maandag 6 december 2010

De koppige patiënt

Op zekere dag kreeg Nederland kanker. Er zat een vlekje op zijn arm, een plekje, een puntje, eigenlijk niet veel groter dan een speldenkop. Nederland ontdekte het omdat het gitzwart was en jeukte. Eromheen was het vurig. Als Nederland alleen maar aan dokters dacht kreeg hij al een paniekaanval, dus concentreerde hij zich extra op zijn werk en praatte zichzelf in: ik verbeeld het me, er zijn nog minstens 10 andere plekjes en pijntjes, die horen erbij. Maar dat ene plekje hoorde er niet bij en na een half jaar was het zo groot als een aardbei. Een stekende aardbei. Voor zichzelf kon Nederland het gezwel nog wel wegredeneren, maar omdat het zichtbaar op zijn onderarm zat, kon hij de plek op zijn werk niet meer verbergen. Collega's keken hem soms anders aan. Hij besloot naar de dokter te gaan. Hij had zijn arm ternauwernood ontbloot, "kanker" zei de huisarts. Als de blonde verfloddering naar het ziekenhuis een biopt laten maken. En nu zul je denken dat Nederland van angst door zijn kniëen zakte, maar niets van dat al. In superieure rust reed hij naar het ziekenhuis en deed wat hij moest doen. De uitslag van de weefselkweek: soeranoom. Een kwaadaardige agressieve en zichzelf razendsnel verspreidende tumorsoort. Met een bijzondere eigenschap: fysiek ga je er niet dood aan. De tumor zaait zich vooral uit in de hersenen en zorgt daar geleidelijk voor een persoonlijkheidsverandering. Nederland had nu de keuze: bestrijden of accepteren dat hij beetje bij beetje een ander zou worden. Hij zei tegen zichzelf: weet je wat, eigenlijk heb ik er maar heel weinig last van. Zeker nu ik weet dat ik er niet dood aan ga. Bestralingen en chemotherapie zijn een bezoeking. Ik heb geen zin in dat gevecht. Zo kan het ook. Dan maar een beetje een ander mens. Ook dat heeft zelfs nog wel iets.
Dus tierde de kanker welig voort. Nederland ging weer aan het werk en ontkende de ziekte totaal. Maar de ziekte ontkende Nederland niet. 
Nederland kreeg steeds meer klachten. Hoofdpijn, concentratieverlies, stemmingswisselingen, en zijn maag- en darmstreek leek wel een tombola. Hij moest zich gewonnen geven. Nederland stopte met naar zijn werk te gaan. Hij was moe, doodmoe. Hij zat op een stoel, dagenlang, te zitten. Hij had niet de puf om iets te lezen of zelfs TV te kijken. Nederland was een plant geworden. Ik weet niet hoe het met Nederland is afgelopen, maar als niemand hem heeft opgetild, zit hij er nu nog.


Epiloog
Er is inmiddels een medicijn op de markt dat de tumoren doet wegsmelten en zorgt voor herstel van de oude persoonlijkheid. Dit medicijn heet Primary Versatile Vexation (PVV)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen