dinsdag 3 april 2012

Of iets dergelijks

Hij was de onhandigheid in persoon. Alles wat hij ophing, repareerde, plakte bleef niet hangen, gemaakt, zitten. Het was genetisch, dat wist hij, maar last had hij er toch van. Zijn vader was grootaandeelhouder. Die dirigeerde handige mannetjes. Zijn moeder was onderwijzeres. Die wond handige mannetjes om haar vinger. Hij was niks en moest roeien met de riemen die hij niet had.
Hij was een soort wijf. Maar dat wijf was wel huisvader, met een vrouw en nageslacht, dat dan weer wel.
Laten we zeggen dat hij andere talenten had.
Als er weer eens een leiding spontaan begon te spuiten, of een lampekap op half zeven hing, of er een gekmakende gaslucht onder de vloer vandaan kwam, belde hij snel de buurman, die hem wilde helpen op voorwaarde dat hij zich een college handige tips zou laten welgevallen. Hij deed dan echt zijn best om de adviezen niet zijn andere oor uit te laten vliegen, en daarom hoorde hij niet alles wat de buurman zei.
Hij knikte beleefd, terwijl hij een stuk gereedschap vasthield om hem het gevoel te geven dat hij elk moment kon inspringen.
Probeerde hij zo'n waterleiding zelf te maken, waar een ringetje was uitgedroogd dat vervangen moest worden, dan raakte hij zo emotioneel betrokken bij de leiding dat hij die gewoonweg kapotkneep aan weerszijden van het euvel, kortom hij kon van een relatief klein probleem een catastrofe maken, omdat hij het te graag wilde oplossen.
Zijn passie was groter dan zijn zelfbeheersing, of iets dergelijks.
Als het kwaad was geschied kon hij soms wel een minuut versteend staan te kijken hoe de keukenvloer blank begon te staan, alsof hij zichzelf wilde onderdompelen in schuld. Hij wilde de situatie goed in zich opnemen om hem daarna te kunnen analyseren. Wat heb ik fout gedaan? Moest ik zoveel kracht zetten? Ja, maar die koppeling zat ramvast. Die wilde niet los. Een knappe jongen die dat anders aan kon pakken. En zo zat hij tegen zichzelf te babbelen, terwijl het water over zijn schoenen liep.
Hij werd pas wakker door het gekrijs van zijn vrouw die gilde dat hij de hoofdkraan moest dichtdraaien. De hele buurt had het gehoord, hij voelde zich ontmand en begon zijn vrouw voor viswijf uit te maken terwijl hij toevoegde dat ze in principe gelijk had, alleen dat ze niet zo'n keel had hoeven opzetten.
Maar weer de buurman gebeld, die met een colgate-smile en een combinatietang in de aanslag even later voor de deur stond. Zijn vrouw deed open met een glimlach-van-duizend-en-1-nacht en het leek of haar borsten uit haar blouse wilden knallen.
Met soppende schoenen gaf hij de buurman een hand. Die lijkt op een reus en zegt: 'Is het weer zover?'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen