maandag 31 januari 2011

Umsiedlung

Als er oudere Duitsers in mijn cafe zitten, kun je er vergif op innemen dat ze hier geboren zijn. Je voelt aan alles dat ze wachten tot ze hun verhaal kwijt kunnen. Je staat ze vriendelijk te woord, neemt de bestelling op en vroeg of laat beginnen ze hun verhalen te vertellen.


"Ik woonde in de boerderij hierboven, waar nu de postbode woont. In 1945 kwamen de Russen van die kant (wijst in de richting die je niet zou verwachten, van de berg). Ons werd te verstaan gegeven dat we vanaf dat moment in dienst waren van de Polen. De Polen kwamen van het gebied rond Lvov, wat plotseling geen Polen meer was. Niet alleen kwamen Polen hier wonen, maar ook duistere gelukszoekers uit de Ukraine, primitieve mensen, criminelen. De Poolse families namen onze boerderijen in bezit en wij moesten voor hen werken. Wij hadden verloren en moesten ons koest houden. Het Russische leger en een Poolse geimproviseerde politie zag er op toe dat wij onze nieuwe rol goed zouden opvatten.
Man, man je hebt geen idee hoe idyllisch het hier was toen alles nog van ons was. We gingen skieend naar school. Alles functioneerde en floreerde. Er was geen gebouw in verval zoals nu. De Polen hebben er niks aan gedaan. Ze hebben het zo uit hun handen laten vallen. Die beschouwden het niet als hun eigendom en woonden de huizen uit tijdens het communisme. En kijk hoe het voormalige sanatorium van dokter Jenisch voor TBC-patienten er nu bij staat. Nog even en de toren stort in elkaar. Wolfelsgrund was een bloeiende gemeenschap en nu? Nu bestaat het centrum uit een groep cynische alcoholjunks die ruzie maken over geld.
En laat geen Pool zeggen dat dit land altijd Pools is geweest. Dit land is nooit Pools geweest. Dit land was Duits en is altijd Duits geweest. Het raakt kant nog wal dat het nu Pools is. En je ziet het, de Polen weten er geen raad mee. Ze doen maar wat.


Dat Polen en Duitsland aan elkaar grenzen is een demografische grap. De Germaanse en de Slavische cultuur zijn zo verschillend dat je een diepe vallei of een zeetje nodig zou hebben om het werkelijke verschil beter te markeren.


Om de toevallige voorbijganger niet op het verkeerde been te zetten."

donderdag 27 januari 2011

Persoonlijke brandweerman

Mijn vrouw is mijn persoonlijke brandweerman.
Een ex-werknemer van ons cafe die een dorp verderop woont, belt en vraagt of we nog stookhout nodig hebben. (Dit betekent dat hij geld nodig heeft, want niemand belt midden in de winter voor het verkopen van hout. Dit doe je in het voor- of najaar.) Hij heeft beuk. Beuk heeft vergeleken met andere houtsoorten zoals berk, spar en den een hoge calorische waarde. Je kunt het ook voelen: een stuk beuk is veel zwaarder dan een stuk den of spar.
Deze Arkadius of Arek (naar het Nederlands vertaald zou dit Arkje zijn) heeft het talent om alles wat in zijn nadeel is, om te buigen naar een voordeel. Een natuurlijk handelstalent.
Zo kreeg hij ons zo gek om zich meer dan eens van huis op te laten halen en brengen als wij hem dringend nodig hadden in de zaak. Quid pro quo, voor wat hoort wat, is zijn gulden regel.
Of we dus stookhout willen. Is het droog? Ja het is droog. Is het in stukken gehakt van 30cm? Ja het is in stukken gehakt van 30cm. Kom je het brengen? Nee want er ligt nu teveel sneeuw en dan kom ik niet bij jullie naar boven. Maar hoe wil je het dan doen? Nou, ik sla het op bij mij thuis in de schuur en als de sneeuw gesmolten is kom ik het brengen. (Hij bedoelt: je betaalt mij nu het volledige bedrag en als het weer het toelaat kom ik het brengen.)
Les 1 van wonen in Polen: betaal niemand die je iets wil leveren ooit vooraf, omdat je daarmee de motivatie van de verkoper weghaalt om de transactie te finaliseren.
Dat wordt dus ge-eikel: In het voorjaar mag je het zelf komen ophalen. Of de brandstofprijs is omhoog gegaan. Of hij heeft het doorverkocht en kan nu alleen duurder hout leveren. In alle gevallen moet je bijbetalen.
Mijn vrouw, een Poolse met een blinde vlek voor de onaangename kanten van haar landgenoten, wil desondanks accoord gaan en verwijt mij dat ik beren op de weg zie die niet bestaan en ik krijg zoals altijd les dat ik meer vertrouwen in andere mensen moet hebben.
En als het mis gaat dan mag ik het oplossen: hout zelf ophalen, bijbetalen, ruzie maken met de verkoper. "Dan had je maar niet naar mij moeten luisteren en je eigen zin moeten doen."
Ik ben je persoonlijke brandweerman, maar of er geblust wordt hangt van jou af.

Dit keer wordt er niet geblust.
Nee, Arek, we kunnen je pas betalen als je het voor de deur komt brengen. (Hij had kunnen zeggen: "Maar waarom vertrouw je mij niet, er gebeurt heus niks met dat hout, bij mij ligt het veilig", maar niets van dit alles. Hij heeft het geld dus echt heel hard nodig.)
Ok, dan wacht ik tot de omstandigheden verbeteren. Ik bel je dan wel, zegt hij.

woensdag 26 januari 2011

Wist u dat...over Polen

Polen geen wegenbelasting (slechts een eenmalige leges van 50 euro) kent en dat een autoverzekering gemiddeld ca 125 euro per JAAR kost.
(Vandaar dat autobezit van Poolse mensen weinig zegt over hun inkomen.)

Je in een Poolse bloemenwinkel apart betaalt voor al het verpakkingsmateriaal van de gewone folie tot de strik.

Ze in een speelgoedwinkel het cadeau niet inpakken en dat je het pakpapier in een andere winkel moet kopen.

Er geen nationale wegenwacht bestaat in Polen. Elke regio heeft zijn eigen particuliere bedrijfjes die gestrande auto's bergen. Als je niet verzekerd bent voor pechhulp, betaal je de hoofdprijs.

De spreekwoordelijke Slavische gastvrijheid op een leugen berust en u in een doorsnee restaurant of cafe wordt afgesnauwd als klant.

Polen een producentencultuur heeft. Als consument mag je blij zijn als je iets mag of kan kopen.

Je in elk cafe VOORAF je bestelling moet afrekenen en als klant in het nadeel bent wanneer iets niet in orde is.

Polen geen consumentenorganisatie kent waar je lid van kan worden en die producten test.

In Polen er maatschappijbreed een fixatie is op eten. Dat het bon ton is te vragen naar wat je hebt gegeten en wat je nog gaat eten.

75% van de radio- en tv-commercials in de winter geweid is aan medicijnen.

Een gemiddelde Poolse patient van een dokter verwacht dat hij, bij wat hem ook mankeert, minstens 4 recepten krijgt voorgeschreven.

In een tv-programma over etiquette men met volle mond spreekt en op zijn elleboog steunend eet.

Polen elkaar niet aankijken wanneer ze elkaar een hand geven, maar juist wegkijken.

De man die een vrouw een handkus geeft in de meeste gevallen geen notie heeft van tafelmanieren.

Het hele beleefdheidscircus rond het vousvoyeren in schril contrast staat met het wederzijdsrespect dat Polen (niet) voor elkaar hebben.

De deplorabele staat van de meeste binnenwegen de meeste Polen er niet van weerhoudt om met lichtzinnige snelheid door de dorpen te razen.

Als je nieuw bent in een straat, dat het dan geen gewoonte van de buren is om je welkom te heten en een praatje te maken. Laat staan je een bloemetje te brengen.

Polen geen geboorte- en overlijdenskaarten aan elkaar versturen.

Polen geen kaarten met kerst- en nieuwjaarswensen aan elkaar versturen.

Alleen de jarige in een gezelschap gefeliciteerd wordt. De rest van de familie wordt niet gefeliciteerd.

Bruinkool in Polen dubbel zo duur is als in Tsjechie en dat dit het vermoeden voedt dat er verboden prijsafspraken worden gemaakt in de kolenbranche.

De meeste zakelijke transacties cash worden betaald en dat de betalingstermijn voor een overmaking 3(!) dagen is.

Het modale inkomen 450 euro netto per maand is, bij een prijsniveau dat vergelijkbaar is met West-Europa.

Van ouders van kinderen die zich voorbereiden op de H.Communie verwacht wordt dat ze hand- en spandiensten verrichten voor de pastoor, zoals in zijn tuin werken, zijn kamer schilderen etc.

Dorpspastoors zich er niet voor schamen meerdere luxe auto's te bezitten. Ook is het ongepast voor een autogarage om geld te vragen voor reparatie van de auto van de pastoor. Zoals het ongepast is om een geestelijke voor wat dan ook te laten betalen, terwijl de geestelijkheid zich er niet voor schaamt zich te wentelen in luxe en dat ook te etaleren.

Poolse huizen van de buitenkant hermetisch zijn afgesloten en onverlicht en vanaf de straat niet te zien is dat er geleefd wordt.

Elk huis een hoog hek heeft en bewaakt wordt door een hond.

Poolse dorpsstations onverlicht zijn en dat in intercity's geen reizigersinfomatie wordt gegeven. Dat je als reiziger dus allerlei toeren moet uithalen om uit te vinden waar je bent.

In het katholieke Polen geldt: Ieder voor zich en God voor ons allen.

Het begrip 'burgerschap' in de Slavische wereld niet bestaat. Er zijn individuen en in het ideale geval families die de kern van de samenleving vormen. Alle andere vormen van collectiviteit zijn opgelegd pandoer.

Instanties als de Politie, de Belastingdienst, de Keuringsdienst van Waren en de Arbeidsinspectie burgers a priori niet vertrouwen en de bewijslast voor het opheffen van een verdenking bij de burger ligt.

Welke instantie dan ook bij een dubbele betaling van een burger dit niet aan de burger zal laten weten, terwijl als de instantie een vordering op een burger heeft de telefoon direct rinkelt.

Een van de moeilijkste dingen voor een Pool is om te zeggen: "Ik weet het niet" als hij iets niet weet. In de meeste gevallen, krijg je een stroom met hysterisch gepraat waar geen touw aan vast te knopen is.

Als je praat met een aannemer die nog nooit een dak op een huis heeft gezet, hij dat niet zal toegeven, maar zich in allerlei bochten zal wringen om toch de opdracht te krijgen.

Polen hysterische praters zijn. Zou een Nederlander zeggen:"Heb je bruinbrood, ja of heb je bruinbrood, nee", heeft een Pool 10 keer zoveel woorden nodig voor deze simpele uitwisseling.

In 9 van de 10 gevallen een koerier bij het afleveren van zijn bestelling vraagt of hij een pen en een rekenmachine mag lenen en op de vraag of dat niet tot zijn standaarduitrusting zou moeten behoren in plaats van diep te buigen een schaamteloos verhaal begint waaruit een diepe minachting blijkt voor wat je hebt opgemerkt.

In 9 van de 10 gevallen een glazenwasser bij aanvang van het werk vraagt of hij een ladder, een emmer en een doek mag lenen en op de vraag of dat niet tot zijn standaarduitrusting zou moeten behoren in plaats van diep te buigen een schaamteloos verhaal begint waaruit een diepe minachting blijkt voor wat je hebt opgemerkt.

Er elk jaar een nationale inzamelingsactie wordt gehouden om ziekenhuizen te voorzien van apparatuur, omdat de overheid niet in staat is dit te organiseren/te financieren.

Arme families die een kind hebben dat ongeneeslijk ziek is inzamelingsacties moeten houden via de media, omdat de gezondheidszorg dit niet dekt.


Als je voor een ernstige ziekte in het ziekenhuis terechtkomt, de kans levensgroot is dat je luiers, spuiten, sondes, chemotherapie uit eigen zak moet betalen, omdat  je te horen krijgt dat het budget van het ziekenhuis voor het lopend boekjaar al overschreden is. Ook als het boekjaar net is begonnen.

Er in Polen een hoop hypermarkets, een soort megagrote supermarkten zijn. In deze warenhuizen is op het eerste gezicht een enorme keuze. Maar nader bekeken blijkt het assortiment te bestaan uit tientallen versies van dezelfde gemiddelde kwaliteit worst, kaas, melk of jas van verschillende producenten. Er is heel veel van het zelfde en weinig werkelijke variatie en keuze. Door het geweld van de kwantiteit zou je onder de indruk kunnen raken, maar kwalitatief is er niet veel te beleven.

Bij de bouwhypermarkt en bij de MediaMarkt in Polen alle dozen bij de kassa worden opengemaakt om te controleren of de klant er geen andere producten in heeft verstopt.

Bij McDonalds in Polen een bestelling 5x zolang duurt als in Nederland. De werknemers lopen heel driftig heen en weer, maar zijn totaal niet geconcentreerd.


Nieuwszenders vaak via de TV de politie oproepen om verkeersongelukken beter te beveiligen.


Als je een bedrijf belt en degene die je wilt spreken is er niet, er aan je gevraagd wordt om terug te bellen in plaats van dat ze aanbieden om jou terug te bellen.


Als iemand jou belt en na 1 belsignaal de hoorn op de haak gooit, dit betekent dat hij wil dat jij hem/haar terugbelt (omdat hij/zij vindt dat jij de gesprekskosten moet betalen). Er is zelfs een woord voor dit korte signaalbellen: cynk (tsink).


Als je een willekeurige wandelaar groet die je op zondag tegenkomt, de enige reactie is een verwilderde blik.

maandag 24 januari 2011

Sta op en wandel

Hij werd vaak in de vakantie ziek. Een paar dagen vrij. Dan 1200 kilometer in de auto naar Zuid-Frankrijk en dan een hele week met helse hoofdpijnen op bed in een verduisterde kamer. Of de eerste dagen in de felle zon zijn voeten zo verbranden dat hij de rest van de vakantie onder een parasol zat met zijn voeten in een bad met karnemelk. Of skieen. De eerste dag zich zo forceren dat hij 3 dagen lang de blaren op zijn voeten moest verzorgen.
Een keer viel hij op wintersport. Hij wandelde op een bospad naar een cafe, kwam terecht op zijn achterhoofd en was zijn reukvermogen definitief kwijt. In Nederland liet hij zich voor alle zekerheid onderzoeken. Hij bleek een hersenschudding te hebben en werd opgenomen. Hij was een week totaal uitgeschakeld. Maar zo ziek en afwezig dat je dacht, die blijft nog een maand liggen. Staat hij ooit nog op? Maar toen gebeurde dit. Er was iets belangrijks op zijn werk waarbij de directeur niet gemist kon worden. Hoe hij het deed weet ik niet maar hij kwam op zondag strompelend uit het ziekenhuis en op maandag sprong hij als een kievit zijn bed uit en ging strak in het pak en patent geschoren naar zijn werk alsof hij nooit anders had gedaan. Die overgang werd nooit door hem uitgelegd. Je zou verwachten dat hij erop terug zou komen, maar blijkbaar zag hij het uitgeschakeld zijn en het zich hernemen als een uiterst particuliere aangelegenheid. Het werd gepresenteerd als een voldongen feit en dat was het dan. Het kan zelfs zijn dat ik er nog eens naar gevraagd heb. Dan werd hij niet boos, maar woof de vraag soeverein weg alsof ik naar iets op zoek was wat helemaal niet bestond. Ontkenning, dus. Maar het verschijnsel was absoluut mysterieus en behoefde uitleg, dat moet hij ook hebben geweten. Misschien was het voor hem te confronterend om gewezen te worden op de pijnlijke plicht van het kostwinnerschap en liet hij daarin niemand toe. Immers er was toch niemand die hem kon helpen, dat zag hij misschien wel juist.
Maar behalve mysterieus, was zijn vermogen tot wederopstanding ook komisch. Je glimlacht er radeloos om omdat de afloop goed was en je niet wilt blijven doorzeuren over ziektes.

Zijn schaduw vooruitwerpen is een gevleugelde uitdrukking. Zijn schaduw achteruitwerpen is niet courant. Toch is het zo dat toen hij een paar jaar later stierf, de schaduw van het aftakelen tot de dood achteruit geworpen werd naar wat ik heb beschreven over de val op de wintersport. Of anders, de val en de nasleep daarvan was in een flits wat ons later in het kwadraat zou overkomen maar met een andere afloop. Alsof de sluiter van de camera even opengaat en je de afschuwelijkheid van wat komen gaat ziet en voelt, maar bliksemsnel weer verdwijnt. Door de val op de wintersport waren we onbewust voorbereid op zijn dood. Het was de proloog van zijn sterven.
De hersenschudding was de sneak preview van de hersentumor. Nee, door de hersentumor kreeg de val op de wintersport met terugwerkende kracht betekenis.

Ook het sterven had een komisch aspect. Het ging snel. Een maand. Het was allemaal topzwaar en inktzwart. Dat je de neiging had te zeggen: dit is een grap, toch? Hij is niet ziek. Morgen is hij weer bij verstand, staat hij op en gaat naar zijn werk.

woensdag 19 januari 2011

Het vadercomplex van Polen

Op 10 april 2010 slaat de Toepolev van de Poolse president Kaczynski te pletter bij het Russische Smolensk. Vanaf het eerste moment na de ramp lijken de Russen alle medewerking te verlenen om de Polen te helpen met het verwerken van de ramp. Ook door de Polen in Moskou te laten meewerken aan het ophelderen van de oorzaken. De oppositieleider en tweelingbroer van de omgekomen president Jaroslaw laat geen kans onbenut om zijn complottheorieën te ventileren, zoals dat de Russen een aanslag gepleegd zouden hebben etcetera. Premier Tusk is veel evenwichtiger in zijn reactie en doet geen uitspraken over de oorzaken in afwachting van de uitkomsten van het Russische onderzoek. In het najaar van 2010 maakt de broer van de president zich opnieuw onsterfelijk belachelijk door openlijk uit te spreken dat hij geen vertrouwen heeft in de manier waarop de regering Tusk het onderzoek doet, en een afvaardiging te sturen naar Amerika om daar om steun te vragen voor een alternatief onderzoek. De Amerikanen trekken hun wenkbrauwen hoog op en ontvangen de Poolse afvaardiging ternauwernood. Blamage op blamage. De regering Tusk negeert deze actie van de oppositie.


Op 12 januari 2011 komen de Russen met het rapport MAK, waarin de oorzaken van de ramp toegeschreven worden aan Pools falen. Negeren van het waarschuwingssysteem van het toestel, het niet uitwijken naar een alternatief vliegveld en het geforceerd willen landen onder druk van de president bij monde van een luchtmachtgeneraal met een slok op. De Polen hebben moeite met het accepteren van deze lezing en stellen vragen bij de rol die de luchtverkeersleiding van de Russen heeft gespeeld bij de opeenstapeling van fouten. Ook de gematigde Tusk doet hieraan mee, wellicht onder druk van de publieke opinie. De publieke opinie vraagt zich af waarom de verkeersleiding het Poolse toestel niet verboden heeft te landen.
En de publieke opinie voelt zich in zijn eer gekrenkt dat er door de Poolse regering niet is gereageerd op het rapport van de Russen, waardoor de Polen nu in de ogen van de wereld als een stelletje klungelende dronken amateurs staan afgeschilderd.


Schaamte is het kernbegrip in de hele nasleep van de ramp, want de feiten zijn allang bekend. De Polen aan boord van het toestel hebben zich gedragen als een eigenwijze zoon die niet naar de vader (de Russen, de verkeersleiding) wilde luisteren. Koste wat het kost moest geland worden om niet te laat te komen voor de plechtige herdenking van de moord op Poolse officieren bij Katyn. Een open zenuw in de Poolse cultuur. De vader (de Russen) zegt in zijn rapport dat het aan de eigenwijsheid van de Polen te wijten is dat het toestel is gecrashed. En de zoon verwijt de vader dat hij niet strenger is geweest en hem verboden heeft te landen.
Polen vraagt hiermee het onmogelijke van de Russen. Aan de ene kant zeggen ze: geef me de ruimte, ik ben in staat mijn eigen beslissingen te nemen en aan de andere kant: sla geen acht op wat ik zeg, soms ben ik in de war en heb ik een stevige hand nodig.


Het zou Polen sieren als het de Russen nu met rust zou laten en het verlies zou nemen als een man. En de schaamte die daarbij hoort.

dinsdag 11 januari 2011

Waarom Job Cohen schadelijk is voor de PvdA

Job Cohen heeft genoeg try-outs gehad. De voorstelling is niet gelukt. Ook met zijn in het begin geroemde authenticiteit (I am a lover, not a fighter) gaat hij geen kiezers trekken. Burgemeester is een ander vak dan fractieleider en vraagt andere competenties. Niemand weet nog wat de PvdA wil en Cohen heeft er niet voor gezorgd dat dit het laatste semester is bijgesteld. Integendeel. Onder Bos had de partij meer karakter dan na een half jaar Cohen. De partij is numb op dit moment en het lijkt alsof niks en niemand dit kan doorbreken. Voordat de partij met aansprekende standpunten komt is er zomaar een jaar voorbij. Een fractieleider kan je nu al verversen. Het is te hopen dat er in het geheim flink aan de stoelpoten van Cohen wordt gezaagd want de PvdA stevent af op een verkiezingsnederlaag waar je u tegen zegt. Ook een scenario waarbij Cohen in de komende dagen of weken zou terugtreden is beter dan dat hij de nederlaag in maart afwacht. Een andere leider kan het alleen maar beter doen. En de PvdA laat daarmee zien bezig te zijn om de impasse te doorbreken, al zal de nieuwe leider misschien een tussenpaus zijn.
Door te blijven zitten brengt Cohen zijn partij grote schade toe. Het zou wijs zijn als hij een revolte niet afwacht en nu zijn biezen pakt.

maandag 3 januari 2011

TROS-Muziekfeest

De hel. Bejaarden met gepermanente koppen die hun mond afzichtelijk opensperren om er enorme happen vreten in te stoppen. Herkauwend vetrollen polonaise hossend kunstgebitten blootgrijnzend handen ten hemel in perverse extase om een jonge god. Moe van het werk een leven lang achter de productie-band met je kullega's. Uiteengereten door Baron van Tuyll tot Onderlaers die er in Saint-Paul de Vence nog een opsteekt. Hossen we in koor door op de schuit of het plein of de apreski met kapotte knieen, waterbenen, spataren en kontzweren. Jantje is leuk, en Nick is leuk en Simon is een lekker ding en Gekke Gerrit is Gek maar ook een lekker ding en we nemen der nog een, een pikketanisie een neut een afzakkert. Ome Jan hangt over de reling van de piste de schuit het gemeentehuis te kotsen uit diep respect voor zoveel megatalent in zo'n klein kikkerlandje. Hij heeft van iedereen een handtekening. Joke tongt met Sjaak omdat hij een lekker kontje heb. Verders nooit meer gezien. Als je maar lol heb. Smaakt naar meer. Was voor Sjaak op haar rug gaan liggen. Maar die had priejoriteiten. Lekkere kontjes genoeg. Joke dampt. Slingert zich om Jeroen. Vader Abraham haalt zijn smurf tevoorschijn en Mieke zet een zielig lied in over kinderkanker. Wat emotioneel was dat. Hoe ze het kan brengen, zeg ik. Ik zeg, ik hou het niet droog. Laat me even met rust ik heb het niet meer. Sorry, hoor. Ja, dit is het leven. En nu mag je me troosten, smeekt Joke.

zondag 26 december 2010

Een goed voornemen

Als u in het nieuwe jaar voornemens bent zuiniger te zijn met wc-papier, heb ik de volgende tip voor u.
[Het onderstaande is van toepassing op een 'grote boodschap'.]
  1. Men neme een velletje wc-papier, bij voorkeur grijs en ruw, voor een optimale opname.
  2. Men vouwe het velletje in 4-en, dwz eerst eenmaal door de helft (u heeft dan een rechthoek), en daarna (deze rechthoek) nog eenmaal door de helft. U heeft nu een gevouwen vierlagig vierkant.
  3. Van de 4 hoeken die dit nieuwe, kleinere vierkant heeft is er 1 dicht en zijn er drie open.
  4. Men scheure de dichte hoek 1cm van de hoek rond af.
  5. Men vouwe het kleine vierkant uit tot zijn oorspronkelijke ongevouwen vorm.
  6. Overblijft het velletje wc-papier met een rond gat in het midden, plus het kwartrondje dat u er zojuist uitgescheurd heeft. Dit kwartrondje legt u apart.
  7. Men steke de middelvinger door het gat, zodat het velletje 'aan de wortel' van de vinger blijft hangen.
  8. Met uw middelvinger maakt u nu uw derrière grondig schoon. Dit vereist enige handigheid, want het is de bedoeling dat het papier daarbij niet van uw vinger valt.
  9. Men pakke het papier aan het begin van de middelvinger aan de achterkant beet en strope het papier op in de richting van de middelvingertop. Dit doet u door duim en wijsvinger van de andere hand te klemmen om de te reinigen middelvinger en zo naar boven een trekkende beweging te maken. Zodoende dat de faeces aan de binnenkant van het velletje komen te zitten. Als u behendig bent dan is uw middelvinger schoon en het velletje heeft alle excrementen opgenomen. Het velletje mag u nu in de wc gooien.
  10. Men neme nu het uitgescheurde kwartrondje om de laatste ongerechtigheden van onder uw middelvingernagel mee te verwijderen.
  11. Ook dit gooit u nu in de wc.
  12. Men wasse de handen.
  13. Men trekke door.
  14. Men felicitere uzelf.
    U heeft 1/8e (of minder) van de normale hoeveelheid papier gebruikt.

donderdag 16 december 2010

Bunkertocht

Op zondagochtend gingen we een keer samen wandelen bij Bloemendaal. In de richting van IJmuiden. We bekeken alle bunkers en voorzover mogelijk gingen wij er ook in, soms via een gaatje, door opgestoven zand zo versmald dat alleen ik erdoor kon. Hij bleef dan boven bezorgd staan kijken, maar hij maakte er een grapje van. Het idee dat niet zolang daarvoor de Duitsers hier nog patrouilleerden met de blik gericht op de Noordzee, was voor mij aanleiding om naar achtergelaten spullen uit te kijken. Er waren er die helmen hadden gevonden. Of een lijk. Een schedel op zijn minst. Waarom ik niet?
Het waaide en regende een beetje. Na een paar uur liepen we terug, stapten in de auto en reden naar de watertoren van Zandvoort. Daar gingen we met de lift naar boven naar het restaurant, waar niemand was en waar het rook naar oude soep. Naar bejaardentehuis. Toch bestelden we erwtensoep met roggebrood. De regen sloeg tegen de ramen. Soep. Ober. Leeg restaurant. De treurnis van een badplaats in de winter.

dinsdag 14 december 2010

Tai Hao


In Heemstede was een Chinees met de naam Chin. Ind. Restaurant Tai Hao. De baas had in de jaren '50 en '60 in Amsterdam zijn zaak gehad. Mijn vader kende hem nog uit die tijd. Hij heette meneer Tsjang. We (moeder, zus en ik) werden vaak op vrijdag of zaterdag door mijn vader meegenomen naar Tai Hao. Het was de place-to-be in die jaren ('70/'80) en de mensen braken de tent af. Als je binnenkwam tussen 6 en 7 's avonds was er nooit plek. Dan werd je via een ijzeren wenteltrap die midden in de zaak stond naar boven gedirigeerd. Daar was een bar waar je alvast een drankje kon drinken. Lang hoefde je nooit te wachten. Hij bestelde altijd Haaiepinnesoep. Het was een grap waarom niemand meer lachte, maar die 'voor de flauwte' toch altijd weer moest worden gemaakt. Ik nam als hoofdgerecht Cow Low Yuk (koeloejoek). Hij Nasi Rames. Een portie sateh voor ons allemaal. Ik mocht een biertje en soms wel twee. Toe kregen we een bolletje vanille-ijs in een metalen coupe met een koeken waaiertje erin en een papieren pauw op stokjes. Meneer Tsjang kwam altijd uit beleefdheid in de loop van de avond even vragen of alles goed was en gaf ons een hand. Elke keer maakte hij hetzelfde compliment aan mijn vader, namelijk hoe groot ik wel niet was geworden inmiddels. Terwijl er ergens verderop een bedrijf aan het eten was, met schreeuwende en keihard lachende kerels die dropen van het vet en het zweet, zaten wij tevreden te eten met de familie. Op de tafels lagen spierwitte papieren tafelkleden die van grote rollen werden gehaald. Ik tekende altijd op het tafelkleed tijdens het eten. Nee, ik tekende na, want ik kan niet tekenen, de patronen die op het papier waren gedrukt in reliëf. Op de tafel werden een aantal rechthoekige rechauds neergezet. Die kwamen uit indrukwekkende warme kasten, en waren van zichzelf warm, zonder vlammetje eronder. Altijd weer moest ik mijn vinger er tegenaan houden en altijd was ik weer verrast over de hitte. Af en toe kwam er een dampende dronken vent langs die via de wenteltrap op weg was naar de wc. Dit leidde vaak tot hilarische taferelen als zo'n zelfde man op weg naar beneden zijn evenwicht verloor en half van de trap af viel. Had het bedrijf weer wat te lachen. In de loop van de avond werden de obers steeds luider toegeschreeuwd door de deelnemers aan het bedrijfsuitje en uiteindelijk werden die er discreet op geattendeerd dat zij niet alleen waren. Oh ja, en de jassen werden altijd opgehangen in de garderobe bij de ingang.
Bij het binnenkomen en weggaan werd je uit en in je jas geholpen.

Op internet echoot de naam Tai Hao als Heemsteeds restaurant nog wel hier en daar na, maar het bestaat niet meer. Er is zelfs geen enkele foto van buiten- of binnenkant te vinden via Google. Zou het dan toch allemaal niet gebeurd zijn?

vrijdag 10 december 2010

Winterswijk

Mijn vader had een vriend in Winterswijk. We noemden hem oom Jan, maar hij was geen familie. Mijn vader had na zijn middelbare school een jaar bij de vader van oom Jan in de houtzagerij gewerkt. Het heette dat hij toen 'een man' was geworden. Die oom Jan Nijenhuis had een groot stuk grond met een villa erop met een grote vijver ervoor. Aan de Bataafseweg. De villa heette 't Stroot. In de vijver was een steiger gemaakt met een duikplank. 's Zomers mochten we zwemmen in de vijver, maar mijn oom en mijn vader waarschuwden mij dat er een bullebak in de vijver woonde. We waren dus altijd op onze hoede voor de scherpe tanden van de bullebak.
In de grote hal van de villa stonden de jachtgeweren van de oom, met daarboven foto's samen met Prins Bernhard en de tegenoverliggende muur was volgehangen met jachttrofeeën, vooral herten en reeën. Oom Jan was jachtopziener.
Bij de oom lagen veel Duitse tijdschriften, zoals Der Spiegel en wat bladen met blote vrouwen, geen porno natuurlijk. Hij had een zithoek met een lage tafel voor een enorm raam dat uitkeek op die vijver.

's Winters mocht ik een keer mee op jacht. Als drijver. Tussen allemaal oudere mannen met een tak tegen de bomen slaan. Ik voelde me heel stoer en nuttig. Aan het eind van de dag werd er tableau gemaakt van het geschoten wild. Mijn moeder ging er heel theatraal bij staan huilen, terwijl ze haar bontjas (van roodvos) nog wat meer om zich heen sloeg.

We waren ook een keer te gast in het huis van de vader van oom Jan, de eigenaar van de houtzagerij. We hadden toen net een cassetterecorder gekocht van Telefunken. Het hele weekend was ik geobsedeerd alles aan het opnemen en afspelen zo geweldig vond ik dat apparaat. Het huis vonden we eng want de oude eigenaar was net daarvoor doodgegaan.
Hij had een 'drankneus' toen hij nog leefde. Een soort rode aardbei in plaats van een neus. Zoiets had ik nog nooit gezien en zo'n mooie drankneus heb ik daarna nooit meer gezien.

Zwemmen

Heel lang heeft mijn vader de zomers gezwommen in zwembad Groenendaal. De buurman Witjas deed hetzelfde. 6 uur 's morgens. Ze gingen soms met 1 auto. Soms ging ik mee. Het was altijd behoorlijk koud. Weer of geen weer, hij ging. Ik vond het stoer om mee te gaan. Maar ik hield me vaak niet stoer als ik in het koude water moest duiken. Ik vond het dan opeens niet leuk meer. We gingen altijd samen in 1 badhokje, waar hij me afdroogde. Vaak ‘roste’ hij met de handdoek heen en weer, niet om mij pijn te doen, maar om ervoor te zorgen dat ik het warm zou krijgen. Het deed pijn, maar ik werd er ook warm van.
Hij begon direct met ‘baantjes’ trekken. Ik zwom er zo’n beetje achteraan. Hij deed schoolslag. Crawl kende hij niet.
Soms haalde ik mijn voet open aan de betonnen trappen die de te smalle treden hadden.
Op een aantal plekken waren buitendouches met scherpe stralen ijskoud water waar je officieel onder moest om schoon te zijn voordat je in het bad ging. Hij ging er altijd onder, ook als het buiten 10 graden was. Ik vond het al erg om met mijn voeten door het voetenbad te moeten waden, maar daar ontkwam je niet aan. Er was geen andere manier om bij het zwembad te komen.
We hadden badjassen. Als ik me niet vergis reden wij zelfs in badjas naar het zwembad. Het was zo vroeg, toch niemand die je zag.
De betonnen badhokjes kon je dichtdoen door het zitplankje horizontaal te zetten. Als je zat was het hok dus op slot. Het waren gelakte dikke plankjes. Het rook in de hokjes vaag naar lysol.
De zwembroek zat altijd verpakt in een opgerolde handdoek. Na het zwemmen werd de zwembroek nauwkeurig uitgeknepen boven een putje en opnieuw in de, nu vochtige, handdoek gerold.

maandag 6 december 2010

De koppige patiënt

Op zekere dag kreeg Nederland kanker. Er zat een vlekje op zijn arm, een plekje, een puntje, eigenlijk niet veel groter dan een speldenkop. Nederland ontdekte het omdat het gitzwart was en jeukte. Eromheen was het vurig. Als Nederland alleen maar aan dokters dacht kreeg hij al een paniekaanval, dus concentreerde hij zich extra op zijn werk en praatte zichzelf in: ik verbeeld het me, er zijn nog minstens 10 andere plekjes en pijntjes, die horen erbij. Maar dat ene plekje hoorde er niet bij en na een half jaar was het zo groot als een aardbei. Een stekende aardbei. Voor zichzelf kon Nederland het gezwel nog wel wegredeneren, maar omdat het zichtbaar op zijn onderarm zat, kon hij de plek op zijn werk niet meer verbergen. Collega's keken hem soms anders aan. Hij besloot naar de dokter te gaan. Hij had zijn arm ternauwernood ontbloot, "kanker" zei de huisarts. Als de blonde verfloddering naar het ziekenhuis een biopt laten maken. En nu zul je denken dat Nederland van angst door zijn kniëen zakte, maar niets van dat al. In superieure rust reed hij naar het ziekenhuis en deed wat hij moest doen. De uitslag van de weefselkweek: soeranoom. Een kwaadaardige agressieve en zichzelf razendsnel verspreidende tumorsoort. Met een bijzondere eigenschap: fysiek ga je er niet dood aan. De tumor zaait zich vooral uit in de hersenen en zorgt daar geleidelijk voor een persoonlijkheidsverandering. Nederland had nu de keuze: bestrijden of accepteren dat hij beetje bij beetje een ander zou worden. Hij zei tegen zichzelf: weet je wat, eigenlijk heb ik er maar heel weinig last van. Zeker nu ik weet dat ik er niet dood aan ga. Bestralingen en chemotherapie zijn een bezoeking. Ik heb geen zin in dat gevecht. Zo kan het ook. Dan maar een beetje een ander mens. Ook dat heeft zelfs nog wel iets.
Dus tierde de kanker welig voort. Nederland ging weer aan het werk en ontkende de ziekte totaal. Maar de ziekte ontkende Nederland niet. 
Nederland kreeg steeds meer klachten. Hoofdpijn, concentratieverlies, stemmingswisselingen, en zijn maag- en darmstreek leek wel een tombola. Hij moest zich gewonnen geven. Nederland stopte met naar zijn werk te gaan. Hij was moe, doodmoe. Hij zat op een stoel, dagenlang, te zitten. Hij had niet de puf om iets te lezen of zelfs TV te kijken. Nederland was een plant geworden. Ik weet niet hoe het met Nederland is afgelopen, maar als niemand hem heeft opgetild, zit hij er nu nog.


Epiloog
Er is inmiddels een medicijn op de markt dat de tumoren doet wegsmelten en zorgt voor herstel van de oude persoonlijkheid. Dit medicijn heet Primary Versatile Vexation (PVV)

vrijdag 12 november 2010

Enige opmerkingen bij Shutter Island (2010) van Martin Scorcese

Leonardo DiCaprio speelt een rechercheur die naar psychiatrische inrichting Shutter Island gaat op zoek naar een ontsnapte patiente. Zijn omgeving echter dwingt hem in een andere richting: hem te laten geloven dat hijzelf de patient is. Als toeschouwer hoop je dat hij zich eruit vecht en bewijst dat zijn omgeving ongelijk heeft en het allemaal een groot complot is tegen hem. Dit wordt gevoed door een ontmoeting met een ontsnapte dokter die hem vertelt dat de inrichting een fabriek is van door lobotomie (hersenbesnijdenis) ongevoelig gemaakte mensen, die als geheim agenten de wereld in gestuurd worden door Amerika.
De zwakte van de film zit erin dat de met zorg opgebouwde suggestie van het complot niet waar blijkt te zijn, maar hallucinaties van de protagonist. Scorcese doet hiermee een brainfuck met zijn publiek: de plot die we dachten te bekijken is de plot niet. De code van de film wordt aan het eind van de film door Scorcese veranderd. We speelden het spel van Scorcese, maar aan het eind zegt hij ons dat we niet volgens de regels speelden. We moeten de film dus nogmaals zien, het spel nogmaals spelen, volgens de nieuwe spelregels.
Scorcese solt op deze manier op een bedenkelijke manier met zijn publiek. Te meer omdat als we inderdaad een 2e keer kijken de film plotloos blijkt te zijn, namelijk een rechte lijn naar het te grazen nemen van de protagonist (die onze sympathie heeft), geen spanning dus. En een geniaal intellectueel experiment dat spanningsloos is, verkoop je niet. Zelfs Scorcese niet.
Ook de vele hallucinatie-scenes zijn nog al ketchup-achtig en dienen plotwise bij de eerste keer kijken geen enkel doel. Ze blijken een rechtvaardiging voor de plotloze 2e kijksessie. Teveel logica voor een kunstwerk als een film.


Maar dat Scorcese onderzoek doet tijdens het bouwen aan zijn oeuvre dwingt recpect af. We kunnen hem deze bokkesprong vergeven, omdat we zijn werk kennen, weten dat zijn motieven zuiver zijn. Hij heeft wel meer dit soort reculer-pour-mieux-sauter-films gemaakt zoals The Age of Innocence (1993).
Zo bezien zien we een DiCaprio die zijn stinkende best doet en daarom overtuigt en goede ondersteunende rollen van acteersfinxen Ben Kingsley en Max von Sydow. En de scene waarin DiCaprio door een bewaker per jeep wordt teruggebracht naar de inrichting over dat de mens per definitie gewelddadig is, is een parel. Bloedstollend.



dinsdag 9 november 2010

Het arrogantiequotiënt

Stel je voor. Je staat in het midden van een leeg voetbalveld in een stadion met 10.000 toeschouwers. Je schreeuwt zo nu en dan wat tekst in de richting van de massa en elke keer reageert de massa met applaus. Na een tijdje loop je in de richting van de catacomben en je zwaait naar de menigte. Weet jij veel wie het zijn. De volgende dag doe je hetzelfde en de dagen daarop ook. Je hebt dat stadion nodig. Het geeft je een goed gevoel.

Stel je voor. Je bedrijft 'de liefde' met iemand die totaal passief is. Je moet je libido tot bedaren brengen, duikt erop, spuit jezelf leeg in je subject en gaat over tot de orde van de dag.

Op Twitter zijn er een aantal mensen met 10.000+ volgers, zonder dat ze zelf iemand volgen, of een symbolische 1. Vaak zijn deze mensen beroemd. Want geen 'onbekende' twitteraar zou met het volgen van 1 persoon wegkomen. Fuck him. Zo iemand zouden we arrogant vinden.
Maar dit zijn extremen. Er zijn ook beroemdheden die wel belangstelling hebben voor 'mindere Goden' en die een aantal mensen volgen. Deze twitteraars zijn iets minder arrogant.
Om nu te kunnen meten in welke mate een beroemdheid zich schuldig maakt aan zelfoverschatting is er het arrogantiequotiënt.

Het arrogantiequotiënt bereken je door het aantal mensen dat je volgt te delen door het aantal volgers. Als het aantal volgers groter of gelijk is aan 300, wordt dit aantal vastgesteld/teruggebracht op/tot 300. (De waarde 300 is gekozen omdat 300 twitteraars nog met redelijke aandacht te volgen zijn.) Als het aantal volgers kleiner is dan 300 (bijvoorbeeld 255), nemen we dit aantal, dus 255, in dit geval.
Als de uitkomst van het arrogantiequotiënt kleiner is dan 1 heb je een probleem. Je hebt meer volgers dan mensen die je volgt.
Heb je 10.000+ volgers, maar volg je er 300 dan scoor je 300/300=1, precies genoeg om aan arrogantie te ontkomen.

Een paar voorbeelden.
Freek de Jonge (@freekjonge) heeft meer dan 16.000 volgers. Volgens de formule wordt 16.000 teruggebracht tot 300. Grappenveteraan Freek volgt 1 persoon. 1/300=0,003. Freek is dus arrogant.
Ook Wim de Bie (@wimdebie), de Fractionele Mental Coach voor De Linkerflank, scoort abominabel. 24/300=0,08
Jelle Brandt Corstius (@jellebc), een rijzende ster aan het Linkse Universum, is nu al arrogant. Hij scoort even slecht als Haatopa Freek. 0,003.
Ook Grand Old Lady Neelie Kroes (@neeliekroeseu) is meer geinteresseerd in het poneren van haar eigen wijsheden dan dat zij wil weten wat anderen te melden hebben en scoort: 59/300=0,19. Al beter dan de ijdele heren van hierboven, maar nog steeds bedroevend.
Een willekeurige beginnend twitteraar zal zo scoren: volgt 50 mensen, wordt gevolgd door 8, scoort 50/8=6,25. Een lichtend voorbeeld van deemoed.

Wat is uw arrogantiequotiënt?

Ik wens u veel rekenplezier!

maandag 8 november 2010

Once-in-a-lifetime

Pas zag ik op youtube een interview met een leraar Engels van mijn middelbare school. Die leraar heet Lodewijk (Henri) Wiener en is behalve leraar ook schrijver. Het was de eerste keer dat ik hem terugzag na 25 jaar en aanvankelijk moest ik goed kijken of ik hem herkende. Hij was grijs en kaler geworden en had zijn kenmerkende snor niet meer. We hadden les van hem in lokaal 4 op de begane grond van het "Stedelijk" (Gymnasium) in Haarlem. Toen het filmpje begon en hij begon te praten, haalde ik opgelucht adem. Zijn stem was identiek. Nog steeds dezelfde scherpte, passie en kracht als toen. Opeens was ik 25 jaar terug in de tijd. Wiener spreekt over het verraad in het onderwijs door beleidsmakers en zijn passie voor literatuur. Wat hij zegt is ook belangrijk, maar hoe hij het zegt, de wrevel, het niet-corrupte, het onpragmatische is een feest van herkenning. Alles komt terug: de veiligheid van de school, de nieuwsgierigheid naar kennis, de wil om kennis over te dragen, de kameraadschap tussen leraar en leerlingen, het licht in het lokaal, de donkere ochtenden, de gare middagen. De les op zaterdagochtend! En de gesoigneerdheid van Wiener. Zijn gestreken overhemden, zijn te strakke broeken (altijd 'correct', nooit een spijkerbroek), zijn dassen, zijn zware metalen horloges, zijn manchetknopen (of heb ik dat verzonnen?), zijn zakelijkheid, strengheid en gevoeligheid. We wisten toen ook al dat hij schreef, maar hij gedroeg zich bijna als een anti-kunstenaar, op het droge af was hij. Correct, gedegen, maar ook mysterieus. Er was altijd afstand, maar iedereen hield van hem. Een sexy gentleman uit Zandvoort of was het Amsterdam? Dat hij hetero was stond buiten kijf, maar bij hem wist je nooit met wie hij scharrelde, of hij vader was of kinderloos. Hij had iets straks, een he-man, een womanizer, maar zonder een ranzige kant.
Dat hij er buitengewoon verzorgd uitzag moet eind jaren '70, begin jaren '80 een daad van verzet zijn geweest, want alle andere leraren liepen in easy-going kernwapenvrije jeans en zelfgebreide truien. Wiener ging volstrekt zijn eigen weg. Maar omdat hij niet arrogant was lag hij toch heel goed bij de andere leraren. Het was de enige leraar die elke les begon met: "Klas...".
Het terugzien van de passie en de vechtlust, het niet gedoofde vuur was verpletterend. Dit is één van mijn initiatoren. Hij wijdde me in in Shakespeare, Shelley, Wordsworth, Orwell en vele anderen. Zonder grote gebaren, alsof we broodjes gingen bakken, zo werden wij vertrouwd gemaakt met de grote Engelse schrijvers. En retrospectief, met wat een liefde.
Hoe zeldzaam plekken als die school, waar de tijd, de rust en de intentie bestond om te reflecteren, te leren en te groeien. Wat een rijkdom, wat een concentratie, het was once-in-a-lifetime.
Ineens wist ik het: Wiener en ik (en niet alleen ik, maar andere oud-leerlingen ook) zijn voor altijd met elkaar verbonden. Toen ik hem zag herinnerde ik mij dat hij 25 jaar met mij mee gereisd was en dat ik hem voor de rest van mijn leven mee zal dragen. Iemand die geinspireerd lesgeeft is goud waard. Wiener is zo iemand.

donderdag 28 oktober 2010

De onschuld van de dode dingen

Kent u dat? Herkent u het dat u een volle mok met koffie vastpakt en vervolgens met het oor in uw hand staat. Of dat u in lunchtijd op uw werk een halve liter karnemelk op uw bureau hebt staan en besluit het pak te gaan schudden omdat u dacht dat het nog dicht was, omdat u was vergeten dat u er 2 minuten eerder al een slok van hebt genomen. En zo uw hele bureau plus het bureau van uw collega ondersprietst met zure witte troep.
Of dat u verwikkeld bent in een continue achtervolging met uw huissleutels en uw mobiele telefoon, omdat ze altijd voor u op de loop lijken te zijn.
Of dat u de sleutel van het schuurtje de afgelopen maand 10 keer hebt zien liggen, maar dat u als u een fietspomp nodig hebt die in de schuur staat, opeens de sleutel ervandoor is gegaan, als een muis die op de loop ging voor een kat.
Of dat u 1 minuut voordat de film op tv begint u de afstandsbediening niet kunt vinden. Dat u in blinde drift alle kussens van de banken smijt, de kratten met speelgoed van de kinderen omkeert, 8 keer naar uw studeerkamer loopt om naast de computer te kijken en dat u na een half uur ten einde raad besluit het op een zuipen te zetten en uw afstandsbediening dan vindt tussen de leverworst en de kaas in de ijskast.


Kent u dat? Leest u dan nog even door.


Je vult sproeivloeistof aan in je auto. Je draait de dop eraf. Je wilt die ergens neerleggen. Ik kies dan altijd een instabiel randje, want er is geen ander randje. Ik kan er vergif op innemen dat ik er tegenaan stoot. Dop kukelt eraf, ergens tussen slangen en stangen naast de motor. Mijn hand is te groot om de dop te kunnen grijpen, dus moet ik op zoek naar een stevig stuk staaldraad met een haakje eraan. Voordat ik dat bij elkaar heb gezocht en gemaakt is er zomaar weer een uur voorbij. Als ik dan eindelijk weer bij de auto ben, is de kans levensgroot dat ik van de regen in de drop terecht kom. Ik trek met de haak iets los, of prik iets door waardoor ik nog verder van huis raak. Ik moet mijzelf tot de orde roepen, mij tot het uiterste concentreren om er niet nog een grotere chaos van te maken dan die er al is.


Ik woon in een bosrijke omgeving en heb een motorzaag. Die heeft 2 reservoirs die regelmatig bijgevuld moeten worden. Het eerste met mengsmering. Het tweede met kettingolie. Ik raak al half in paniek als ik eraan moet beginnen. Mijn geest begint te blazen: "wat kan je dat toch goed. Wat ben je toch vreselijk handig geworden met de jaren. Ja, het was niet makkelijk. Je hebt veel moeten leren. Maar kijk eens wat je nu kan. Je kan werken met de motorzaag, zonder dat je je hand eraf zaagt en je kan hem ook zelf bijvullen. Je kan zelfs de ketting zelf stellen. Toe maar. Je gaat er ernstig op vooruit kerel!" Undsoweiter undsofort, lult mijn geest verder. La maar lullen, denk ik en ga aan de slag. Gooi benzine in het eerste gat en olie in het tweede. Niet teveel en niet te druistig, praat ik mezelf in. Alles beheerst en nauwkeurig. Zo. Klaar, nu de doppen terug op de jerrycan met benzine en de fles met olie en aan de slag. Handschoenen aan, oordoppen in en starten maar. Zo loop ik tegen mezelf te lullen dat ik vergeet om de doppen terug te doen op het benzine- en oliereservoir van de zaag. Ik heb de zaag al in mijn hand en olie en benzine stroomt op mijn broek en schoenen.


Lichten laten branden auto. Een auto zonder geluidssignaal dat de lichten branden als je uitstapt is voor mij niet geschikt. Ik denk dat ik eraan denk, maar ik verras mezelf telkens weer: lichten niet uitgedaan. Ook een auto met een geluid als de lichten nog branden is geen garantie voor succes. Ik ben in staat dit geluid niet te horen.


Parkeergarages (met dank aan Esther Donkers voor het idee, ). De absolute horror. De dwang van de organisatie (je MOET hier parkeren, je MOET hier betalen, je MOET hier naar binnen, je MOET hier naar buiten) maakt bij mij oerkrachten los. Ik krijg meteen films in mijn hoofd dat ik dronken van radeloosheid overal tegenop knal. Tegen andere auto's, tegen betonnen palen, tegen geldmachines en in gedachten vlieg ik in vrije val in een gracht of naastgelegen kanaal.
Je kan je kont niet keren, alles is supersmal. Hyperventilerend zoek ik een plek, nadat ik het kaartje dat de paal heeft uitgespuugd even op de stoel naast me gelegd heb. Let als een idioot op de witte pijlen op de grond, omdat ik weet dat ik een speciaal talent heb om te gaan spookrijden en in een verkeerd gat te duiken waardoor ik plots weer bij de uitgang sta. Ik vind een plek, maar moet als een sardine mijn auto verlaten: mijn deur kan maar een klein beetje open en ik pers me door de opening naar buiten. Geluk dat de bezitter van de auto waartegen mijn deur leunt er niet is. Ik heb geen keus, ik moet eruit. Auto afsluiten en weglopen. Het kaartje heb ik met trillende vingers in mijn portemonnee gestopt, nog extra kijkend in welk vakje, want een verloren kaartje is natuurlijk de tunnel der tunnels, niemand wil dat meemaken.
Als ik na een paar uur uitparkeer is het een hele prestatie als ik niet de zijspiegel eraf rij tegen een betonnen paal en als ik ongeschonden de garage uit ben gekomen, zet ik vaak de auto even langs de kant om mijzelf te feliciteren en op adem te komen.


Je rijdt op de fiets in de regen naar een afspraak. Je draagt regenkleren. Op de plaats van bestemming trek je je regenkleding uit. Bij mij zuigt alles zich direct vacuum. Mijn regenbroek blijft plotseling aan een haakje van mijn trapper hangen, een haakje dat ik daarvoor nog nooit heb gezien. Als ik het lusje van de broek dat achter het haakje vastzit wil losmaken, vergeet ik mijn fiets vast te houden en die klettert op de straat, waardoor een stale punt van de trapper zich in mijn enkel boort. Ik wil mijn hele fiets van woede in elkaar trappen, maar er lopen mensen in de buurt, dus ik beheers me. Ik klungel door met het haakje en mijn handen zitten onder de smeer. Ik krijg het haakje los en trek daarna mijn regenbroek uit met mijn smeerhanden, zodat de broek voorgoed is verknald. Dan mijn fiets oprapen. Mijn regenbroek even op een paaltje neergelegd, om mijn handen vrij te maken om mijn fiets te kunnen oppakken. Pak mijn fiets op, stoot tegen de broek aan die op het paaltje ligt, en de broek valt in een plas. En dan moet de werkdag nog beginnen.


Na het flossen van mijn tanden is het voor mij elke keer weer een uitdaging om het draadje in het vuilnisbakje te krijgen. Het draadje wil niet van mijn vingers af. Dat doe ik elke ochtend, dus ik ken die draadjes. Ik klem daarom nu het uiteinde van het draadje tussen de klep van de vuilnisbak en de bak zelf en zo gaat het draadje los. Daarna hangt het draadje voor de helft uit de bak, en dat eindje moet er ook nog in. Ik pak het delicaat beet tussen duim en wijsvinger, hou de klep open en doe rest van het draadje in de bak, terwijl ik een wrijvende beweging maak, zodat het draadje niet nogmaals de kans krijgt te blijven plakken.


Als er ergens een verlengsnoer op de grond ligt of een stuk touw of een stok, ik weet niet hoe ik het doe, maar gegarandeerd, dat het snoer zich om mijn voet krult en daar vastplakt. Ik moet allerlei toeren uithalen om mij van het snoer te ontdoen. Ik dans een soort horlepiep of sjamanendans alsof er een adder het op mijn been heeft voorzien die steeds opnieuw aanvalt.


Waarom zeg ik dit allemaal? U gelooft me vast niet als ik zeg dat ik u niet aan het lachen probeer te maken. Misschien om u te vertellen dat ik een nogal getroubleerde relatie heb met de stoffelijke wereld. Als het niet was dat ik de onhandigheid in eigen persoon ben, dan zou ik me kunnen voorhouden dat ik voortdurend wordt gefopt, tegengewerkt, achtervolgd en gesard door dode dingen. Maar dat gelooft natuurlijk geen mens. Of u wel?

dinsdag 12 oktober 2010

Nav lezing Over Gewetensvrijheid van Femke Halsema (http://tinyurl.com/39bhqzt)
De derde weg van Femke Halsema is helemaal geen derde weg, maar dezelfde weg die leidt naar onduidelijkheid, oeverloze discussies en meer gepamper.

Met haar vaststelling dat de progressieven in het defensief zitten en dat links geen antwoorden heeft  (of tot nu toe niet wilde hebben) op het onderdrukkende karakter van de Islam, heeft Halsema twee punten. Maar welk (nieuw) antwoord probeert Halsema te geven?

“Ons komt ook de taak toe om de confrontatie te zoeken met die gelovigen, die islamitische voorgangers, die gewetensdwang uitoefenen op de minderheden in eigen kring. “

“Ons komt de taak toe” klinkt niet echt slagvaardig, maar wetenschappelijk-bureau-van-een-politieke-partij-achtig. Maar zo klinkt Halsema nou eenmaal. Toch verraadt deze toonzetting wel degelijk iets over de inhoud. Maar daarover later. En wat bedoelt ze met “de confrontatie zoeken”. Hoe doe je dat op zijn GroenLinks? Gesprekken voeren met repressieve imams of  ‘buurtvaders’, die vervolgens het helemaal met je eens zijn en daarna weer over gaan tot de orde van de dag en hun onderdrukkende gedrag. (Immers we weten nu genoegzaam dat er nogal wat ‘ruimte’ kan zitten tussen wat een moslim voor de buitenwacht beleidt en wat zijn werkelijke drijfveren zijn. Dit wordt ook aangemoedigd in zijn geloof. Je mag (moet zelfs) liegen en bedriegen als je geloof onder vuur komt te liggen. Dit heet Takiyya.) Dat gaat dus niet werken, want dat is meer van hetzelfde. Daarom spreekt de lijn Wilders veel kiezers ook aan, omdat hij harde proposities heeft, en hen voor voldongen feiten stelt, die dwingen tot een antwoord aan moslimzijde. Wilders dwingt de dwingers (moslims), omdat hij (wel) begrijpt welke taal ze verstaan.
Halsema zal niet slagen als ze niet met wat harders komt dan rekenen op de effectiviteit van ‘een stevig gesprek’.

“Er lijken ook maar 2 smaken. Je bent anti-religie en dan wil je godsdienst, ik bedoel natuurlijk de Islam, weren uit de publieke sfeer en het liefst uit heel Nederland. Je bent pro-religie en dat betekent in het gepolariseerde debat ook dat je een moslimknuffelaar bent en een relativist die de sharia wil invoeren (dit is een vrije vertaling van het werk van Wilders).”

Wilders is niet anti-religie, maar anti-onvrijheid. Maar zijn propositie lijkt anti-religieus, omdat hij weet dat in de slipstream van de tegenwerking van religieuze excessen, de vrijheid vanzelf (mee)komt. Een kwestie van goed kijken. De kwaal bestrijden en niet de symptomen.

“Ze [dertienjarige moslimmeisjes, red] laten zich verscheuren tussen de wens solidair te zijn met een Islamitische minderheid die zich verdrukt voelt en het besef dat binnen veel islamitisch geloofsgemeenschappen de positie van minderheden (bijv. vrouwen en homoseksuelen) treurig is.

Afgezien van het feit dat de dramatische toon die Halsema hier heeft een perfecte inzage geeft in de manier waarop zij het probleem op zichzelf projecteert, en tegelijkertijd in het onvermogen om met meer afstand naar de zaak te kijken, is het nog maar de vraag of 13-jarige moslimmeisjes dit besef hebben.
De islamitische minderheid voelt zich niet verdrukt, maar zegt dat ze zich verdrukt voelt. Dat is strategie, omdat men weet dat een slachtofferrol het goed doet in Nederland. Men gebruikt dit als schild om de aandacht af te leiden en met rust gelaten te worden in de uitoefening van hun geloof en alle onderdrukkende aspecten die daarbij horen.
Halsema veronderstelt een derde weg omdat ze lijkt te denken dat dit haar electoraal van pas kan komen. Het lijkt alsof ze visonair is. Het is leuk bedacht, maar de derde weg is doornig en troebel en het kan zijn dat er helemaal geen weg is, alleen maar in het hoofd van Halsema.

Al met al is de lezing van Halsema een schroomvallig pogen structuur te scheppen. Een theoretische verhandeling, maar geen handleiding waarmee je iets oplost.
De achilleshiel is de nuance en de fijnbesnaardheid, werktuigen die niets teweeg brengen in het daadwerkeijk oplossen van de problemen. Het is allemaal reuze verantwoord, reuze correct en rechtschapen. Alsof ze met een waterpomptang aankomt voor het afsluiten van een lekkende oliebron in de oceaan. Gevaarlijk naief.

En dan is er nog de toonzetting. Het is de toon van laten we het er nog eens over hebben, humanistisch positivisme van een praatgroepkarakter uit de jaren ’70. Er zit totaal geen noodzaak in. Decadent gefilosofeer, ziende blind en horende doof voor wat er op straat gebeurt.

De tegenstelling tussen Halsema (of Links) en Wilders is niet zozeer een ideeenclash, maar veel meer een toonconflict. Wilders gebruikt harde oneliners, waarvan linkse tenen gaan krommen. Het liefst zouden ze hem het zwijgen opleggen. Net als een oom die op een verjaardagsfeestje plotseling al zijn kleren uittrekt omdat het benauwd is in de kamer. Wilders doet wat iedereen zou willen doen, maar de anderen schamen zich, zijn bang dat de gastheer zich beledigd voelt, bang voor de reactie van de anderen en bang voor de waarheid. Waarom?
Omdat Halsema denkt dat de intolerantie gevoelig is voor nuance, en beledigd wordt door harde taal, zoals normaal is in een verlicht Westers land.
Wilders communceert met de Islam door de manier waarop hij spreekt, zie de reacties die hij losmaakt. Halsema communiceert niet, spreekt de taal niet, is als een stomme. 

Daarom slaat zij met de ogenschijnlijke nieuwe lijn die zij kiest in haar lezing nog geen deuk in een pakje boter. Het blijft keurige, verantwoorde Oude Politiek.