maandag 12 september 2011

Elisabeth Bas

Raiders, drie musketiers, caramac's en bazooka's plus wat los goed zoals dropsleutels, -veters en salmiakknotsen. In een houten sigarendoos van Elisabeth Bas borg ik mijn schatten op. En die doos in een kledingkast onder de trap. Voor de argeloze vinder was er een bovenverdieping met oude voedselbonnen uit de Tweede Wereldoorlog. Helemaal waterdicht was dit niet, want de doos was verdacht zwaar voor wat velletjes papier. Maar ik was toch altijd in de buurt, dus die bovenverdieping was slechts om de moedwillige dief een aantal seconden af te leiden. Kostbare seconden die mij in de gelegenheid moesten stellen een hinderlaag voor te bereiden.
Elk vriendje moest zien hoeveel snoep ik al had gespaard en beloven dat hij de verstopplek niet zou verraden. Elk uur opende ik de doos om te inspecteren of alles nog op zijn plek lag. Het was het laatste dat ik deed voor ik ging slapen en het eerste als ik opstond. Voordat ik naar de wc ging en direct erna. Voor en na het eten. Het theedrinken. Het spelen op het schoolplein. Het huiswerk. Al mijn zakgeld van een rijksdaalder per week ging in mijn verzameling zitten. Mijn snoepverzameling groeide door en barstte bijna uit de doos. Bij elke inspectie haalde ik alles eruit, telde en legde alles weer terug op zijn plek. 
Stormenderhand begon mijn leven zich af te spelen rond de snoepdoos. Ikzelf begon steeds meer een bijvoeglijk naamwoord te worden, een lijdend voorwerp, een voorzetsel, een figurant, een slaaf aan het hof van Koning Snoep. Maar ik had het er graag voor over om deze dictator te dienen. Zijn aanzien straalde op mij af en het enige dat ik hoefde te doen was wat conciergewerk.
Maar er begonnen zich complicaties voor te doen. Ik kon de slaap niet meer vatten. Verloor de lust tot eten. En ik vertelde mij telkens als ik bij de drie musketiers kwam, drie musketiers plus drie musketiers is vier musketiers, nee twee musketiers, nee zes, en langzaam werd ik gek.
Ook de dropsleutels begonnen zich te roeren en verwarden zich met de veters, er was warempel geen touw meer aan vast te knopen! De raiders schoten hun bazooka's leeg op de sleutels, maar misten. En de caramac's stonden erbij als een totempaal, in zichzelf gekeerd en wuft.
Het werd een onoverzichtelijk geheel waarbij ieder deed wat hem goeddunkte. Er was geen lijn meer in te ontdekken en hoe ik het ook probeerde ik kreeg het zootje ongeregeld niet meer ordentelijk in de doos.
Dus propte ik die hele janboel zo goed en zo kwaad als het ging terug in hun hok en dit was voorwaar geen sinecure. Als een jack-in-the-box wilde alle drop en chocola mij naar de keel vliegen.
Toen ik hijgend tegen de kastdeur geleund stond na een fikse worsteling, besloot ik dat er ingegrepen moest worden.
Ik vloog terug de kast in, griste de doos van zijn plek, keerde hem om en vrat in een keer alle verzamelobjecten op. Eindelijk rust.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen