zondag 22 mei 2011

Loeren

Er staat in Nederland op een dorp iemand, een man of een vrouw, in zijn tuintje te werken. Er komt een auto aan. De vrouwman kijkt even op en schoffelt verder. Een auto, niks bijzonders.
In Polen staat er iemand, een man of een vrouw, in zijn tuintje te werken. Er komt een auto aan. De vrouwman kijkt op, posteert zijn lichaam naar de weg toe, en gaat pontificaal staan kijken hoe de auto eraan komt. Al 50 meter van te voren priemen de ogen door de voorruit op zoek naar de bestuurder. De ogen klinken zich vast aan zijn blik. De dorpeling stopt met al het werk. En loert. Volgt. Ik kijk als ik dat wil. Dit is mijn grond. De auto nadert, passeert, en rijdt verder. En door priemen de ogen in de acheruitkijkspiegel. Het lichaam draait mee in de richting van het wegrijden. Dit land is mijn eigendom. Die auto ken ik niet. Waarom moet die hier rijden. Wie zit er in die auto. Wat doet die vent hier. De Pool blijft de auto observeren totdat hij helemaal uit het zicht is. Als een roofkat die versteend totdat de indringer het territorium heeft verlaten. En gaat dan met trage bewegingen door met waar hij mee bezig was. Totdat de volgende auto eraan komt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen