zaterdag 26 november 2011

Onze ouders

Veel van onze ouders leven nog. Je zou denken dat de meesten in tehuizen zijn geplaatst, maar dat is uit de mode. Dat was in de mode toen onze ouders 45 waren. Hun ouders werden over de rand geduwd -en lieten zich duwen- zijzelf klampen zich vast aan hun zelfstandigheid.
In de donkere villa kraken de traptreden minutenlang als de overgebleven man of vrouw zijn of haar bed opzoekt.
De eens bruisende huizen van de familie P. in Heemstede of de familie M. in Aerdenhout zijn niet in andere handen overgegaan. Dit is de tijd dat de die-hards hun huizen met hand en tand verdedigen. Ze zijn conciërges geworden. Schaduwen die geen licht nodig hebben, omdat zij alles op de tast doen. Ze zijn in gezelschap van de dochter (Maria H.) die toen ze 8 was tegen de centrale verwarming viel en werd geëlektrokuteerd. Of van de neefjes die Monopoly speelden in de serre. Of van de liefdes van hun leven die broers of zussen geworden waren, omdat de hartstocht ergens onderweg uit hun vingers was geglipt.
Ze zijn er nog. Nu. Over 10 jaar is het gebeurd. 
Dan is er geen gat meer in de schutting waardoor je het verleden kan zien. Waar je 50 of 60 jaar in de diepte kan kijken.
Waar de spullen zijn bevroren als in de kamer van een Groot Schrijver of van Anne Frank.

Mijn grootvader zat alleen op een kamertje van 3 bij 3. De zieke soeplucht van dat tehuis kwam je al voor de entree tegemoet. De verstikkende lucht van institutionele verzorging. De wurgende handen van de zorg om zijn nek die elke dag wat harder knepen tot het knap zei als bij een slachtkip.
Het domein van de dood, waar men de mens louter ziet als een samenklontering van vlees dat meer of minder in staat van verrotting is.
Ze zeiden dat hij geloofde, mijn grootvader, maar als ik hem uit het raam zag kijken, wist ik dat er voor hem geen verlossing was. Het infantiele idee dat na de dood alles goed zou komen, zorgde voor een miserabele interpretatie van datgene wat bestond, de kostbare laatste dagen van zijn leven.

Geestkracht is alles. Al geloof je in Kazachstaanse Tureluur. Het vlees moet zijn plaats kennen.
De vader van Louise, de moeder van Joanne hebben dat begrepen. Geloof is voor gevorderden. Bij de simpelen van geest is de kans groot dat Geloof hun hersenen tot gehakt maakt en hun leven tot een wachtkamer voor iets dat nooit komt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen