woensdag 23 november 2011

Scènes uit een huwelijk (afl. 321)

V
Waar ligt dat ding?

M
Welk ding?

V
Dat ding met die tandwielen.

M
Wat voor ding met welke tandwielen?

V
Dat ding dat altijd in die la ligt.

M
In welke la?

V
De keukenla.

M
Welke keukenla?

V
De derde.

M
De derde van boven of de derde van onderen?

V
Dat maakt niet uit. Het zijn er vijf.

M
Wat vijf?

V
Vijf lades.

M
Wat ligt er in die la?

V
Er liggen 10 soorten messen, oude pleisters, zilverpoets, een rol bakpapier en een blikopener in.

M
Nou, dan heb je het toch.

V
Wat het?

M
Je blikopener.

V
Kan jij mij vertellen hoe ik met een blikopener een fles wijn openkrijg?

M
Hoe moet ik begrijpen dat je een kurketrekker zoekt. Die heb je zelf opgeruimd. Jij moet weten waar die ligt.

V
Ik begin opnieuw. Waar heb je de kurketrekker voor het laatst gezien?

M
Wie is hier de kurketrekker? Jij of ik? De laatste keer lag hij op het randje.

V
Welk randje?

M
Het randje boven het aanrecht.

V
De vensterbank?

M
Nee, bij de afzuigkap.

V
Waar bij de afzuigkap? Op de afzuigkap?

M
Nee, bij de afzuigkap. Daar waar de afzuigkap bij de muur komt.

V
Aan de kant van de wasbak of aan de kant van de vaatwasmachine?

M
Waar de waspoeder staat.

V
Er staat geen waspoeder.

M
Nu misschien niet, maar waar die altijd staat.

V
Daar ligt niks. Er staat alleen een lege vaas.

M
Hoe weet je dat die vaas leeg is?

V
Er staan geen bloemen in.

M
Heb je erin gekeken?

V
...

M
Kan je erin kijken? Wat zie je?

V
Bonnetjes.

M
Dan moet je onder die bonnetjes kijken.

V
Ik kan niet onder de bonnetjes kijken want de bonnetjes zijn niet doorzichtig.

M
Dan keer je de vaas om.

V
...

M
En?

V
Wanneer kom je thuis?

M
Heb je hem?

V
Ik moet ophangen, er wordt gebeld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen