zondag 15 januari 2012

Het Noodlot

De wurggreep van de winter is onomkeerbaar. In vertraagde pas door de sneeuw bewegen. Minutenlang aankleden. Laag voor laag. Minutenlang uitkleden. Laag voor laag. De honden krijgen geen water meer. Dat bevriest. Ze eten sneeuw. De sneeuwschuiver doet de oprit en komt vast te zitten in een greppel. De opgewonden banden draaien zich steeds dieper vast in de modder. De smeer en olie ruiken naar overmoed. Er moet een tractor worden geregeld. De buurman heeft een tractor. En altijd dorst. Dus die wil wel helpen. De mannen van de sneeuwschuiver staan steeds uit een andere hoek te kijken naar hun gewonde apparaat. De buurman moet van boven komen, dus dat duurt wel een kwartier. Stonden ze net aan de voorkant, nu zitten ze op de zandstrooier aan de achterkant, en als ik me nu omdraai en wat sneeuw wegschep om net te doen alsof ik iets nuttigs doe, in deze lege minuten die de verlossing moeten brengen, zitten ze beiden op het dak een boterham te eten. De buurman brengt de trekker in positie en heeft een staalkabel van tandflos. Ik breng mezelf en de honden in veiligheid, want die kabel gaat als een zweep klappen, daar kan je vergif op innemen. Als een dokter die achter een stralingsvrije deur gaat staan bij het maken van de foto. Hij springt inderdaad, maar niemand raakt gewond. De honden en ik komen naar buiten. Met die sliert spaghetti lukt het nooit om die sneeuwschuiver te lichten. Ik heb dat nog niet gedacht of het ding komt in beweging, erop, erover en eruit. De schedel van de boer is niet doormidden geritst door de kabel. Lichtzinnigheid heeft gezegevierd. God bestaat. De buurman krijgt bier. De sneeuwschuivers ook. Iedereen is tevreden. Het noodlot had iemand anders op de korrel, vandaag. De tractor heeft een witte hoed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen