bleker aan wie de vraag werd gesteld of zijn broer Anus heette. Hij wilde weglopen, maar kon het niet, want wat hij had moeten doen was thuisblijven. Het zou dus laf zijn geweest en hij zou hebben laten zien dat hij zichzelf dom vond dat hij gekomen was, als hij uit de uitzending was gelopen. Dus lachte hij als een boer met kiespijn en zei minuten later dat zijn broer Jurriën heette. Arme man.

Het cabaret-groepje was leuk en het voetenitem op het einde totaal mislukt. Niet grappig en weer met gasten die hij niet 'benut', maar ook hier geldt: eigen schuld dikke bult, dan moet je maar niet komen. Bij Paul ben je disposable.
Koos Alberts zat voor paal met zijn blote voet. Atlete Cooman kwam helemaal niet aan het woord. Het hele item had kop noch staart en niemand lachte. Oh ja, en Frans Bauer was kok die om zijn eigen grappen lachte. Haha.

Patiënten, gehandicapten, bejaarden werden als vanouds van stal gehaald om te dienen aan het hof van Koning Paul.
Nee, patiënten, gehandicapten en bejaarden gingen op bezoek in de stal bij Koning Zwijn, zich overleverend aan de willekeur van diens behoeftes.
Gewilde Publikumsbeschimpfung.

Wat hem kan redden? Bescheidenheid? Deemoed? Luisteren? Zegt u het maar. Een andere Paul. Pau?l niet Pau!l. Hoe kan iemand met zoveel talent en intelligentie dat niet zien?
Je zou denken dat de Leeuw het na 3 flops wel begrepen zou hebben, maar nee. Een blinde vlek? Daar is hij te gis voor. Dan is er maar 1 verklaring. Hubris. Overmoed. Een dodelijk elixer van overmoed met zelfvenietigingsdrang. Hij wil uitgekotst worden en overvoert andermaal het publiek met zijn rariteitenkabinet op de braderie.
Nou goed, hij heeft het zelf gewild. Hoe harder hij doorgaat, hoe harder hij gaat worden uitgekotst. We gaan getuige zijn van de eerste publieke TV-persoonlijkheidszelfmoord in de geschiedenis van de Nederlandse TV. Mark my words.

Onraad

Ik heb 2 honden. Teven. Ze heten Nora en Matylda. Matylda is een raszuivere kaukasische herder die bij ons is sinds 2007, 70 kilo. Nora een klein zwart hondje van de markt, vuilnisbak en wekker van Matylda, geboren 2008.
Vannacht waren er herten aan het grazen op niet meer dan 10 meter van ons huis. Beide honden hadden het op een uitzinnig blaffen gezet, toen ik het dekbed wegsloeg om te kijken wat er aan de hand was. Ik zag een hinde voor mijn raam staan.
Het blaffen kan allerlei redenen hebben. Het stikt hier in het dorp van de hillbillies die bij nacht en ontij op stap gaan, dus het kan zomaar zo'n feldwebeltje met duistere sexuele voorkeuren zijn die door de bossen loopt. Of bij een wolkenloze nacht een partijtje blaffen tegen de sterren in het algemeen en de maan in het bijzonder behoort ook tot de mogelijkheden. Of wild waaien kan ook reden zijn voor geblaf. Of het gegeten hebben van een bot. Tevredenheidsgeblaf.
Kortom, je kunt er geen pijl op trekken wat de reden is, maar geblaft moet er worden. Tenzij er geslapen moet worden. Als er moet worden geslapen kan er niet worden geblaft. Tenzij er geblaft moet worden.

maandag 17 oktober 2011

Kettingvriendschap

Vandaag ontving ik de onderstaande tekst in mijn mailbox.

Geluk maakt je vriendelijk
Beproevingen maken je sterk
Verdriet houdt je menselijk
Mislukkingen houden je nederig
Maar alleen de hoop laat je vooruitgaan.... 

Vandaag begint de internet-vriendschapsweek. 
Stuur deze boodschap naar al je onlinevrienden (ook aan mij als ik daar deel van uitmaak) 
en kijk hoeveel berichten je vandaag ontvangt. 

Zou het niet leuk zijn te kijken hoeveel je er ontvangt en te kijken of het aantal rozen zich vermeerdert? 
Telkens als je dit bericht ontvangt, komt er een roos erbij!

En toch doe ik hier niet aan mee. Waarom?
Omdat ik een broertje dood heb aan gecollectiviseerde liefde.
Er zit iets dwingerigs in dat mij niet bevalt.
Ook vind ik het niet leuk dat mensen die zelden iets van zich laten horen dit soort acties aangrijpen om te laten weten mijn 'vriend' te zijn.
Zoals de vrienden van je vrienden die meekomen naar je verjaardagsfeestje. Je kunt ze niet weigeren, maar ze waren niet uitgenodigd.
Je wordt op een onaangename manier in verlegenheid gebracht.
Er zit ook chantage in. (Ook aan mij als ik daar deel van uitmaak.) De verstuurder van het bericht is de enige aan wie ik het -uit beleefdheid- heb teruggestuurd. Ik weet niet of ze mijn vriend is maar ze is ok, op het doorsturen van dit soort berichten na.

Zeurpiet. Zuurpruim. Stijve hark die nooit eens gek doet. Arelaxte figuur die alles stuk analyseert. Allemaal kwalificaties die de 'enthousiaste' participanten van deze actie met genoegen aan mij zouden toekennen en die ik langs mijn schouders probeer te laten afglijden.
Vriendschap is maatwerk en het versturen van een obligate mail met een gedicht van een tegeltje, hoe waar ook, is geen vriendschap maar doet een appèl op angst voor eenzaamheid of op foute gretigheid. In plaats van je adresboekje af te lopen op zoek naar alle contacten die de kwalificatie vriend verdienen, kun je er beter 1 of 2 uitlichten en die opbellen of een brief schrijven. 
Ook zit er iets machinaals in de actie. Als ik het bericht x keer doorstuur ontvang ik x rozen. Je bent dan niet met anderen bezig maar met jezelf. Zogenaamd dom vragen hoeveel 2 + 2 is en zogenaamd verbaasd zijn als het antwoord 4 is. Een stinkende sigaar uit eigen doos in plaats van de milde frisheid van echte vriendschap.
Mensen die naar een workshop 'Huilen, de bron van het leven' gaan voor 1000 euro en liever geforceerd mee gaan huilen omdat ze bang zijn uit de groep te liggen dan toegeven dat ze terecht zijn gekomen tussen wanhopige zielepieten en het geld ook hadden kunnen besteden aan een cadeau voor hun kleinkind. Alles beter dan de indruk wekken je te willen onderscheiden van het collectief.
En om zich schoon te wassen moeten ze nogmaals 1000 euro uitgeven voor de workshop 'Schuldgevoel, God's megafoon'.

Mijn vrienden zouden me aan zien komen met het doorsturen van dat bericht. Ze zouden denken dat ik te lang in de zon heb gezeten of iets dergelijks en me bezorgd opbellen.
Dus al zou ik het doen, ik zou direct door hen worden gecorrigeerd.
Echte vrienden.

zaterdag 15 oktober 2011

Kikvorsmannen

(nav de film Apollo 13 (1995))

Niet de astronauten.
Niet de raket.
Niet de ijsvorming bij de lancering.
Niet de LAUNCH VIEWING STAND met bezonnebrild omhoogkijkend publiek in Technicolor.
Niet Houston-do-you-copy.
Niet het Mission Control Center.
Niet de moeder van Jim Lovell die zegt dat hij zelfs een vliegende ijskast nog veilig aan de grond zet.
Niet de circusact met 3 rood-witte parachutes en capsule.
Maar kikvorsmannen duwen mij terug in de tijd in mijn pyjamaatje voor de TV.
Antinauten van het water. Zwart. Dienend. Onnadrukkelijk. Je ziet ze maar ze zijn er niet. Ze zijn er maar je ziet ze niet.
Het woord kikvorsman als teleportatie-medium.
In 1970 gezegd en daarna nooit meer gehoord.

donderdag 13 oktober 2011

Dubbele moraal

Eerst is er het willen schrijven.
Dan de jacht op het onderwerp.
Onderwerpen zijn als wild.
Je weet dat het bos er vol mee zit maar je ziet het niet.
Je let op alles. Het weer. Het uur. Het seizoen. Je pas.
Je hoort het onderwerp ritselen in de struiken. Je drijft het op, sluit het in en als je het ziet gooi je er een net overheen.
Je kijkt hoe het spartelt, rustig wordt, zich opnieuw verzet.
Je wint het vertrouwen.
Dan komt de tekst.
En als alles is vastgelegd komt het gruwelijke. Zeg je voor de bühne, terwijl je het mes ronddraait in je onderwerp, en het hete bloed langs je hand gutst. Je doodt het. Of je eet het. Of je laat het los. Het maakt niet uit. Het is verbruikt.
De dodelijke onverschilligheid die volgt is dodelijker dan het doden. In het moorden pulseert tenminste nog iets van liefde.
Een gediplomeerde opportunistische seriemoordenaar, lees schrijver, lees grootverbruiker.
Dan. Decibellen doofheid als vuisten in veren kussens. Postorgastisch.

Het stukje is af.

En de volgende dag begint alles weer opnieuw.

dinsdag 11 oktober 2011

De vijver

In het midden van mijn tuin ligt een vijver. De vijver is een magneet. Ik draai er vaak om heen. Er zwemmen goudvissen in en een onbekende soort vis. Plus insecten, amfibiëen, wormen en andere monsters. Het miegelt van leven. Ik kijk of ik wat zie bewegen onder de waterspiegel. Minutenlang kan ik daar staan turen in het duister van het water. Er gebeurt altijd wel wat. De vijver is 4 meter diep en heeft een omtrek van 100 meter. Een levensgevaarlijk zwart gat.
Wat doe ik daar eigenlijk? Beestjes kijken? Ik weet het niet. Het is een wezenloze dans. Een gevoelsmatig ritueel. Een vraag om antwoord.
Tot vanmiddag ik begreep:

De vijver is het geweten van mijn tuin.

Maar dat doet aan zijn aantrekkingskracht niets af, integendeel.
Zijn mededeelzaamheid blijft schamel.

(Advertentie)

Ook genoeg van een leven zonder emotie?
Wilt u eens lekker huilen, snotteren en leeglopen?
Dan hebben wij van No-Bel de oplossing voor u.
Nooit meer droogstaan, een knoop in de maag of hoofdpijn.
Want nu is er de Tranströmer.
Een revolutionair en bekroond apparaat dat uw leven zal veranderen.
Bel nu met nummer 666 en bestel voor de weggeefprijs van 666 euro deze fantastische machine.
Ja, u hoort het goed: Zweedse topkwaliteit is nu bereikbaar geworden.
Voor het luttele bedrag van 666 euro bent u de trotse eigenaar van een originele Tranströmer.
Laat uw tranen stromen met de Tranströmer en u bent een ander mens.
De Tranströmer en u voelt zich herboren.

Let op: emoties zijn gratis.








[de makers van deze advertentie zijn grote bewonderaars van de dichter en Nobelprijswinnaar Tomas Tramströmer, maar konden de verleiding niet weerstaan zijn naam in verband te stellen met sentimentele massaconsumptie. Het werk van de dichter is daar zo het tegengestelde van dat het maken van een grap hierover onweerstaanbaar werd.]

maandag 10 oktober 2011

Panne

De chronologie is als volgt. De auto werd geparkeerd tegenover de begraafplaats. Onder ons in de verte de stuwdam. De zoon die alle kleuren herfstbladeren sorteert. Het vuilnis beneden omdat er geen bak is op de parkeerplaats. De boer die langsloopt. Ik zeg heb je al gevraagd om een bak op de parkeerplaats dan gooien ze je land niet vol met blikjes en luiers. Hij antwoordt dat heb ik al gedaan, maar dit is mijn land niet, ik loop hier alleen.
Dan komt de buurman om ons weg te slepen. Hij heeft een sleepkabel die al een paar keer geknapt is. Het touwtje ziet eruit als een afgekloven lolliestokje. Het stukje dat over is is niet langer dan 1 meter. We rijden bergafwaarts. Ik moet steeds remmen om niet tegen hem aan te knallen. Hij stopt en stelt voor dat ik de auto op zwaartekracht laat rijden en pas beneden waar het plat is, weer te slepen.
Zo doen we het. Mijn gewonde auto glijdt de berg af als een patient die uit het ziekenhuis is ontsnapt.

zondag 9 oktober 2011

Lui

Ooit interviewde ik voor het sufferdje een locale kunstenaar in Hillegom die in elke zin het woord oprooien gebruikte. Hij voelde zich verloren en gaf van alles de schuld aan de herverkaveling.
Door oprooien van het oorspronkelijke landschap was alles hetzelfde geworden en daarom moesten de bestuurders nu worden opgerooid.
Er waren geen herkenningspunten meer. Geen bosjes, geen oude eiken. Alleen weiland.

In Polen is er niet herverkaveld. Er zijn hier zoveel herkenningspunten dat je door de bomen het bos niet meer ziet.
Soms moet daarom het mes erin. Ik woon graag buiten, maar ben meer een binnenman. Ik kijk graag naar de natuur, maar word meteen heel moe als ik de handen uit de mouwen moet steken.

Vanuit het raam zie ik het door mij opgerooide bos. Het ziet er netjes uit. 200 vierkante meter nette vermoeidheid.

Tranströmer

Of neutrino's sneller zijn dan licht, weet ik niet. 
Of dat belangrijk is, snap ik niet.
Dat je jezelf geboren ziet worden, terwijl je er niet kan zijn om het te zien.
Cerebrale perversie, lijkt me dat. Een hersenspelletje.
De tijdmachine is niet aan mij besteed.

Neem dan de Tranströmer.
Die verandert een scheerapparaat in een helikopter.
En hij heeft er alleen pen en papier voor nodig.
Daar heb ik wat aan.

vrijdag 7 oktober 2011

Kinderlokker

In de 70-er jaren liep er een kinderlokker door Heemstede met 2 tekkels. Elke ochtend en avond liep hij via de Dreef-Bronsteeweg-Adriaan Pauw-Dreef een rondje. Hij droeg een trenchcoat of een groene loden jas. Wij speelden op straat en waren voorgeprogrammeerd niks aan te nemen van vreemde mannen. Nadat we hem de zoveelste keer waren tegengekomen vroeg hij: willen jullie een snoepje krijgen? Krijgen is archaisch Hollands voor hebben. Nee, zeiden wij want misschien bent u wel een kinderlokker. Hij moest lachen en zei: ga dan eerst maar aan je moeder vragen of het goed is, ik woon aan de Dreef. We wisten dat allang, want we hadden hem natuurlijk gevolgd.
De oude man bleek geen kinderlokker maar een architect in ruste. Zowat elke dag gingen we daarna bij hem langs om een snoepje te 'krijgen'. Hij stond dan bij de deur en zei: 'wilt jullie een lekkertje krijgen?' Het snoepblik gevuld op een plank in de vestibule, hij kon er met zijn rechterhand bij.
Wilt jullie een lekkertje krijgen? Tegen de achtergrond van het vermeende kinderlokkerschap is dit met terugwerkende kracht een dubieuze zin. Maar tegen de achtergrond van de heuse kindervriend die hij was, staat die zin te stralen in het zachte licht van de onschuld.

woensdag 5 oktober 2011

Stervensdwang

De uitgestelde herfst begint zich te roeren. Het sterven moet beginnen. Niet dat van uitstel afstel komt, nee. De zomer was gewoon tamelijk wuft. Ze deed maar wat. Niet presteren toen het nodig was en zich uitsloven als het te laat is. Recalcitrante tante.
En nu dus de aftakeling. Maar in stijl. Nog één keer vlammen de bomen. Het palet overdonderend bekend. Tot de eerste storm oorvijgen uitdeelt en alles in zijn hemd zet. Of men zich nu schaamt of niet. 
Een klerenscheurder met een talent voor ongepastheid.
Blozend en inzichzelfgekeerd het bos dat zich pas kan ontspannen als de sneeuw te hulp schiet.
Dan 3 maanden stilte. En dan op een ochtend. Vogelenzang.

vrijdag 30 september 2011

Openbaar vervoer

Ik heb een plaats bij het raam. Vooral lege plekken. Er stapt een man in. Ik tuur naar buiten. Een heldere herfstdag. Een gek, denk ik, want de man is naast mij komen zitten. Ik vouw mijn krant open en probeer te lezen. Uit alles is af te leiden dat de man om een gesprek verlegen zit. Hij gaat voortdurend verzitten, heeft een onhoorbaar keelgeluid en haalt heel diep adem. Ik trek mijn krant nog wat verder omhoog. Een mensenhater ben ik niet, maar op types die zo evident willen leeglopen heb ik het niet zo. Ik blader naar de roddelrubrieken, lichte kost, dat gaat me nog wel lukken. De psychopaat zit zo te stralen dat ik het gevoel heb dat als ik mijn krant niet stevig vasthoud die langs hem heen het gangpad in zou vliegen.
De paar minuten dat hij gezeten is leiden niet tot een status quo. Hij kan niet tegen zijn verlies, zoveel is duidelijk. Het gedraai, gezucht en de onhoorbare geluiden worden steeds heftiger. Hij staat mij niet toe te lezen. De krant begint zich te ontwikkelen in een belediging. Niet dat ik het zo zie. Maar hij doet het mij zo zien. Ik probeer deze ziekelijke aandacht van mijn schouders te laten glijden en mij op andere zaken te richten. Op straat zie ik een oude vrouw een vuilniszak in een kliko duwen. Ze duwt de klep omlaag, maar die veert steeds weer terug, alsof de bak is gevuld met donzen dekbedden.
'Uw veter zit los', hoor ik naast mij. Ik laat mijn krant zakken en kijk in de platte blik van iemand die in het heil van regeltjes gelooft. Om direct korte metten te maken met zijn wereldbeeld, lieg ik: 'ja, dat is expres, dank u wel'. Ik trek mijn krant weer op en hoor dat de hersens van de man beginnen te knetteren, dit is te veel. Er komt nog net geen rook uit zijn oren. Hij pakt een boek en begint boos te lezen. En even later gaat hij uit zichzelf naar een andere plek. De lucht boven Lisse is strakblauw.
Morgen is mijn auto klaar.

maandag 26 september 2011

Eten met stokjes

Lezen met een reader is als eten met stokjes. Je kunt gewoon een boek nemen, maar het is en vogue om van een computer te lezen. Je hebt je handen in een kramp, want als het ding valt zijn de rapen gaar.  
Zo zijn er ook mensen die het sexyer vinden om Chinees te eten met stokjes. Je vingers verzuren, je wordt geirriteerd omdat je geen fatsoenlijke hap naar binnen gehengeld krijgt, maar om het leuk te houden voor je tafelgenoten hou je vol tot de laatste draad mie. Als beloning voor de zelfkwelling bestel je drie keer zoveel ijs als je opkan en wil je het op een roken zetten. (terwijl je al 15 jaar gestopt was)
Boeken lezen op readers is een zelfde zoetzuur genoegen. Je ziet het niet zo goed, het apparaat kan stuk of gestolen worden.
Eigenlijk, eigenlijk verlang je naar papier, maar maatschappelijke ontwikkelingen, tijdgeest en commercie hebben je opgescheept met een apparaat. Je voelt je niet verrijkt, maar bestolen en je snapt niet waarom je dit zo willoos ondergaat.
Zeur niet. Ik was het toch die bij mijn volle verstand besloot tot de aankoop, de bestelling deed en betaalde. Ja, maar als ik iets koop ben ik mezelf niet. Ik heb koorts, verlies mijn koele oog en word roekeloos.
Nu ik met het ding op schoot zit zie ik dat ik het apparaat het raam uit wil flikkeren en een boek wil. Ik wil niet opladen, downloaden en dat soort flauwekul. Ik wil een wandeling naar de bieb. De geur van papier en inkt. Het hele circus erom heen wil ik. En niet door een steriele poort op weg naar de afbeelding van de letters, die verdwenen zijn als het apparaat uit is.
Ik wil een gelezen boek in de kast kunnen zien staan als een geliefde die er altijd voor mij is als ik haar nodig heb. Ja, maar je huis kan in de brand vliegen en dan zijn ook je boeken weg, net als wanneer je harde schijf piep zegt.
Allemaal waar. Maar dan heb je die boeken tenminste gehad. Alles wat je digitaal hebt, heb je niet. Het is gezichtsbedrog. Windhandel. Een luchtspiegeling.
Computers zijn hoeren. Je moet ze gebruiken als je niet anders kan. Lege ontvang- en doorgeefkanalen. Niet serieus te nemen. 
Boeken zijn moeders.

zondag 25 september 2011

UKV

Dit is een ukv, een ultra kort verhaal. Een ukv is korter dan een zkv, een uitvinding van AL Snijders, die daar de Constantijn Huygensprijs mee won.
Zkv betekent zeer kort verhaal. Weliswaar zeer, maar ultra is korter.
En dan heb je nog het ikv, het inter kerkelijk vredesberaad. Dat heeft niks met vertellen te maken maar met gezeur van mensen die altijd gelijk hadden.

vrijdag 23 september 2011

Een bosvertelling

Mist ligt met dikke klodders in het luie dal. Doof oren, dan een knal.
Geen jager. Geen hert. Het knakken van een woudreuzin. Een lucifer van dertig meter laat zich vallen op een bladerbed. Een dame met een jurk uit de vorige eeuw. Heur haar golft na in haar eigen geeuw.
En als zij zich waardig wil te rusten leggen, starten de zagen.

Eerst de armen de benen. Extremiteiten. (Flauwekul) Dan de romp in honderd brokken. Werk is werk. Werk is tijd. Tijd is geld. Bier is bier. Een beetje zager heeft negen vingers. En als de dame ontmanteld is, onherkenbaar, een product, pissen ze hun blazen leeg tegen haar vriendinnen. Het domein van de zwijnen, voor even.
De zagers verdwijnen boerend en windend.

Het bos richt zich op. Twee windvlagen spoelen de mist uit de takken.
De larix, de enige naaldboom die 's winters haar naalden verliest zegt:
'Dames, voorwaar voorwaar ik zeg u, ik zie u zoals u mij ziet.
De mens wikt, maar het bos is eeuwig. Denkt u daaraan. Altijd.'

donderdag 22 september 2011

Sinéad

Zit in een schrijfstrop. Ik kan maar niet stoppen met denken over Sinéad O'Connor. Alsof ik niets beters te doen heb dan over Sinéad O'Connor na te denken. Ik maak me zorgen over haar, of beeld me in dat ik dat doe. 

Ik weet niet veel van haar, maar wat ik weet is dit. 

Dat ze heel beroemd was, dat ze toen stopte met optreden, priester werd en nu weer begonnen is met optreden onder andere onlangs in Paradiso. Ze zal nog wel priester zijn, want dat ben je voor het leven. Gisteren ben ik bijna verzopen in het bekijken van filmpjes over haar. Interviews en schimmige registraties van optredens. 
De reden dat ik me erin begon te verdiepen was een bericht over haar suicidale neigingen. (Ik vind dat zij niet dood mag.)
Ik stuitte op haar twitteraccount @howryeh en haar website sineadoconnor.com.
Daar zegt ze op zoek te zijn naar een nieuwe partner en ze geeft puntsgewijs en super-gedetailleerd aan waaraan die partner moet voldoen. Op twitter is ze komisch, rauw en erotisch.
Je twijfelt of je niet voor de gek wordt gehouden door een grapjas die zich uitgeeft voor de artiest, maar bij nadere bestudering moet je ervan uitgaan dat je met de echte vrouw te maken hebt.

Al met al komt er een tamelijk wanhopige vrouw naar voren die schreeuwt om aandacht. Als dat maar goed gaat.

Met plaatsvervangende schaamte maar ook met bewondering kijk ik naar hoe ze zichzelf uitlevert aan het publieke domein. Schaamteloze kwetsbaarheid. Het doet pijn als je het ziet. Een open wond. En je wilt ingrijpen, zeggen doe het toch niet, maar meteen realiseer je je dat er niemand is die haar stoppen kan. In het onaangepaste en wilde schuilt haar kracht.
Je kan alleen maar hopen dat ze de ware tegenkomt en in rustiger vaarwater terechtkomt. (Al is het maar de vraag of je haar daarmee een dienst bewijst.)
En mooie liedjes bijmaakt.

De moraal van dit verhaal is dat Sinéad O'Connor een unieke vrouw is, vooral omdat ze zo driedimensionaal is. Met de artiest krijg je behalve een unieke stem die hele prachtige wraakengelachtige vrouw er gratis bij, met al haar makken, worstelingen en kwetsbaarheden.

Sinéad betekent 'God is verzoenend'. Ooit komt alles dus goed.

maandag 19 september 2011

Het Poolse woord 'kurwa'

[de onderstaande dialoog illustreert het gebruik van het woord 'kurwa' (betekenis: hoer) in Pools argot.]

Staś
Waar heb je hoer dat schroefje?

Jaś
Het lag hier hoer net nog...

Staś
Waar hoer?

Jaś
Hoer hier naast mijn knie hoer.

Staś
Kijk hoer dan maar beter hoer want als we dit schroefje hoer niet hebben moet het hoer besteld worden en dat duurt hoer 2 weken.
Hou hoer deze pijp eens vast.

Jaś
Hoer zo?

Staś
Nee hoer niet zo. Zo hoer.

Jaś
Oh.

...


Ik kan niet hoer zoeken en vasthouden tegelijk.

Staś
Maakt me hoer niet uit eerst moet hoer die pijp erin en daarna moet hij hoer aangedraaid met dat kleine hoer schroefje.

Jaś
Ok.

Staś
Laat maar los hoer.

Jaś
Ik moet hoer even pissen. Kan je je hoer even alleen redden?

Staś
Moet je hoer nou ook nog pissen? Wat heb ik hoer aan jou.

Jaś
Hoer ik moet pissen als een postpaard. Als ik hoer terugkom, vind ik hoer dat schroefje vast sneller.

Staś
Ga hoer dan maar.

...

Jaś
Hoer dat lucht op.

Staś
Ik heb hoer dat schroefje nodig. Kun je hoer nu een beetje tempo maken.

Jaś
Hoer waar heb ik het neergelegd. Eerst pakte ik de hoer schroevendraaier, daarna stond ik op om een hoer andere schroevendraaier te pakken.

Staś
Nou komt er hoer nog wat van. Ik sta hier hoer met die slotbocht in mijn handen en de hoer afsluiter moet er binnen 5 minuten op anders is de lijm hoer uitgewerkt.

Jaś
Het moet hier hoer liggen. Het kan hoer niet weg zijn...Ja ik heb het. Hoer, het lag naast hoer mijn andere knie. Ik keek er hoer straal langs heen.

Staś
Godzijdank hoer net op tijd.

...

Waar is de hoer schroevendraaier?

zondag 18 september 2011

Hoogeëerd publiek,

Het is volbracht.
Slijmerige vliegen dwarrelen doelloos door het huis.
Blijven dronken zitten wachten op verlossende doodklap of stuiptrekkingstortuur.
Brommen de 4e symfonie in g-dur van Alois Alzheimer.
Een dodenwals. Pirouette (op rug). Sauté (tegen raam). Salto (vleugel geknakt).
Voortplantingsafval. Klaplopersmatinee. Koolstoftoegift. Scheppingscabaret.

Was getekend,

De circusdirecteur.

vrijdag 16 september 2011

woensdag 14 september 2011

Kiezen of delen

De mooiste vrouw van de wereld. Het ideaal van vrouwen zelf. Met alles erop en eraan. Intelligent, gevoelig, sterk. 28 jaar.
Onweerstaanbaar. Elke man begeert haar. Zij beslist.
Haar oog valt er op een, hoewel, dat hangt er maar van af. Als dit niks blijkt te zijn, is er nog voldoende aanbod. De spoeling is dik.
Er wordt een ontmoeting gearrangeerd. Hij bevalt haar. 
Je hebt me, zegt ze, maar er is een maar.
Ik ben niet 28, maar 88. Op het moment dat we eeuwige trouw zweren ben ik 88. Ik heb het lichaam van iemand van 88, spreek als iemand van 88, voel als iemand van 88, overleg als iemand van 88. Nu ik oud geworden ben heb ik afgelegd wat jong was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Tot die tijd loopt mijn leeftijd terug. Over 30 jaar zijn we even oud. En als jij oud bent, ben ik 28.
Wil je me nog?
En nog iets. Er is geen scheiden bij. Als je ja zegt ben je gebonden tot het einde op straffe van verdamping. Als je vreemd gaat fysiek of qua intentie, verdamp je direct en ter plekke. Wie beoordeelt of je de intentie hebt om vreemd te gaan? Dat wordt voor je bepaald. Daar is geen discussie over mogelijk. Uiteraard staat mijn eeuwige trouw daar tegenover.
Wil je me nog?
Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
Wil je me nog?

maandag 12 september 2011

Elisabeth Bas

Raiders, drie musketiers, caramac's en bazooka's plus wat los goed zoals dropsleutels, -veters en salmiakknotsen. In een houten sigarendoos van Elisabeth Bas borg ik mijn schatten op. En die doos in een kledingkast onder de trap. Voor de argeloze vinder was er een bovenverdieping met oude voedselbonnen uit de Tweede Wereldoorlog. Helemaal waterdicht was dit niet, want de doos was verdacht zwaar voor wat velletjes papier. Maar ik was toch altijd in de buurt, dus die bovenverdieping was slechts om de moedwillige dief een aantal seconden af te leiden. Kostbare seconden die mij in de gelegenheid moesten stellen een hinderlaag voor te bereiden.
Elk vriendje moest zien hoeveel snoep ik al had gespaard en beloven dat hij de verstopplek niet zou verraden. Elk uur opende ik de doos om te inspecteren of alles nog op zijn plek lag. Het was het laatste dat ik deed voor ik ging slapen en het eerste als ik opstond. Voordat ik naar de wc ging en direct erna. Voor en na het eten. Het theedrinken. Het spelen op het schoolplein. Het huiswerk. Al mijn zakgeld van een rijksdaalder per week ging in mijn verzameling zitten. Mijn snoepverzameling groeide door en barstte bijna uit de doos. Bij elke inspectie haalde ik alles eruit, telde en legde alles weer terug op zijn plek. 
Stormenderhand begon mijn leven zich af te spelen rond de snoepdoos. Ikzelf begon steeds meer een bijvoeglijk naamwoord te worden, een lijdend voorwerp, een voorzetsel, een figurant, een slaaf aan het hof van Koning Snoep. Maar ik had het er graag voor over om deze dictator te dienen. Zijn aanzien straalde op mij af en het enige dat ik hoefde te doen was wat conciergewerk.
Maar er begonnen zich complicaties voor te doen. Ik kon de slaap niet meer vatten. Verloor de lust tot eten. En ik vertelde mij telkens als ik bij de drie musketiers kwam, drie musketiers plus drie musketiers is vier musketiers, nee twee musketiers, nee zes, en langzaam werd ik gek.
Ook de dropsleutels begonnen zich te roeren en verwarden zich met de veters, er was warempel geen touw meer aan vast te knopen! De raiders schoten hun bazooka's leeg op de sleutels, maar misten. En de caramac's stonden erbij als een totempaal, in zichzelf gekeerd en wuft.
Het werd een onoverzichtelijk geheel waarbij ieder deed wat hem goeddunkte. Er was geen lijn meer in te ontdekken en hoe ik het ook probeerde ik kreeg het zootje ongeregeld niet meer ordentelijk in de doos.
Dus propte ik die hele janboel zo goed en zo kwaad als het ging terug in hun hok en dit was voorwaar geen sinecure. Als een jack-in-the-box wilde alle drop en chocola mij naar de keel vliegen.
Toen ik hijgend tegen de kastdeur geleund stond na een fikse worsteling, besloot ik dat er ingegrepen moest worden.
Ik vloog terug de kast in, griste de doos van zijn plek, keerde hem om en vrat in een keer alle verzamelobjecten op. Eindelijk rust.

donderdag 8 september 2011

Spa

Ga met mijn zoon naar het zwembad. Dat is onderdeel van een Spa Wellness Resort. Het talent van Polen voor etikettering moet niet onder stoelen of banken worden gestoken. 1 volwassene en 1 kind zeg ik. Dat is 25 zloty. (omgerekend 8 euro) Ik haal 100 zloty tevoorschijn. De jongeman kijkt als door een adder gebeten. Maar dat kan ik niet wisselen, zegt ie. Hij stommelt nog wat met zijn vingers in de lege kassala. Ik zeg niks. Ik heb al vaker met dit bijltje gehakt. Gewoon stoicijns blijven kijken dan blijft het probleem waar het moet liggen. Hij kijkt nog een keer hoopvol in mijn richting. Ik vertrek geen spier. Dan vist hij uit zijn eigen portemonnee 50 zloty en zegt de rest krijgt u van mij terug als u weggaat, OK? OK zeg ik. Mijn zoon en ik lopen naar binnen. Er is geen kip, dat is mooi. Hij duikt het zwembad in en ik de sauna. Die is uit. Ik loop terug naar de balie met de jongeman. Wanneer zetten jullie de sauna aan, zeg ik. Hij hoort het te doen, zegt hij, ik kom zo. Hij doet wat hij heeft beloofd en communiceert er ook nog over: over een kwartier is hij op temperatuur. Dan komt het met het wisselgeld ook goed, dit is een Pool met eergevoel.
Dit was voor de hel losbarstte met een klas schreeuwende geestelijk gehandicapte kinderen, die mij allemaal gedag zeiden alsof ik de badmeester was.

zaterdag 3 september 2011

Doorgaand verkeer

...kijkt ze uit het keukenraam, de vochtige blinde muur in de poort. Ze doet de kraan uit en droogt haar handen. Loopt naar de tuindeuren. Zet die op een kier, op het haakje. Hoort een vrachtwagen de straat in rijden. Het huis trilt. De brievenbus kleppert. Een heuse ansichtkaart. De bibberige hand van haar oom. Eeuwige vrijgezel. Estheet. Dandy. Dat hij gelukkig is. Of alles niet zo kan blijven. Hij is 82. Ze zet water op...

donderdag 1 september 2011

Goede buur verre vriend

De ongunstige verhalen over onze buurman spoedden zich al vooruit voordat we de man ooit gezien hadden. Bij de Gezusters Kip (2 oude vrijsters van 60) die onze andere buren zijn had hij de toegang tot drinkwater afgesneden. Hij zit aan de goede kant van de berg die water geeft. En hij zit hoger. Omdat ze hem hadden gezegd dat ze dat geen goede zaak vonden, maakte hij ze bang door midden in de nacht rond hun huis te lopen.
Onze eerst contact bestond erin dat hij joviaal vroeg of hij zijn paarden op ons terrein mocht laten grazen, toen we er nog niet woonden. Als we niet gehoord hadden wat we gehoord hadden hadden we dit best goed gevonden. Maar nu zeiden we even niet. Dat vond hij niet leuk. Zo niet leuk dat hij beledigd was. Territoriumnijd.

Na een dooiperiode, een paar jaar geleden, begon het in maart weer te vriezen. Op die dagen zijn de wegen het gladst, want de sneeuw is dan dun op een onderlaag van ijs. En het strooisel is nog niet goed vermengd met de sneeuw. Als een oude opa reed ik met mijn Landrover de berg af. In mijn spiegels zag ik plotseling de buurman bumperkleven. Op een steil bospad. Stoicijns reed ik door, 50 meter lager kon ik pas opzij om hem er langs te laten. Maar dat zag hij anders. Hij gaf gas en stuiterde met zijn Landrover door de hoge sneeuw in het bos links naast mij. Tot hij zich realiseerde dat hij zelfmoord aan het plegen was en vol op de rem ging staan. Te laat want hij ramde mijn achterkant. 50 meter lager stopte ik en hij ook. Niets van excuses, maar een grote bek was mijn deel. Ik wees op de schade en zei hoe gaan we dit oplossen. Hij luisterde nauwelijks en zei dat lossen we wel een keer op. En reed weg. Dat vond ik iets te vaag en ik belde de politie. Die kwam en gaf hem een boete en zijn verzekering moest de schade vergoeden. En van een gewone vijand had ik nu een eeuwige vijand. Niet leuk, maar wel duidelijk.

Sindsdien patrouilleert hij eens per dag met zijn terreinwagen op de weg die onze terreinen scheidt. Hij rijdt stapvoets alsof hij een nationale grens bewaakt. In een slechte bui doet hij zijn raampje open spuugt hij op de grond en mompelt verwensingen van 1 kilometer afstand in onze richting. Wij zien dat en doen er verder niks mee. Zijn leven.

Gisteren was ik hout aan het kleinmaken met de kettingzaag. Oordoppen in en geconcentreerd sloeg ik geen acht op wat er om me heen gebeurde. Maar toen ik even opkeek, zag ik dat buurman niet ver van mij op zijn terrein een berk aan het vellen was. Zijn motorzaag was een echo geworden van de mijne. Een gillende samenzang van 2 haantjes. Een oorlogssymfonie in de toonsoort testosteron.

Geef mij dan maar de Gezusters Kip.

woensdag 31 augustus 2011

Erwin Kroll

Het is rustig, veel is er niet aan de hand. Later, ja later kan er nog wel eens iets gebeuren. Niet veel hoor, maar toch, ik ga het zeggen. Het wordt broeierig, daarna gaat het waaien. En niet zo'n beetje hoor, nee het gaat vreselijk te keer. Storm, regen, een tropisch zwemparadijs. Het hoort er allemaal bij. Dus het is goed als u zich daar op voorbereidt. Niet uw handschoenen vergeten, hoor. En die muts, ach die muts, die kunt u ook maar beter meenemen. Wat zeg ik, nee, zet hem op, dat is veel beter. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb, dan kan ik ook rustig slapen.
En daar blijft het niet bij. Behalve dat het vreselijk nat wordt wordt het ook vreselijk droog. Nu hoor ik u denken, dat kan niet. Nee, wacht even niet te snel. Dat ga ik u haarfijn uit de doeken doen. Het is een beetje technisch, maar dat moet kunnen. Tussen de druppels water is de lucht veel droger, omdat alle natheid geconcentreerd zit in de druppels. Ziet u wel? Vroeger zou ik daar zelf ook geen klap van geloofd hebben, maar het is gewoon zo. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, zal ik maar zeggen. Daarom raad ik u aan u in te smeren met een dagcreme. Het mag ook gewoon vaseline zijn of uierzalf, maakt allemaal niet uit als hij maar vet is.
En als u niet naar buiten hoeft, lekker binnenblijven. Dat is veel beter. Als u opstaat zet u gewoon een sterke bak koffie, zonder suiker. Want suiker is niet goed voor u, daar wordt u alleen maar dik van. En daarna klutst u wat eieren in de pan op ruim boter en laat dat alles goed heet worden. En wat heeft u dan gemaakt. Een topontbijt. Meer zeg ik er niet over.
Weet u wat? Ik verveel u niet langer met mijn gezeur. Het wordt een prachtige dag vandaag. Prachtig echt Hollands weer met een spat regen, een straal zon, flink wat wind en lekker koud.
Een beetje saai en een beetje spannend ook wel. Voor elk wat wils!
Geniet ervan zolang het kan!

dinsdag 30 augustus 2011

Alicja

Ik moet Alicja bezoeken. 
Alicja woont aan de andere kant van het dal. Het is het enige huis dat wij zien. En zij ziet ons. Ze is directeur geweest van de middelbare school een dorp verderop en nu met pensioen. Hoe oud ze is hangt van de dag af. Soms ziet ze eruit als 65 en soms als eind 40. Ze is getart door het noodlot. Eerst heeft ze 5 jaar lang haar moeder verpleegd tot die dood ging. En toen ze daarvan op adem kwam, kreeg haar man Michael kanker. Hij was professor in de literatuurwetenschap en zag er uit als een engel.
Ik ben er 1 keer geweest. Ze vertelde over het huis waar ze woont. Dat het van een Duitse arts was geweest, die ze er later had laten logeren omdat hij fantoompijn had. Ze is een soort oude hippie. Alle dronkaards in het dorp sidderen als ze eraan komt, want ze krijgen een veeg uit de pan als ze ziet dat ze laveloos zijn. Ze is blij met ons, er zijn hier niet zoveel mensen met wie je praten kan. En met het café dat we hadden, ze vond dat het een beetje licht en vrolijkheid gaf.
Het moet een jaar geleden zijn geweest dat ik haar met Michael voor het café zag lopen. Hij krabbelt op, dacht ik. 
Het begon te sneeuwen.
Tussen kerst en sylvester brandden voortdurend alle lichten in het huis.
Begin januari kwam ik langs het kerkhofje en zag een berg bloemen in het wit. Dat bleek voor Michael te zijn. 
Haar huis was onbereikbaar. 
Ik zag haar wegspieden met boodschappen, terwijl ik net mijn handen vol had met spullen voor het café. Geen goed moment. Of ik stond achter haar in een volle winkel en groette terloops. Geen goed moment. 
Het werd voorjaar en zomer. Aan werk geen gebrek.
Laatst zag ik haar weer in de supermarkt in het stadje. Ik liep naar haar toe en vroeg wanneer kan ik langskomen. Over Michael geen woord. Jij altijd zei ze. Dat is alweer een maand geleden.
Ik moet Alicja bezoeken.

maandag 29 augustus 2011

Belle Époque

Triny
de taart die we laatst aten in Polanica was veel smeuiiger, natter

Diny
wat je zegt deze is droog. Als je niet oppast krijg je de hik

Triny
en de slagroom komt uit een spuit

Diny
een supermarktspuit

Triny
er zit bijna geen appel in

Diny
zo heb je je geld snel verdiend. Wat kaneelpoeder, wat suiker een kwart appel en hopla

Triny
en de ober zijn overhemd hangt uit zijn broek

Diny
en het is niet gestreken

Triny
en zijn gulp staat half open

Diny
pas op, er zit een wesp bij je taart

Triny
ook dat nog

Diny
daar, nog een bij je koffie

Triny
we komen hier niet meer

Diny
nooit meer

Triny
het lijkt wel afrika

Diny
de locatie is mooi, maar de rest is een straf

Triny
en de pretenties...

Diny
de prijzen

Triny
ze hebben elk contact met de realiteit verloren

Diny
volgend jaar zijn ze failliet

Triny
dan is hier niets meer

Diny
overwoekerd

Triny
uitgewist

Diny
verdampt

Triny
over en uit

Diny
niets meer

Triny
niets

zondag 28 augustus 2011

Expiratie

Gestaar in boomtoppen, laptop op schoot, kan wat opleveren, maar meestal doet het dat niet. Je hebt naar je nagels zitten kijken, die je sinds een paar weken met rust laat. Je hebt een paar virtuele sigaretten gerookt. Je hebt jezelf 5 keer zien overlijden in dramatische scènes, waarbij je belooft dat je nu elke dag een spelletje met je kinderen gaat doen. Maar die belofte is gedaan onder druk, dus het is nog niet helemaal zeker of je er wel aan gebonden bent. Zo zit je jezelf misselijk te maken als een doorgedraaide zelfbestuiver. De ene gedachte is nog niet af of er komt weer een andere overheen. Moralistisch gezeur, anarchistische bravour, nichterig gekeutel, voortvarend huisvaderschap, giftig gestamp.

(Legt de laptop weg. Loopt naar de kwastenbak. Spoelt de kwasten schoon. Opent het verfblik. Roert de verf. Tilt de deur uit de scharnieren. Legt de deur op de schragen. Schuift het krukje bij. Zet zacht muziek aan. Doopt de kwast in de verf. En begint te schilderen.)

vrijdag 26 augustus 2011

Culinaire woestijn

In een straal van 100 kilometer kun je bij ons niet eten. Alsof het om een samenzwering zou gaan heeft elk restaurant dezelfde Traditionele Gerechten op de kaart staan. Alsof er maar 1 Kookboek bestaat. Langs de weg zie je borden met Pools Eten of Ons Eten of nog uitnodigender Ons Vreten. Blijkbaar appeleert dit aan een boereninborst van aanschuiven, de pullen aanstoten, naar binnen schuiven en naar het schijthuis lopen, ik weet het niet.

Wat staat er op de kaart?
Meelballen gevuld met smakeloos gehakt vlees, zoiets wat ze bij ons in de frikandellen stoppen, maar dan zonder zout. Of gewoon meelballen gevuld met meelbal met een smakeloze paddenstoelensaus. Of meelballen met een gat erin met een andere indifferente saus. Of iets wat kroket genoemd wordt, maar een meelrol is met smakeloos gehakt vlees erin, overgoten met ja, een smakeloze saus. Eigenlijk allemaal eten dat wij in het slechtste geval aan baby's geven. Zacht, papperig en zonder smaak. Alle groenten zijn stukgekookt. Van 'al dente' hebben ze hun langzalzeleven niet gehoord. Niet aangemaakte rauwkost. Aanmaken wat is dat? Een variatie op de smakeloze vleessauzen is de zuivelsaus. Te pas en te onpas wordt yoghurt en mayonaise over het eten geflikkerd. Koude rode wijn en warme witte wijn. Ook sherry, port en cognac heet hier wijn. Alles is wijn. Je hebt geluk als je een fles droge witte of droge rode wijn aantreft. Veelal is het muscaat-achtige bocht uit Bulgarije of Kroatie. Bier dat niet goed gekoeld is omdat het geld kost om de ijskast aan te zetten. De bediening is in de meeste gevallen uitgestreken, ongezellig en vijandig.
Onnodig te zeggen dat men van smaakharmonie geen kaas gegeten heeft. Eten wordt lukraak of volgens dat ene kookboek bij elkaar gedaan en dat moet dan lekker zijn.
Men heeft wel op plaatjes gezien hoe in het Westen het eten eruit ziet, dus in het beste geval krijg je een visueel kunstig gecomponeerd bord voor je neus, waar vervolgens geen touw aan vast te knopen is. Het oog wil wat, maar de tong is een leugendetector.

Hieronder een aantal gerechten waarbij de Poolse ziel gaat gloeien van trots maar die niet meer zijn dan proletarische happen.
Rosół, heldere kippesoep. Hier wordt hoog over opgegeven (wordt op huwelijken en communies geserveerd), maar het stelt niks voor. 
Bigos. Een warme zuurkool-vleesschotel. Dit is nog best lekker, maar het blijft een prutje. 
Flaki. Varkensdarmensoep. Klinkt heel smerig. Textureel is het dat ook. En het stinkt naar stront. 
Pierogi. De al genoemde gevulde meelzakjes, groter dan tortellini, en gevuld met aardappelprut, paddenstoelenprut, of jam. En soms gebakken en overgoten met een boter-, uiensaus. Als je er 1 van eet, kijk je naar je bord en vraag je je af waarom je door zou gaan.

Summa summarum is er een tendens om alle natuurlijke smaken te dempen met stukgegookte pasta of saus. Je eet dus vooral prut. Het naar boven halen van natuurlijke smaken en het ook mogen zien van het product in zijn primaire vorm zoals in de volwassen Westerse keuken begrepen is, dat idee kan hier niet op maatschappelijk draagvlak rekenen.
Het proletarische eten is te dierbaar. Ook Polen die reizen zijn niet op andere gedachten te brengen. Het ronken over de eigen keuken is een hardnekkige blinde vlek.
(Hoe boerenkeukens kunnen verschillen. De Franse keuken is van origine ook een boerenkeuken. Maar de ene boer is de andere niet.)

Tot slot nog de opmerking dat bij Polen enig vermogen tot zelfreflectie als het gaat om het duiden van hun keuken ontbreekt. Men likt zijn vingers er bij af. Het zal nog wel een generatietje of wat duren voordat men de eigen keuken in het juiste perspectief durft te zien. Je moet ook niet teveel dingen tegelijk willen veranderen.

maandag 22 augustus 2011

Oz

[Naar aanleiding van de film The Wizard of Oz (1939)]

Het gordijn werd opzij getrokken en daar stond een oude man achter de knoppen te zweten. Als kleine jongen moest ik daar onbedaarlijk, ontroostbaar en schokschouderend om huilen. Waarom?

De film na zoveel jaar, en nu ik zelf kinderen heb, terugkijkend, probeer ik erachter te komen waarom ik toen op dat moment van de film door de vloer zakte. Het was diepe diepe ontroering. Ik kan me nog het gevoel herinneren van daarna. Een ervaring van absolute stilte en leegte. Een ervaring dat alles zinloos is. En dat ik er ondanks die zinloosheid ben en er iets van moet proberen te maken.

Wat lag ten grondslag aan de ontroering?
Verdriet? Nee, want het was niet treurig te weten dat er iemand aan de knoppen zat en dat het land Oz van a tot z bestuurd werd door de Tovenaar. Opluchting? Nee, hoewel het een prettige gedachte was dat de grillen van het noodlot allemaal in scene waren gezet en dat een stabiele gecontroleerde wereld zonder verrassingen in het verschiet lag. Hoewel? Hoewel? Was dit wel zo'n verbetering? Hoe dan ook dit lag niet ten grondslag aan mijn ontroering.
Medelijden. Uit medelijden? Ja. Hoe? Dat ga ik nu proberen onder woorden te brengen. Het gevoel is er, ik kan het nog terughalen. Maar waar dat gevoel vandaan kwam weet ik niet. Het is duister. Hier probeer ik licht op de zaak te krijgen. Loopt u mee?

Even voor de ontmaskering, worden Dorothy en haar vrienden nog afgesnauwd door een reusachtige projectie van de tovenaar, maar als het hondje Toto het gordijn opzij trekt, blijkt dat de tovenaar niet meer is dan een zwetende oude man die met veel kunstgrepen de illusie in stand probeert te houden van een omnipotente tovenaar. Er zit een element in van intense dankbaarheid dat iemand zich de moeite getroost om de schijn op te houden. En van herkenning en ontnuchtering dat dat hele Oz natuurlijk niet waar kon zijn en dat er iemand aan de touwtjes moest trekken. Dat het allemaal neerkomt op geploeter, gezweet en gezwoeg en dat die hele toverwereld niet bestaat.

Wat een kleine jongen allemaal niet kan voelen.
Maar ik denk dat het op het volgende neerkomt. De zwart-witte wereld in Kansas is wat Dorothy 'ziet' voordat ze geboren wordt. De storm is Dorothy's geboorte en Oz is haar leven. In haar leven heeft ze de opdracht om uit te zoeken hoe het leven in elkaar zit. Het volgen van de yellow brick road leidt naar de ontwarring van het mysterie. De ontdekking van de tovenaar van Oz is de ontrafeling van het mysterie van het leven en de kennismaking met de Schepper. Wanneer Dorothy Oz verlaat en terugkeert naar Kansas, keert ze terug naar de staat van voor haar geboorte, het continuum tussen dood en geboorte. Ze heeft haar leven gedroomd en de winst is de kennis die zij heeft verworven.

De logica van de film volgend is het 'echte' leven dus Oz, en zit er 'ergens' een Schepper achter de knoppen. Alles wat wij zien is luchtspiegeling en zinsbegoocheling georkestreerd door de Creator.

En hiermee is het antwoord voor mijn ontroering gegeven. De suggestie dat het allemaal in scene is gezet, dat er een Masterplan aan ten grondslag ligt, dat er iemand over ons waakt die tot overmaat van ramp ook maar een hulpeloos schepsel blijkt te zijn, zoals wijzelf. En die je dat niet kwalijk neemt, integendeel. Je wilt hem troosten, zoals jezelf getroost wil worden. En zo is het mysterie van het leven ontrafeld: veroordeeld zijn tot het troosten van elkaar in een wereld van duisternis.

Ik beweer hiermee niet dat ik de pretentie heb te weten dat het Universum zo in elkaar zit als hierboven beschreven. Ik hou me alleen bezig met de suggestie dat dat zo zou zijn. En dat dat ontroert.
Of het waar is of niet interesseert mij niet. Wat mij interesseert is of het een goed verhaal is. Om dat verhaal moest ik huilen.

zaterdag 20 augustus 2011

Tempomaat

Liggen in het gras. Loom. Loom. Geen zuchtje wind wind. 
Lucht als een kathedraal staat te pronken in een harnas van blauw. Beroepsijdeltuit. Niemand die wacht. 
Een boek nog lezen. Een blok beton. Een kussen waarop de slaap geen vat krijgt. 

Zon teistert. Knalt een etmaal uit elkaar. Een etmaal houten honden die hun draai niet kunnen vinden naar de maan blaft. Stijf aan de ketting. Gek van woede. 
Prikken sprieten, klein gedierte. Weet niet wat. Moet hiervan houden. Knettert het. Knettert wat? Het. Walgelijk het is. Dit nietsdoen. Geef acht. Staat op. Vraagt om schaduw. Een koele hand. Weg uit dit land. Weg. Weg. Die glimlach. Die zieke grijns. Die inrichtingsgrimas. 

Een vraag nog. Een. En nooit antwoord.

donderdag 18 augustus 2011

Joke

Hallo Deventer! Wat fijn om hier weer te zijn! Ja, ik zie tante Jans en Ome Sjors zijn er ook! En Triny en Diny. Lekker hoor! Luister lieve mensen, we gaan er een fantastische avond van maken. We hebben alleen de beste artiesten meegenomen die voor jullie hun mooiste liedjes zullen brengen. Liedjes over geluk en verdriet. Ja, mensen we doen ons niet beter voor dan we zijn. Ieder heeft wel eens tegenslag in zijn leven. Maar gelukkig hebben we elkaar. Vanavond, mensen, vanavond gaat het dak eraf. [groot applaus] Eerst zingt Joke 'Een leeg huis en 7 rozen', gevolgd door Dikke Dree met de meezinger 'Het is feest zolang mijn glas vol is'. Daarna is het tijd voor Jelle met zijn gloedvolle 'Als jij niet van me houdt, dan zwaait er wat' en Marije met 'Zondag is Koopdag'. Voor de pauze komen de Meisjes van Plezier met 'Ik zag je lopen en toen begon ik te lopen' en Klazien uit Klazienaveen met 'De klokken van Klazienaveen'. In de pauze staan Mia en Rokus voor u klaar voor de inwendige mens en Mevrouw van Zanten van de retirade voor de uitwendige mens. Na de pauze Joris Driepinter met 'Een vrouw zoals jou'. Dan Dulle Klaas met het gevoelige 'Voor jou 10 anderen'. En lieve, lieve mensen, alsof dat nog niet genoeg is De Uitsmijters met ''s Avonds krijg ik honger' en de Afzakkers met 'Jij bent mijn dikke prinses'. Maar dat is nog niet alles. Wat zou een feestavond zijn zonder Stijn Akerboom met zijn nummer 1 hit 'Ik voel het, ik heb het heet'. Of Esmiralda met 'Het moet nu'. Zelf sluit ik de avond af met een medley van 'Het kriebelt overal', 'Kom er maar in' en 'Als ik te vroeg kom is het feest'. Wat u? Had u nog wat anders gewenst willen hebben? Ik dacht het niet. Goed, lieve mensen, we wachten niet langer. Veel, heel veel plezier met ons allerliefste, allerbeste en alleroudste museumstuk van het Nationale Lied, ze is zo gek als een deur, dat weten we allemaal, maar ze heb een klein hartje, ja hoor, daar komt ze, is ze het, ja ze is het, de Grootste van allemaal, letterlijk en figuurlijk een Dijk van een Vrouw. Maak plaats en pas op voor [lacht]: Joke. [luid applaus]

dinsdag 16 augustus 2011

Delen

Mijn zoon van 4 eet een ijsje op een terrasje. Naast hem zit een bejaard echtpaar. De vrouw vraagt om een likje. Als grap, natuurlijk. Maar daar heeft hij geen boodschap aan. Hij steekt zijn ijsje in de richting van de oude vrouw en zegt: alsjeblieft. De vrouw moet glimlachen en bedankt voor het aanbod. Zij en haar man bloeien open en beginnen tegen mij een zeurverhaal over dat vroeger alles beter was. De arm van mijn zoon druipt inmiddels van het ijs en wij druipen af naar de auto want de bejaarden zijn inmiddels ongeremd aan het leeglopen over vroeger. Dat was nu ook weer niet de bedoeling.

zondag 14 augustus 2011

Welk land

Van welk land is die vlag? schreeuwt een (Poolse) wandelaar vanaf mijn hek wijzend op de Nederlandse vlag. Van Monaco, roep ik. Oh, zegt hij, ik dacht van Nederland. Waarom vraag je het dan, zeg ik. Hij spuugt op de grond, bromt iets en loopt door.

woensdag 10 augustus 2011

Dorp

Midden in het hoogseizoen is er een bedrijvigheid in het dorp dat het een aard heeft. Iedereen heeft wel wat te doen. Józek veegt zijn stoepje. Janek koopt een zak met uien. Czarek kotst over de reling van de brug. Dziadek verbrandt zijn huisvuil achter het hotel. Ola bekijkt zichzelf in de spiegel en moet niezen. Heniek en Reniek schoppen Waldek wakker, want ze hebben nog een vordering op hem uitstaan van 1 euro. Marysia roert in een pan met al het lekkers dat overschoot van het feest van gisteravond. En Balanga ligt aan de kant van de weg in zijn blootje gymnastiek te doen.
Dus als iemand je vraagt, wat is de plek op de aarde waar een ieder doet wat hij kan, dan is dat in ons dorp. Wat een liefde! Wat een ernst! Wat een toewijding! En wat een vrolijkheid! Want ondanks alle capriolen, escapades en een enkele augurk die over de datum is, zijn het louter patriotten die hier wonen. Dat zie je zo. Een en al vaderlandsliefde. Bij elke gelegenheid die zich aandient wordt geproost op de toekomst van ons mooie land. En zelfs als er helemaal geen reden voor is, dan is er altijd wel een historicus die zich een veldslag herinnert die op de kop af 317 jaar geleden is gewonnen.
Met zoveel trouwe vaderlanders is de toekomst in goede handen.
En zelfs vreemde snuiters die onze gewoontes niet kennen, worden pardoes enthousiast. Zo aanstekelijk is onze vrolijkheid!

dinsdag 9 augustus 2011

Mauerfall

In 1989 zat ik op de Toneelacademie. De Telegraaf slingerde ergens op een tafel in de kantine. De televisie stond op MTV met een huilende Sinead. Nothing compares to you. De regen sloeg tegen de ramen. Het amfitheater lag er donker en troosteloos bij. Een paginagrote foto van mensen op de muur. Niemand leek acht te slaan op die foto. Maar ik kon niet stoppen met ernaar te kijken. Ik was 7 jaar eerder al in de DDR geweest, dus misschien leefde het voor mij wat meer. Van het 'Wir sind das Volk' dat in Leipzig op een plein door de mensen werd gescandeerd gingen de haren op mijn armen recht overeind staan. Opeens werd de o zo belangrijke Toneelacademie met zijn genadeloze afvalsysteem heel klein. Het gepraat over rollen en leraren, het vermogen of onvermogen je kwetsbaar op te stellen, het voorrecht om je helemaal te focussen op je al of niet aanwezige 'innerlijk landschap' schoof naar de achtergrond. In Duitsland gebeurde het. Misschien wel de grootste historische verschuiving van na WOII. En studenten bestelden nog een broodje bal gehakt bij Mia en zaten te zeuren over het weer. Voor mij was het een uitkomst: met dat toneelspelen wist ik het allemaal niet zo. Ik had er geen greep op. Kon er geen afstand van nemen. Kon het geen plek geven. Was er bang voor.
Bij wat er gebeurde in Berlijn voelde ik me veilig. Dit was mijn ding. Als kleine jongen was ik al gefascineerd door die ondoorgrondelijke Tartaarse trekken van Breznjef. Die onbegrijpelijke stijfheid. Dat dodelijke formele. Ik haatte de zichtbare zelfgenoegzaamheid van de communistenleiders uit de grond van mijn hart en had diep medelijden met de mensen die onder de politburo's moesten lijden. Ik kon nu een rekening vereffenen. Zelf helpen de muur af te breken en de mensen steunen die daarmee bezig waren.
De vaagheid van de Toneelacademie voor een paar dagen verruilen voor een glasheldere missie.
Ik wist dat dit alles bol stond van de, misschien wel valse, pathetiek, maar dat kon me geen ruk schelen, dan maar pathetisch. Ik had lucht nodig. Berliner Luft.

Ik kreeg 3 andere studenten zover om met mij een auto te huren en we reden op zaterdag 18 november 's middags weg. We waren rond 22.00 uur bij Helmstedt en daar begon het al: ellenlange rijen puffende Trabanten met opgewonden Ossies gingen de andere kant op. Misschien doen ze morgen de grens weer op slot. Seize the moment. Wegwezen zolang het kan.
Diep in de nacht kwamen we aan in Berlijn.
We hadden gehoord dat je moest zijn bij de Potsdammer Platz. We parkeerden de auto in de buurt. Ossies stonden in de rij bij de bank voor hun welkomstpremie van 100 D-Mark. Op zondag!
Je hoefde niet eens te vragen waar een gat in de muur was, want je hoorde de hamerslagen van ver in het beton ketsen. We volgden het geluid en kwamen uit bij een gat. Ik vroeg aan iemand een hamer en begon zelf in de Muur te bikken. De stukken muur heb ik nog in een doosje.
Applaudiserende West-Berlijners bij het binnenkomen van Oost-Berlijners die het Westen binnengulpten alsof ze geboren werden. Ja, het was een geboortefeest. Mensen waren uitzinnig. Rafelig, armoedig en in foute spijkerbroeken werden de Ossies als helden op de schouders geslagen. Huilen, lachen, ongeloof. Het is niet waar. Dit is een droom. Dit gebeurt niet. Nog een keer krijg ik een hamer in mijn hand geduwd. Nog een keer beuk ik de muur aan stukken. De splinters vliegen langs mijn gezicht. Droom ik? Met elke hamerslag probeer ik mijzelf te wekken uit de droom waaruit ik niet wakker wil worden. Laat het geen droom zijn. Laat het geen droom zijn. Dit. Verdomde. Stuk. Be. Ton. Moet. Ver. Splin. Terd. De Vopo's stonden erbij en keken ernaar. Niet gewend aan een rol in de marge. Nog steeds kon er geen lachje vanaf. Ze zullen wel gedacht hebben. De wereld is gek geworden. Ons koren gaat wel weer eens bloeien. Voor elke onderdrukker zijn er wel handlangers te vinden.
De vrolijke anarchie van die dagen eind november 1989 moet voor de Oost-Duitsers een cultuurschok zijn geweest. Iedereen loopt door elkaar. Massa's mensen. Er is geen politie en dat gaat zomaar goed. Onbegrijpelijk. Is dat vrijheid?

Verdere herinneringen zijn onzichtbaar in de mist van de tijd.
Dat we terugreden van de Grote Wereld van Berlijn naar de Kleine Wereld van de Toneelacademie in Maastricht, weet ik nog.

zondag 7 augustus 2011

Het hermetische Oosten

In een stad van blokkendozen staat in het centrum een fremdkörper. Een, laten we zeggen, 18e eeuwse kerk. De kerk is niet verlicht, je weet niet waar de ingang is, er staat geen bordje op hoe de kerk heet, wanneer er diensten zijn. Als een duistere, koude reus rijst hij op uit het midden van de stad. Er is ook een restaurant, tenminste dat staat er op. Dit restaurant is in een donkere blokkendoos. Voor de kleine ramen hangt vitrage. Binnen brandt geen licht. Geen verlichte menukaart in een kastje. Geen reclamebord met een rondbuikige, vrolijke kok. Er is ook een winkel in de stad, tenminste dat staat erop. Ook in een blokkendoos. Als je naar binnengaat doet de eigenaar het licht aan. Op de schappen liggen een paar artikelen. De mensen in het restaurant en de winkel wekken niet de indruk dat ze blij zijn een ander levend wezen te zien, integendeel, het lijkt erop dat ze met rust gelaten willen worden. En bij de kerk is helemaal geen levende ziel te bekennen.
Het restaurant en de winkel bestaan al bijna niet, de kerk bestaat helemaal niet. Hij is er wel, maar heeft geen boodschap aan zijn omgeving. Is buitenstebinnen gekeerd.
Wie wil daar nou binnen kijken? Het is graag of niet. Men staat vast niet te springen om de deur open te maken.
Maar het zou zomaar kunnen dat diezelfde kerk wel verlicht is. Men heeft dat ooit gezien in een warm land. Of op een plaatje van een warm land. Maar men heeft niet nagedacht over de kleur van het licht. Gewoon maar een lamp gekocht die voorhanden was. Met koud licht. Zuinigheidshalve schettert het ijskoude licht tegen de voorkant van de toren aan. De andere kanten duister, want het geld was op. Het centrum wordt hiermee zo gezellig als een cafeteria dat baadt in tl-licht.

Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat het mensen zijn die ervoor zorgen of de decorstukken in hun omgeving wel of niet tot leven komen. Het verdriet, de onverschilligheid of juist de zorg komen tot uitdrukking in wat gebouwen zeggen.

In het voormalige Oostblok stikt het van de de decorstukken die niet ontsloten zijn. Gebouwen die mooi zouden kunnen zijn, maar met een hoge rug naar de straat toe staan. Gekwetst, moe en kapot. Of in het beste geval pompeus, maar ontoegankelijk.

Maar het is niet alleen dit, want de Bijlmer is ook geen feest van gezelligheid.
Een gebouw waar mensen wonen hoeft niet uitnodigend te zijn, want dat is niet de functie ervan, al is het wel mooi meegenomen.
Het is ook de noodzaak voelen of de vlag de lading dekt. Met andere woorden, als je een winkel begint, maak er dan ook wat van, en begin er anders niet aan. Laat het licht branden. Zet de bloemen buiten. Tover een glimlach op je gezicht. Of als je het beheer hebt over een kerkgebouw, voel dan de verplichting het de uitstraling van compassie te geven, in plaats van afstandelijkheid en duisternis.
Doe je ding consequent en professioneel. Wees geen amateur.
Ja maar, het is een geldkwestie. Nee, het is geen geldkwestie. Het is mentaliteit.

Prevaleert in het Westen vaak de bewegwijzering, de uitleg, ontsluiting en openheid, in het Oosten lijkt het wel alsof men zich geen raad weet met het hebben en geven van overzicht. Men neigt naar fragmentatie, inconsequentie, geheimhouding en hermetische geslotenheid.

zaterdag 6 augustus 2011

Fred Oster is de kwismaster

Dan baken ik de borders af met bielzen. In mijn black-en-decker gemaaide gazon leg ik flagstones, zodat het tuinhuis met rieten dak bereikbaar is. Op de nok staat een windvaan in de vorm van een gans, zodat ik kan zien uit welke hoek de wind waait. Aan het eind van de middag ga ik aan de sherry die ik zelf uit een vat getapt heb bij de slijterij, mijn zoon krijgt een shandy, we eten een zak wokkels leeg met een dipsaus van mayo en ketchup. We gebruiken de Playboy met Jerney Kaagman als onderzetter. Moet kunnen. De pick-up van mijn AKAI-stereo-installatie speelt Oxygene van Jean Michel Jarre of Breakfast in America van Supertramp terwijl we in de erker zitten van thermopane op een vloer van oude walen. We hebben de vloerbedekking weggedaan toen we de zitkuil lieten metselen en meteen overal straatklinkers ingelegd. Als de zon bijna ondergaat laten we de jaloezieën neer voor de schuifpui, zodat we niet verblind worden. Ik kijk op mijn Seiko-quartzhorloge. Om half negen begint de Wiekentkwis. Op mijn witte SONY-Trinitron met tiptoetsen. Ik steek een Dunhill op. De Ford Sierra staat te glimmen op het tuinpad. Fred Emmer leest het journaal en Fred Oster is de kwismaster.

donderdag 4 augustus 2011

Sie gehen so anders (2)

Twee vrouwen uit Nederland zijn op reis in de DDR. In de trein op weg naar Berlijn zitten ze tegenover twee Oost-Duitse vrouwen met een netje appelen. De Nederlandse vrouwen praten honderduit en worden geobserveerd door de Oost-Duitsers. Één van de vrouwen kijkt in haar netje met appelen. Bij de controle door grenswachten van de DDR doen de Nederlanders hun best om zich niet te laten intimideren, wij hebben niets te verbergen. Hoe strenger de grenswacht kijkt, hoe uitbundiger ze praten. Kont tegen de krib. De Oost-Duitse vrouwen krimpen ineen, worden nog kleiner dan ze al waren. Wie het laatst lacht in de democratische republiek, lacht het best. Één van de vrouwen kijkt in haar netje met appelen alsof het bonbons zijn. De trein boemelt het eerste Westerse station binnen. Houdt halt. De twee Oost-Duitse vrouwen doen het raam open en kijken naar de mensen op het perron. Het is voorjaar. Gebiologeerd staren ze naar de mensen uit de Andere Wereld. Totdat één van hen zucht:"Gertrud, sie gehen so anders".

Opvoeding

Ze zat elke middag te wachten tot de gaarkeuken open ging. Zodra dat gebeurde keek ze in de pannen om te controleren waar de kleinste korrels in zaten. Hoe kleiner de korrel, hoe minder water, hoe groter de voedingswaarde. Ze kreeg 5 afgestreken pollepels in haar pannetje. En een stukje van iets dat brood genoemd werd. Ze liep over het kampterrein naar het hutje waar haar moeder, Tantan (tante Annie) en 2 zussen zaten te wachten. De rijst en het brood werden verdeeld over 3 maaltijden per dag.

Rechtop-Buigen-Rechtop de kampcommandant Sonei Kenichi die bij volle maan veranderde in een weerwolf en de vrouwen dan uren in de brandende zon op appel liet staan. Plus andere wreedheden.

Van het lofje, de zilveren 12-delige casette, het huwelijkscadeau dat haar moeder verborgen had voor de Japanners, de 'Jappen', werden lepels klaargelegd.
Zo aten zij hun rantsoen met zilver. Levertraan op de valreep meegenomen uit Holland voor de vitamines. En als toetje een voordracht van haar moeder van het pompeuze gedicht 'Scheeps-praet' van Constantijn Huygens, dat gaat over het vermogen de moed niet te verliezen.

De Nederlandse identiteit bestaat.

donderdag 28 juli 2011

Collateral damage

Dat de scherpe bewoordingen waarmee Wilders zijn overtuigingen naar voren brengt in zieke hoofden aansporingen kunnen worden om geweldadige dingen te doen is collateral damage. Volgens de definitie is bijkomende schade de onbedoelde of toevallige schade bij het beoogde doel.

Zijn aanvallen kunnen slechts de vorm hebben die zij hebben, omdat gebleken is dat verzachting van toon geen effect heeft. Dat heeft decennia oude politiek laten zien. Politiek correct eromheen draaien leidt tot niks.
Dat links Nederland de aanslagen in Noorwegen aangrijpt om te pogen Wilders in een causaal verband te stellen met de dader is even begrijpelijk als verwerpelijk. Begrijpelijk vanuit het belang van links om Wilders te willen beschadigen en verwerpelijk omdat ook links begrijpt dat Wilders Wilders niet kan zijn zonder zijn manier van politiek bedrijven.
Volgens de redenering van links zou de Koran in gecensureerde vorm herschreven moeten worden, omdat Jihadisten in naam van extreme letterlijk genomen passages terreurdaden plegen. Maar dit doet links niet. Ze richten zich, als zij dit al doen, op het veroordelen van de plegers. Aanslagen uit de salafistische hoek zijn ook collateral damage van een geloof dat de pretentie heeft vreedzaam te zijn. Daarom is de opstelling van links om Wilders ter verantwoording te roepen en in verband te brengen met de bloedbaden in Noorwegen een opportunistische poging Wilders uit zijn evenwicht te brengen. Het komt in hun straatje te pas.
Wilders zou wel gek zijn als hij zich door deze losse flodders van links uit zijn tent zou laten lokken. Hij heeft exact gedaan wat nodig was. De dader loszetten van zijn gedachtegoed. Gekken zullen er altijd zijn, als de vergelijking al op gaat, want uit moslim-fundamentalistische hoek lijkt het meer op structural non-coincedental damage. En als we kijken hoeveel verknipte figuren met baarden er in berggebieden rondlopen die uitzijn op de totale vernietiging van het Westen en hoeveel slachtoffers door hen zijn gemaakt, dan is het vergoten bloed in Noorwegen, hoe erg ook, daar een lachertje bij.
Maar het gaat hier niet om een winst- en verliesrekening in bloed.
Het gaat om het onterecht koppelen van het recht op het vrije woord aan massaslachting.

Hoe dan ook, links zal na het zomerreces elke scherpe uitspraak van Wilders aangrijpen om te wijzen op de gevolgen die dat volgens hen kan hebben. Plotseling zullen er te pas en te onpas labiele gekken te berde worden gebracht die mogelijk op afgelegen boerderijen aan het knutselen zijn. Het antwoord van Wilders moet dan zijn dat de bergen en steden van Afghanistan en Jemen vergeven zijn van Breiviks en dat als hij zou stoppen met zijn scherp gestelde waarschuwingen ons land uiteindelijk een gevaarlijke plek zou kunnen worden.

Wilders moet dus vooral blijven doen wat hij doet, ondanks het risico dat ontspoorden zijn ideeën als voedingsbodem kunnen gebruiken om verkeerde dingen te doen. Gekken doen van alles en het door elkaar halen van oorzaak en gevolg is nu juist wat hen tot gestoorden maakt.

Voor Wilders moeten de voordelen van zijn uitspraken de doorslag geven boven de ongewenste nadelen.

dinsdag 26 juli 2011

Pipootje

Na een afschuwelijk lange bevalling kwam haar premature kind in de couveuse van het Annapaviljoen van het OLVG. Na wat slaap wankelde zij naar het zaaltje. Het kindje had nog geen naam, daar was geen tijd voor. Ik moet mijn eigen kind er toch zo uithalen, blufte ze toen ze de 15 couveuses overzag. Maar ze vergiste zich. Ze moest zuster Mefila vragen. Daar, zei ze. Op het kaartje stond 'Pipootje'. De zusters hadden geen ander aanknopingspunt dan de TV-serie Pipo de Clown, waarin mijn moeder de rol van Mammaloe speelde. Pipootje werd al snel Filippus.
Het was begin september 1965.
Ik was dus al beroemd voordat ik onbekend werd.

maandag 25 juli 2011

Lieve Marc-Marie,

Wat ben je toch een bijzonder mens!
In de Zomergasten van gisteravond tilde je de hele uitzending op. Ademloos heb ik zitten kijken. Je subtiele observatievermogen en je sensitiviteit voor je gesprekspartner, maakten dat je open kon bloeien en jezelf kon laten zien aan de kijkers. Hoewel het de rol is van Jelle BC om zijn gast bij de les te houden, had ik het gevoel dat jij dat bij hem deed, omdat je anders niet genoeg kon vertellen.
Het wonder is dat je ondanks dat je precies weet wat je doet op TV, je toch niet je eerlijkheid verliest. Er komt geen cosmetische laag overheen die je als kijker het zicht ontneemt, zoals bijvoorbeeld bij Paul de Leeuw die veel te goed weet wat hij doet en overbewust is, waardoor je een voorgekookt potje te zien krijgt. Bij jou niet. Want je stelt je kwetsbaar op. En dat is geen trucje. Je keuze voor een fragment met Mies Bouwman is daarom logisch: je bent uit hetzelfde hout gesneden. Ook jij bent in staat onder hoge druk jezelf te blijven, zonder smaak- of kleurstoffen. Ook uniek van je is dat met je eerlijkheid geen zwaarte meekomt. Je bent geen zeurderige dominee die alles weet, maar juist licht van signatuur.
Temidden van een leger aan BN-ers die niemand kent en die maar nauwelijks stralen ben je misschien wel de enige nieuwe ster die we hebben in Nederland. Op één lijn met Toon Hermans, Rudi Carell en Wim Sonneveld.

Waarom ben je zo goed?

Omdat je je helemaal uitlevert aan je publiek. Omdat je over alles zelf nadenkt en niets van een ander aanneemt, voordat je er zelf naar gekeken hebt. "Is dat wel zo?" is een vraag die je voortdurend stelt. Wat je zegt is daarom steeds nieuw en sprankelend, want je bent het tegenovergestelde van lui. Je denkt over alles na, maar tegelijkertijd was je in het gesprek van Zomergasten volstrekt open en had je jezelf niets van tevoren opgelegd. Daardoor kon alles gebeuren.
Je wilt verbinden, houdt van mensen en wil dat ze hun problemen voor even vergeten. Dit is een verademing na meer dan een decennium van kwade clowns, die belachelijk maken van het publiek als kunstje hadden.

Ik ben waanzinnig benieuwd naar wat er nog gaat komen. Ik hoop dat je het aandurft (en de kans krijgt) om nog een keer een Zaterdagavond-feelgoodshow te presenteren, waar heel Nederland naar MOET kijken en die alle kijkcijferrecords verpulvert.
Je kan het, Marc-Marie. Je kan het.

Waar is de zon die mij zal verwarmen
Waar zijn jouw armen en waar is de bron
Waar is het licht dat eindelijk zal schijnen
Dat de kou doet verdwijnen
Ik zoek jouw gezicht

donderdag 21 juli 2011

Bon appetit




De foto hierboven staat langs een doorgaande weg in de Poolse stad Klodzko. De man ziet eruit als een mannelijke heks die zich vernkneukelt over het brouwsel dat hij bereidt om tegenstanders te vergiftigen. De zieke glimlach verraadt het brein van een waanzinnige, die niet op posters thuishoort, maar in een inrichting.
Je hoort hem, a la Marten Toonder, kakelen, hè hè hè.
Nee, dit is geen anti-reclame om je het eten van vlees tegen te maken, maar een mislukte poging mensen te verleiden vlees te kopen. Om het allemaal nog erger te maken moeten we geloven dat de man geen (vieze) kok, maar een monnik is, kijk maar, hij heeft een pij aan en een koord om zijn bespekte heupen. Geen door onthouding getekende monnik natuurlijk, maar eentje die het ervan weet te nemen en als digestief zijn stinkende jodocus tevoorschijn haalt om zich te vergrijpen aan de koejongen die gehurkt op een driepoot aan het melken is.

De bedenker van de campagne had het volgende voor (zijn wazige) ogen: We laten de vleesproducten van onze klant presenteren door een monnnik. Hiermee wekken we de indruk dat het gaat om producten die op ambachtelijke wijze en zonder kunstmatige toevoegingen zijn gemaakt.
De illusie van het zuivere klooster wordt hier nog gepikt. De duistere kant van het celibaat kan hier nog net geforceerd onder het tapijt gehouden worden.
De lach van de monnik werd door de bedenker niet geinterpreteerd als sluw en verdorven, maar als genietend en kwaliteitsbewust.
Hoeveel stront kun je in je ogen hebben.

Campagnes om vlees te promoten zijn een uitdaging. Als ik een folder in de bus krijg van de witte slagerij ga ik direct kokken en zweer ik keer op keer bij de Cocosborstels Van De Deurmat om alleen nog planten te eten.
Je kunt beter Mozartkoeien laten zien op een Alpenflank met een lachend gezelschap op de voorgrond. Vlees moet je niet letterlijk nemen.
Als deze campagne effectief is, dan zegt dat alles over de Poolse consument.
De slierterige hoop vlees waar de monnik met 1 hand iets uithaalt is geen aantrekkelijke dis maar een kluwen riekende ingewanden. Bon appetit!

Ik was er al 100 keer langsgereden. En elke keer moest ik glimlachen om het amateurisme. En om het nog erger te maken. Er is er nog een van. Die houdt u nog van mij tegoed. Ook een man. Maar in een wit slagerspak. En met een treurnis in zijn ogen alsof hij zojuist zijn schoonmoeder heeft gefileerd en niet weet hoe hij alle sporen daarvan kan uitwissen.

En nu de vertaling.

Ik weet dat ik goed eet!!!
En jij?

Voorraadkamer
van Traditionele
Poolse
Specialiteiten
vanaf 1989

in Koremba
***

Klodzko
Poolse Legerstraat - naast banketbakkerij

maandag 18 juli 2011

Wiktor

Wiktor is fysiotherapeut. Hij heeft een stuk land van 5 hectare met een bescheiden huis. Elke zomer bouwt hij. Een nieuwe muur, een dak, nieuwe ramen. Hij heeft geen geld. Hij koopt de bouwmaterialen plus de arbeid met behandelingen. Wisniewski is een boer uit de omgeving. Ook hij heeft geen geld. Hij heeft wel een hernia. Hij vraagt aan Wiktor of hij hem wil behandelen. Dat is goed zegt Wiktor, wat stel je daar tegenover. Ik heb eieren van krielkippen met groene voetjes, zegt de boer. OK, zegt Wiktor.

De boer meldt zich voor de eerste behandeling en neemt eieren mee. Na 4 behandelingen telt Wiktor het aantal eieren en berekent zo de prijs per ei. Een doorsnee ei kost 35 groschen, 10 eurocent. Maar de eieren van de boer blijken 6 keer zo duur te zijn, 2 zlotie.

Wiktor is per direct gestopt met het behandelen van de boer. De boer zit achter de keukentafel met een zere rug en waarschijnlijk zonder schuldgevoel.
[Volkslied.
Jeszcze Polska nie zginęła póki my żyjemy. Polen is nog niet verloren, zolang wij leven.]

zondag 17 juli 2011

Kareol

In de brugklas hadden we rituelen. Iedereen was een beetje bang. Een nieuwe school. Nieuwe mensen. Nieuwe mores. Als we een uur geen les hadden, een tussenuur, liepen we met een paar jongens de stad in. Meestal naar V&D (Verwulft) om stereo-installaties (het was de tijd van Radio Veronica en Mi Amigo) te bekijken en een gratis Top40 (wie staat er in de top 10?) te halen. Op zaterdag, ook les!, kocht ik een brood bij de bakker in de Koningstraat die het doormidden sneed en dik besmeerde met roomboter. Of naar de Grote Markt waar je zakjes met stroopwafelkruimels kon kopen voor een kwartje.

In de eerste herfst op het Gymnasium spraken we elke zaterdag af om te gaan fietsen in de omgeving. Een van de items was het Kareol. Dit was een geheimzinnig gebouw in Aerdenhout, dat je niet geloofde als je het zag.
We kwamen aanrijden in de natte mist van een vroege avond en zetten de fietsen tegen het hek. Stonden daar wel een half uur te kijken, te praten.
Dat er een clubje religieuze fanatiekelingen in woonde dat met rust gelaten wilde worden en hun verboden zaken achter de dikke muren verstopten. Dat er een pornokoning vrij spel had en van hieruit heel Europa bediende met zijn filmproducties. Of een drugsbaron zijn netwerk aanstuurde en per helikopter af- en aanvloog. Of een rijke nazaat die nooit getrouwd was. Een eeuwige vrijgezel die sigaren rookte en bij wie het onduidelijk was of hij het met vrouwen of mannen hield. Die 's nachts in rode lingerie door de gangen waarde.
Het gebouw stond daar als een niet te benaderen megabunker. Er zaten ramen in, maar nergens brandde een lichtje. Er stond wel een auto op het terrein, maar het was te donker achter de ramen om iemand te zien bewegen. Geen bel. Geen microfoon. Alleen de naam op de betonnen steunen van het hek. KAREOL. De zoete geur van rottend blad en het tikken van druppels die uit de bomen vallen. Kastanjes die gelanceerd werden uit boomtoppen en tak tak tak op het asfalt van de van Lennepweg kletterden als stuiterballen.

We zouden tegen het hek getrapt kunnen hebben. Niet vandalistisch, maar zachtjes, je moest wat. We zouden stenen opgeraapt kunnen hebben en over het hek gegooid. We zouden hebben kunnen roepen Wie is de Koning van Wezel om te luisteren naar de echo die het gebouw terugkaatste.

Al onze vragen bleven onbeantwoord. De avond was gevallen. We fietsen terug over een natte Zandvoortselaan. Naar de snackbar voor een frietje oorlog. Uit een auto klinkt Xanadu van Olivia Newton John.

Het Kareol is 2 jaar later, in 1979, afgebroken.

(-Wanneer zien we ons weer vandaag? Wanneer gaan wij drie weer waren bij donder, bliksem, regenvlaag?
-Als de trom de aftocht slaat, als het vaandel valt en staat.
-Vóór de zon dus ondergaat.
-Welke plek?
-Ginds op de hei.
-Daar is het dus: Macbeth en wij.
-Ik kom, Grimalkin!
-Padderik roept!
-Ja, zo!
-Grauw is goud en goud is grauw; zweef door damp en helledauw.)