donderdag 24 maart 2011

Overnacht

Een van de 6 broers van mijn vader heette Jan. In het voorjaar van 1944 was er in Velsen-Noord een NSB-er vermoord. Hierop ontstaken de Duitsers in blinde woede en dreven alle jonge mannen die zij konden vinden uit hun huizen bijeen. Een razzia. Mijn oom Jan was een van hen. Hij was een weekendje over uit Geleen waar hij werkte bij zijn broer Flip. Hij kwam een fles wijn halen bij zijn ouders voor zijn 23e verjaardag. Hij werd meegenomen en op de trein gezet. Waarheen wist niemand. Zijn vader schreef brieven aan het Rode Kruis: hebben jullie een lange blonde jongen van 20 jaar gezien met blauwe ogen? Pas in de jaren '70 werd dit opgehelderd. Hij was naar Leipzig gebracht en in een kamp gestopt. Hij heeft het daar niet lang gemaakt en is van uitputtting gestorven.
In de familie heette het dat zijn moeder, mijn grootmoeder (beppe) Aaltje Lubberts door dit wegvoeren van haar zoon in een nacht (overnight, zoals de Engelsen dit subliem zeggen) grijs geworden was.
Ze stond in de jaren daarna vaak in de benauwde erker voor het raam van haar arbeiderswoning aan de Meerweidenlaan te posten of hij er aan kwam.
"Hij moest nog eens de hoek omkomen." Dit betekende niet dat zij iets te goed meende te hebben van het lot.
Blijkbaar moest ze haar staan en wachten voor haar familie verklaren.
Wat doe je daar toch? Hij moest nog eens terugkomen, dan is er tenminste iemand die hem opvangt. Daarom sta ik hier.
Hij moest nog eens terugkomen. Hij zal wel iets willen eten.
Hij moest nog eens terugkomen.
Hij komt de hoek van de straat om. Hij zwaait. Hij is het.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen