woensdag 1 augustus 2012

Oranje bomen

Mijn vrouw is leergierig.
Toen ze begin jaren 90 in Holland aankwam in een bus vol gelukszoekers kon ik haar niet meer bieden dan een bovenkamer in de 2e Oosterparkstraat. Het was september, kortere dagen, iedereen aan het werk. Al snel vond ze een betrekking als schoonmaakster. De heimwee naar Polen was groot, maar het verlangen naar een breder perspectief vele malen groter.
Ze ging naar een taalklas en leerde zich allengs in het Nederlands uit te drukken. Ruzies voerden we in het Engels, dit werd de taal van de haat. Nederlands bleef onbesmet.
Amsterdam was een doolhof. Thuis wist ze de weg van school naar de winkel en van de winkel naar haar vriendinnen waar ze vaak nog door haar vader heen werd gechauffeerd. Ze is enigstkind, het enige kind. Voor haar waren alle straatnamen in Amsterdam Chinees. Zie daar maar eens je weg te vinden.
In Polen is een fiets geen gangbaar vervoermiddel. En als ze fietsen in Polen, dan is het een ander soort fietsen. Het is meer een soort malen van een zware tredmolen, slavenarbeid. Ze weten er geen raad mee. Geen lichtvoetig gefiets, niet het gescheer over de grachten als zwaluwen, zoals men dat in Amsterdam gewoon is. Aan de manier waarop een fietser met zijn stuur zwaait herken je de toerist in Amsterdam.
Ook zij zwaaide in het begin met haar stuur. Als dat maar goed gaat. Maar na een paar weken was ze geen toerist meer.
De tijd begon sneller te bewegen, de herfst en de winter waren ongetwijfeld nat en waaierig en er zal wel geen ijs hebben gelegen, of een beetje een poosje, maar niet voldoende om op te kunnen staan. Het verlangen van Hollanders naar winters die nooit komen.
Op Koninginnedag sprak ze al behoorlijk goed. We gingen naar een parkje waar wat feestelijkheden waren georganiseerd. Ze zong uit volle borst mee.
Oranje bomen, oranje bomen, leve de koningin.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen