dinsdag 30 augustus 2011

Alicja

Ik moet Alicja bezoeken. 
Alicja woont aan de andere kant van het dal. Het is het enige huis dat wij zien. En zij ziet ons. Ze is directeur geweest van de middelbare school een dorp verderop en nu met pensioen. Hoe oud ze is hangt van de dag af. Soms ziet ze eruit als 65 en soms als eind 40. Ze is getart door het noodlot. Eerst heeft ze 5 jaar lang haar moeder verpleegd tot die dood ging. En toen ze daarvan op adem kwam, kreeg haar man Michael kanker. Hij was professor in de literatuurwetenschap en zag er uit als een engel.
Ik ben er 1 keer geweest. Ze vertelde over het huis waar ze woont. Dat het van een Duitse arts was geweest, die ze er later had laten logeren omdat hij fantoompijn had. Ze is een soort oude hippie. Alle dronkaards in het dorp sidderen als ze eraan komt, want ze krijgen een veeg uit de pan als ze ziet dat ze laveloos zijn. Ze is blij met ons, er zijn hier niet zoveel mensen met wie je praten kan. En met het café dat we hadden, ze vond dat het een beetje licht en vrolijkheid gaf.
Het moet een jaar geleden zijn geweest dat ik haar met Michael voor het café zag lopen. Hij krabbelt op, dacht ik. 
Het begon te sneeuwen.
Tussen kerst en sylvester brandden voortdurend alle lichten in het huis.
Begin januari kwam ik langs het kerkhofje en zag een berg bloemen in het wit. Dat bleek voor Michael te zijn. 
Haar huis was onbereikbaar. 
Ik zag haar wegspieden met boodschappen, terwijl ik net mijn handen vol had met spullen voor het café. Geen goed moment. Of ik stond achter haar in een volle winkel en groette terloops. Geen goed moment. 
Het werd voorjaar en zomer. Aan werk geen gebrek.
Laatst zag ik haar weer in de supermarkt in het stadje. Ik liep naar haar toe en vroeg wanneer kan ik langskomen. Over Michael geen woord. Jij altijd zei ze. Dat is alweer een maand geleden.
Ik moet Alicja bezoeken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen