zaterdag 27 oktober 2012

Verliefd

Ze zit op de trap van het balkon van een dubbeldekker tussen Amsterdam CS en Haarlem. Ik sta bij de deur en kijk tegen haar op. Ze is de veertig gepasseerd, maar het meisje in haar is er nog. En ze is ontegenzeggelijk moeder. Haar gezicht is van fluweel, ze heeft niets van een furie met een castratiemes.
Zoveel wist ik voordat haar achterbuurmeisje, van ook al weer 23, dat bovenaan de trap wel een klapstoeltje had weten te claimen, begon te niezen. Geen schreeuwende nies zoals ze op de kermis doen of in verre ziekenhuisgangen, maar een ingehouden nies, een plofnies.
Bij de tweede nies, draaide de vrouw die mijn interesse had zich om, zei gezondheid en glimlachte. Maar daar bleef het niet bij. Opnieuw plofniesde het meisje drie, vier keer achter elkaar en opnieuw draaide mijn vrouw zich naar haar om om haar nogmaals gezondheid toe te wensen. Dit was geen zuinige natuur. Zo van 1 keer gezondheid wensen tegen een vreemde is wel voldoende. Nee, deze vrouw keek niet op een goede daad meer of minder. En weer draaide ze terug met een gouden glimlach, die ze gericht aan niemand in het bijzonder liet uitdoven. (Het was geen ordinaire toneelspeelster die applaus verwachtte van de omstanders. Nog een pré.)
Toen pakte ze haar telefoon en ging uiterst bescheiden een gesprek voeren op fluistertoon, waarbij ze haar mond bewoog als een diplomatiek vertegenwoordiger. Ingeleefd en afgewogen. Ze was niemand tot last.
En toen sloeg mijn fantasie op hol. Kwamen er Noord-Afrikanen van benedendeks haar met korte kromzwaarden bedreigen om geld, goed en eer af te geven. Ik sprong voor haar, scheurde mijn borst bloot en zei dan zul je eerst mij moeten openrijten, barbaren, steek mijn ribbenkas aan flarden, duistere woestijnbewoners, want ik zal niet toestaan dat gij het mooiste en het liefste voor mijn ogen schendt.
En dit was niet de eerste maar de dertigste vrouw op wie ik vandaag verliefd werd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen