zondag 7 augustus 2011

Het hermetische Oosten

In een stad van blokkendozen staat in het centrum een fremdkörper. Een, laten we zeggen, 18e eeuwse kerk. De kerk is niet verlicht, je weet niet waar de ingang is, er staat geen bordje op hoe de kerk heet, wanneer er diensten zijn. Als een duistere, koude reus rijst hij op uit het midden van de stad. Er is ook een restaurant, tenminste dat staat er op. Dit restaurant is in een donkere blokkendoos. Voor de kleine ramen hangt vitrage. Binnen brandt geen licht. Geen verlichte menukaart in een kastje. Geen reclamebord met een rondbuikige, vrolijke kok. Er is ook een winkel in de stad, tenminste dat staat erop. Ook in een blokkendoos. Als je naar binnengaat doet de eigenaar het licht aan. Op de schappen liggen een paar artikelen. De mensen in het restaurant en de winkel wekken niet de indruk dat ze blij zijn een ander levend wezen te zien, integendeel, het lijkt erop dat ze met rust gelaten willen worden. En bij de kerk is helemaal geen levende ziel te bekennen.
Het restaurant en de winkel bestaan al bijna niet, de kerk bestaat helemaal niet. Hij is er wel, maar heeft geen boodschap aan zijn omgeving. Is buitenstebinnen gekeerd.
Wie wil daar nou binnen kijken? Het is graag of niet. Men staat vast niet te springen om de deur open te maken.
Maar het zou zomaar kunnen dat diezelfde kerk wel verlicht is. Men heeft dat ooit gezien in een warm land. Of op een plaatje van een warm land. Maar men heeft niet nagedacht over de kleur van het licht. Gewoon maar een lamp gekocht die voorhanden was. Met koud licht. Zuinigheidshalve schettert het ijskoude licht tegen de voorkant van de toren aan. De andere kanten duister, want het geld was op. Het centrum wordt hiermee zo gezellig als een cafeteria dat baadt in tl-licht.

Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat het mensen zijn die ervoor zorgen of de decorstukken in hun omgeving wel of niet tot leven komen. Het verdriet, de onverschilligheid of juist de zorg komen tot uitdrukking in wat gebouwen zeggen.

In het voormalige Oostblok stikt het van de de decorstukken die niet ontsloten zijn. Gebouwen die mooi zouden kunnen zijn, maar met een hoge rug naar de straat toe staan. Gekwetst, moe en kapot. Of in het beste geval pompeus, maar ontoegankelijk.

Maar het is niet alleen dit, want de Bijlmer is ook geen feest van gezelligheid.
Een gebouw waar mensen wonen hoeft niet uitnodigend te zijn, want dat is niet de functie ervan, al is het wel mooi meegenomen.
Het is ook de noodzaak voelen of de vlag de lading dekt. Met andere woorden, als je een winkel begint, maak er dan ook wat van, en begin er anders niet aan. Laat het licht branden. Zet de bloemen buiten. Tover een glimlach op je gezicht. Of als je het beheer hebt over een kerkgebouw, voel dan de verplichting het de uitstraling van compassie te geven, in plaats van afstandelijkheid en duisternis.
Doe je ding consequent en professioneel. Wees geen amateur.
Ja maar, het is een geldkwestie. Nee, het is geen geldkwestie. Het is mentaliteit.

Prevaleert in het Westen vaak de bewegwijzering, de uitleg, ontsluiting en openheid, in het Oosten lijkt het wel alsof men zich geen raad weet met het hebben en geven van overzicht. Men neigt naar fragmentatie, inconsequentie, geheimhouding en hermetische geslotenheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen