zondag 24 juni 2012

Tijgerleeuw

We hebben een tijgerleeuw. Hij is nog jong, 1 jaar oud. Hij loopt door ons huis. Achter ons aan. We hebben ook een baby. Die negeert hij meestal. Ik speel wel eens met de tijgerleeuw. De grip van zijn klauwen wordt steeds steviger. Wat eerst een leuk spelletje was, is nu behoorlijk pijnlijk geworden. Mijn handen en bovenarmen zitten onder de krassen van zijn nagels. Ik vraag wanneer hij gegeten heeft. Mijn vrouw zegt dat ze het niet precies weet. Ik zie dat hij de baby met zijn klauw wegduwt. Dat bevalt me niet. Ik wil hem opsluiten, maar dat lukt niet. Deuren staan op een kier of zijn zonder slot. Over andere afscheidingen springt hij heen. Hij wil bij ons zijn. Hij laat steeds vaker zijn tanden zien en rolt met uitgestrekte klauwen midden in de kamer over de grond. Ook zijn geur begint sterker te worden. Het hele huis is ervan vergeven. Het is niet mogelijk het beest te ontlopen. Hij is overal. Hij laat zich niet opsluiten. De deuren hebben geen sloten. Als hij ziet dat ik mijn hand op de klink leg om een deur dicht te doen, rent hij op me af en glipt snel door de kier heen. Hij is razendsnel. Hij zit in een hoek van de kamer en observeert ons. Als een van ons opstaat, staat hij ook op een escorteert je. Een keer lukt het ons hem op te sluiten in de bijkeuken, we zetten een stoel tegen de klink. Hij merkt dat de deur niet open wil en begint als een bezetene rond te rennen, vervaarlijk te grommen en de jassen van hun haken te rukken, de schoenen te verscheuren.

Dit kan zo niet langer. We bellen de dierentuin. De dierentuin zegt dat ze geen plek hebben voor een tijgerleeuw. Wel voor een leeuw. Wel voor een tijger. Maar niet voor een mutant. We hadden nooit een tijgerleeuw moeten nemen. Geen leeuw, geen tijger en helemaal geen tijgerleeuw.

Ergens anders in Europa gaat een vrouw naar bakker van Vessem in Aerdenhout. Er is geen plek voor een SUV. Wel voor een Mini. Wel voor een Fiat. Maar niet voor een stadsjeep. We hadden nooit een SUV moeten nemen. Geen Mini, geen Fiat en helemaal geen SUV. Er staat niemand op de invalideparkeerplaats. Ze duikt erin. Ze haalt haar dokterskaart tevoorschijn en legt die op het dashboard. Aerdenhout is een reservaat voor gesedeerde wilde beesten en ander voetvolk, denkt ze, voordat ze een nummertje trekt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen