zondag 25 maart 2012

Geestgronden

De dijken tussen Hillegom en Lis zijn geen dijken. Geen water te bekennen. Hoe zit dat? Het is simpel. Amsterdam die grote stad is gebouwd op palen. Maar ook op zand. De dorpen achter de duinen hadden zand. Duinzand. Via de Weespertrekvaart werd het naar Amsterdam gebracht. 5 meter diep, honderden hectares.
Alleen de wegen tussen de afgravingen bleven op de oorspronkelijke hoogte. Spookdijken. Achter de dijken lag dus een voorbereide Vinex-locatie avant-la-lettre, immense laagtes van 5 meter diep. Wat moesten ze daarmee aanvangen? Geen idee. Het geld voor het zand was verdiend, daar ging het om. Je moet praktisch zijn in het leven.
Tot er een gauwdief uit Lis op een nacht uit de hortus botanicus van Karel Klus een tulp stal en die verstopte in de zandgrond achter zijn schuurtje. Die tulp groeide als kool en bloeide als een aria van Mozart. Dat smaakte naar meer. Dus bekeek hij in het najaar de uitgegroeide bol. Hij bewaarde de uitgroeisels en plantte die ernaast. En een halfjaar later had hij 6 tulpen enzoverder enzovoort. Hij stopte ze lekker warm in met stro, en een mengsel van klei en veen en het jaar erop groeiden ze nog beter. Hij hoefde allengs niet meer uit stelen te gaan omdat hij zijn tulpen voor astronomische bedragen kon verkopen.
Er ontstond een tulpenbubbel. Als ongedierte na de winter vlogen speculanten, dilettanten en geldwisselaars op de tulpen af. De waarde van 1 tulp was gelijk aan een buiten met een fraai terrein eromheen. Er is niks nieuws onder de zon.
Maar de bubbel knapte, het ongedierte ging op zoek naar andere kadavers en de gronden waren voortaan elk voorjaar bezaaid met alle kleuren van de regenboog.
Als de bloemen van het veld zijn en de dagen korter worden en je in de richting van de Noordzee kijkt zie je, als je goed kijkt, de oude duinen weer. De aarde sluit zich. De dijken zijn weer gewoon wegen. En je kunt zo doorlopen naar het strand.
En dat is waarom deze gronden de Geestgronden worden genoemd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen