vrijdag 10 december 2010

Winterswijk

Mijn vader had een vriend in Winterswijk. We noemden hem oom Jan, maar hij was geen familie. Mijn vader had na zijn middelbare school een jaar bij de vader van oom Jan in de houtzagerij gewerkt. Het heette dat hij toen 'een man' was geworden. Die oom Jan Nijenhuis had een groot stuk grond met een villa erop met een grote vijver ervoor. Aan de Bataafseweg. De villa heette 't Stroot. In de vijver was een steiger gemaakt met een duikplank. 's Zomers mochten we zwemmen in de vijver, maar mijn oom en mijn vader waarschuwden mij dat er een bullebak in de vijver woonde. We waren dus altijd op onze hoede voor de scherpe tanden van de bullebak.
In de grote hal van de villa stonden de jachtgeweren van de oom, met daarboven foto's samen met Prins Bernhard en de tegenoverliggende muur was volgehangen met jachttrofeeën, vooral herten en reeën. Oom Jan was jachtopziener.
Bij de oom lagen veel Duitse tijdschriften, zoals Der Spiegel en wat bladen met blote vrouwen, geen porno natuurlijk. Hij had een zithoek met een lage tafel voor een enorm raam dat uitkeek op die vijver.

's Winters mocht ik een keer mee op jacht. Als drijver. Tussen allemaal oudere mannen met een tak tegen de bomen slaan. Ik voelde me heel stoer en nuttig. Aan het eind van de dag werd er tableau gemaakt van het geschoten wild. Mijn moeder ging er heel theatraal bij staan huilen, terwijl ze haar bontjas (van roodvos) nog wat meer om zich heen sloeg.

We waren ook een keer te gast in het huis van de vader van oom Jan, de eigenaar van de houtzagerij. We hadden toen net een cassetterecorder gekocht van Telefunken. Het hele weekend was ik geobsedeerd alles aan het opnemen en afspelen zo geweldig vond ik dat apparaat. Het huis vonden we eng want de oude eigenaar was net daarvoor doodgegaan.
Hij had een 'drankneus' toen hij nog leefde. Een soort rode aardbei in plaats van een neus. Zoiets had ik nog nooit gezien en zo'n mooie drankneus heb ik daarna nooit meer gezien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen