donderdag 28 juni 2012

Hemels

Mijn buurman is een oude man met een grijze baard. Hij woont in een kapitale villa bovenop een berg. Het is een frisse oude man, de frisheid van iemand van 30, geen kilo teveel, hij ruikt naar naaldwoud en sinaasappels. Hij moet de honderd zijn gepasseerd.

Elke week krijgen we van hem een mand fruit, groente, vlees en noten.
We wilden hem iets teruggeven, maar dat accepteerde hij niet. Hoe wij ook aandrongen. Hij vroeg ons te doen als hij. Als je iets terug wilt doen, geef dan iets van jou aan een ander. Ik hoef niks te krijgen, ik heb alles al. Dat deden wij. Maar op een gegeven moment waren wij door onze oude kleren heen, we hadden geen moestuin zoals hij, en stopten onze giften aan arme sloebers beneden in het dorp.

En hij ging maar door met geven. We konden onszelf niet anders zien dan als beesten die zich stortten op al dat lekkers en het zo snel mogelijk opvraten.
Het maakte ons radeloos. Tot we ons op zekere dag zo schaamden, toen we hem met een volle mand verse heerlijkheden zagen aankomen, dat ik naar buiten liep en hem vroeg om zijn handeltje weer mee te nemen. Sorry, we kunnen het niet meer aannemen, we voelen ons er enorm ongemakkelijk bij. Hij zei dat dat niet hoefde, dat voor hem het juist plezierig was om te kunnen geven. Het eindigde met dat ik hem bedankte voor zijn generositeit, maar dat we echt een pauze moesten inlassen. Dat respecteerde hij, maar hij keek er zeer verdietig bij en hij keerde huiswaarts.

Weken gingen voorbij. We merkten dat ons besluit onze schaamte had opgelost, maar gelukkiger werden we er ook niet van. Het gezicht van de oude man toen we zijn giften afwezen, bleef ons achtervolgen. En langzamerhand werd ons duidelijk dat dit toch ook niet de oplossing was. We kregen een idee. Als we het eens zo zouden doen: we zouden datgene uit zijn mandje accepteren dat we konden aannemen om hem een plezier te doen, meer niet.
Elke bes, elk stukje groente, elke noot zouden we, terwijl we aten, opdragen aan hem, zou dat niet werken?

En alsof hij gezien had wat we hadden bekokstoofd, stond hij de volgende dag voor onze deur. Ik stelde hem voor wat wij hadden bedacht en hij begon te stralen van oor tot oor. Dus ik nam wat we konden accepteren en de rest nam hij mee terug.
Hoe het kwam snapten we niet, maar alles leek veel beter te smaken, fruitiger, voller, dieper. Hemels.
Het bleek een gouden greep, weten hoe te ontvangen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen