zaterdag 28 mei 2011
Hoe het groeide
Nadat ik voor de zoveelste keer het lokaal onderkotste na het drinken van lauwwarme joris driepinter schoolmelk in zo'n driehoekig kartonnetje, liep ik langs het huis van Monet van Lidt, de eerste vrouw op wie ik verliefd werd. Het huis heette 'Hoe het groeide' aan de Churchilllaan in Haarlem (bij Heemstede). Het staat er nog met dezelfde naam. Ik was 5. Mijn eerste blauwtje.
vrijdag 27 mei 2011
Deze berg
We kochten deze berg in het begin van deze eeuw. We hebben er na een paar jaar een huis op gebouwd. Het was een kille ontvangst. Er was nauwelijks water. En alle pompen die het beetje water naar boven moesten stuwen, hielden er na een halfjaar mee op. Het water is rood van de metalen en kan hooguit als douchewater dienen. Mijn werkkamer heeft ramen in de richting van het Noorden, in de richting van de Baltische Zee. Aan de andere kant ligt Tsjechie, de Middellandse Zee, Afrika. De uitzichten zijn 's zomers adembenemend. Je blik scheert als een valk diep over de dalen. De winter geeft geen uitzichten en smeert alles dicht. Vanaf december tot eind februari regeert hij. De contouren van je huis vervagen. Alles vervaagt. In het dorp beneden zie je niemand meer. Je kunt niet meer denken. Zet wat thee. Stookt de kachel nog eens op. Overleeft. Het is zo dat Slavische volkeren zich 's winters opsluiten en zich pas weer laten zien als de sneeuw gaat smelten. Natuurlijk liggen ze niet allemaal aangeschoten op de kachel te soezen, maar je zal ze de kost geven die aangeschoten op de kachel liggen te soezen. Alles ligt stil. Er is geen restaurant waar je kan eten. Het is veel te koud om buiten te werken. Hoe ze hun brood verdienen is een raadsel. Ze hebben moestuinen waar ze de zomers in scharrelen. Ze maken alles in. Potten op. Houden in. Zoetzuurzoute groenten en wat het bos geeft. Paddestoelen en bessen. Een stug slag. Mensenschuwe kabouterachtigen.
De berg wilde ons terugduwen naar de beschaving. Niet dat we de beschaving niet wilden. We wilden pas terug nadat we de berg zijn plaats hadden gewezen. We gingen bomen kappen, hout hakken, geiten houden, vuur stoken, een vijver uitdiepen en ons niks aantrekken van de berg die aan ons een broertje dood had.
We hebben tientallen houten hekken versleten. Als je niet weet hoe je een paal in de grond moet slaan valt hij om. Of hij breekt. Of knakt. Of gaat schuin staan. Gebeurt dat 's winters dan doe je niks. Je kunt niet bewegen. Alles zit vast. Pas in het voorjaar bepaal je de schade. En je begint van voren af aan.
Vorig najaar groeven we een nieuwe put. Geen diepe van 45 meter, maar een van 5 meter. Het water gutste erin. Geen rood water. Helder drinkbaar water. De put zit altijd vol. Ook als je er water uithaalt. Een hoorn des overvloeds.
De berg is het treiteren moe. De groentijd is over.
Het is voorjaar. Alles bloeit. We hebben een vlaggenmast in de berg geboord. Een Nederlandse, een Poolse en een Amerikaanse vlag gekocht die om en om fier staan te wapperen. We maken het hier af. En dan peren we hem. Een ondraaglijke lichtheid tegemoet.
De berg wilde ons terugduwen naar de beschaving. Niet dat we de beschaving niet wilden. We wilden pas terug nadat we de berg zijn plaats hadden gewezen. We gingen bomen kappen, hout hakken, geiten houden, vuur stoken, een vijver uitdiepen en ons niks aantrekken van de berg die aan ons een broertje dood had.
We hebben tientallen houten hekken versleten. Als je niet weet hoe je een paal in de grond moet slaan valt hij om. Of hij breekt. Of knakt. Of gaat schuin staan. Gebeurt dat 's winters dan doe je niks. Je kunt niet bewegen. Alles zit vast. Pas in het voorjaar bepaal je de schade. En je begint van voren af aan.
Vorig najaar groeven we een nieuwe put. Geen diepe van 45 meter, maar een van 5 meter. Het water gutste erin. Geen rood water. Helder drinkbaar water. De put zit altijd vol. Ook als je er water uithaalt. Een hoorn des overvloeds.
De berg is het treiteren moe. De groentijd is over.
Het is voorjaar. Alles bloeit. We hebben een vlaggenmast in de berg geboord. Een Nederlandse, een Poolse en een Amerikaanse vlag gekocht die om en om fier staan te wapperen. We maken het hier af. En dan peren we hem. Een ondraaglijke lichtheid tegemoet.
donderdag 26 mei 2011
Komt een Pool bij de dokter
Komt een Pool bij de dokter. In de wachtkamer is altijd de eerste vraag: "Wie is de laatste in de rij?" Er is geen assistente. In plaats van een assistente heeft de dokter een BMW. De dokter heeft geen lijst gemaakt, de volgorde mag de ziekenboeg zelf uitvechten. Daar brandt hij zijn handen niet aan. In de wachtkamer zijn te weinig stoelen, het is benauwd. De stoelen zijn krakkemikkig en na 2 minuten heb je al pijn in je rug. Er is niets te lezen. Je hebt wel een afspraak gemaakt, bijvoorbeeld 15.15, maar dat is slechts een principeafspraak. Het kan zijn dat je 2 uur moet wachten. Als je aan de beurt bent komt de dokter niet aan de de deur. Je hebt die hele dokter nog helegaar niet gezien. Alleen zijn BMW. Je weet dat je mag als degene die zei dat hij de laatste was toen je binnenkwam, naar buitenkomt. Je mag naar mister X. Je gaat naar binnen. De kans is groot dat er tussen de spreek- en de wachtkamer een dun communistisch deurtje zit waardoor je alles kan horen over de aambeien van degeen die aan de beurt is, als je de pech hebt om dicht bij de deur te zitten. De dokter zit achter zijn bureau als een directeur en kijkt ernstig. Hij verwacht geen hand en als je die toch geeft omdat je een Nederlander bent, staat hij niet op. Als je nog geen kwaal had dan word je nu ter plekke ziek door zijn 'bezorgde' gezichtsuitdrukking. Het pathologiseren begint.
(Een patient die terugkomt is kassa.) Waarom u het in uw hoofd haalt om dit en dat te eten, waarom u niet meer beweegt, waarom u niet eerder bent begonnen met het slikken van dit en dat, want weet u wel wat een risico u loopt, u bent op een leeftijd dat de jaren gaan tellen. Geen geruststelling, een glas warme melk en onder de wol zoals in Nederland, maar intimidatie, afstandelijkheid en angst is je deel. Zuchtend en hoofdschuddend schrijft hij minimaal 5 pillen en poeders voor, alsof het om een verloren zaak zou gaan. Je vraagt hoeveel je moet betalen. Met een verwijtende blik accepteert hij het geld, alsof hij je een dienst bewijst. Als een geslagen hond kom je naar buiten en spoed je je naar de apotheek, waar je de rest van de inhoud van je portemonnee achterlaat en een schema meekrijgt voor je pillenparty.
En waag het niet een pil te vergeten.
Je moet volgende week op controle.
(Een patient die terugkomt is kassa.) Waarom u het in uw hoofd haalt om dit en dat te eten, waarom u niet meer beweegt, waarom u niet eerder bent begonnen met het slikken van dit en dat, want weet u wel wat een risico u loopt, u bent op een leeftijd dat de jaren gaan tellen. Geen geruststelling, een glas warme melk en onder de wol zoals in Nederland, maar intimidatie, afstandelijkheid en angst is je deel. Zuchtend en hoofdschuddend schrijft hij minimaal 5 pillen en poeders voor, alsof het om een verloren zaak zou gaan. Je vraagt hoeveel je moet betalen. Met een verwijtende blik accepteert hij het geld, alsof hij je een dienst bewijst. Als een geslagen hond kom je naar buiten en spoed je je naar de apotheek, waar je de rest van de inhoud van je portemonnee achterlaat en een schema meekrijgt voor je pillenparty.
En waag het niet een pil te vergeten.
Je moet volgende week op controle.
woensdag 25 mei 2011
Ramses
Ramses.
Ramses op de radio met Sammy.
Ramses in zwart wit in Shaffy Chantant.
Ramses op weg naar Parijs terwijl hij in Nederland een voorstelling moest geven.
Swami Ramses Shaffy in het rood in Poona.
Ramses in een bootje door de Keizersgracht op Koninginnedag starnakel blazend op een toetertje.
Ramses in da Gigi in de Hartenstraat met een vriendin rokend en drinkend en pizza etend.
Ramses onder de vleugels van Toneelgroep Amsterdam.
Ramses onder de vleugels van het Sarphatihuis.
Ramses.
dinsdag 24 mei 2011
Sie gehen so anders
In 1982 was ik voor het eerst in het Oostblok. In Eisenach. We stonden met onze klas op een koele herfstmiddag te wachten op de bus. Het was op het uur dat de mensen klaar zijn met werken. Pruttelende Trabanten en Wartburgjes reden voorbij en sommige mensen liepen naar huis. Voor mij waren het schimmige figuren, figuranten, die in een wereld van bordkarton moesten wonen. Een soort Madurodam zonder humor. Terwijl we high werden van de bruinkooldampen, zagen we de verwaarloosde gebouwen die zonder uitzonderingen zwart uitgeslagen waren. We stonden er een beetje grapjes over te maken, ook omdat het zo compleet niet klopte met de Economische Succesverhalen die de gids ons had verteld. Als ze er zelf zo in geloofden, hadden ze zeker maling aan onze spot. Toch? Niemand spoedde zich naar huis. Men liep vertraagd door de lege straten. Alsof een doel ontbrak.
Het was wat de gesoigneerde West-Duitse vrouw in de U-Bahn in Berlijn zei tegen een vriendin over de Ossies: Sie gehen so anders.
Ik woon nu bijna 6 jaar in Polen. De getergde en taaie generatie die de bloei van zijn leven moest doorbrengen tijdens het communisme is overal te zien. Met aftandse boodschappennetjes, zielige maatpakken en jurken uit het jaar nul. Ze zijn overstoorbaar in hun gang. Slow motion. In een sneeuwstorm van bloesem trekken ze hun hoofd dieper in hun kraag. Als er bommen zouden inslaan en stukken straat plotseling zouden wegzinken in de aarde, ze zouden doorlopen. Onverstoorbaar. Ze zijn niet te stoppen. Zonder doel. Maar ze blijven lopen. Op hun tandvlees, hun kaken, hun vereelte voeten. Spiedend uit hun oude ogen, mijden ze elke hindernis. Willen blijven leven.
De oude man loopt. Blijft staan. Draait zich om. Kijkt. En zet zich weer in beweging. Hij moet nog 3 aardappelen halen in het winkeltje.
maandag 23 mei 2011
Państwo w dupie
Ieder land heeft een overheid die het verdient. Maar in Polen is niemand blij met hoe de publieke sector functioneert, zelfs ambtenaren niet. Maar het systeem is sterker. Niemand is opgewassen tegen een gedrocht dat jaren als een agressieve tumor kon woekeren en nu als een ongeneeslijke vervorming het leven van de gewone Pool dagelijks verzuurt. Mensen schieten in een kramp als ze met een instantie te maken hebben, uit angst voor boetes en omdat ze niet de kracht en de middelen hebben om hun recht te halen.
Een voorbeeld. Een ambtenaar komt met een of ander absurd voorschrift dat evident in strijd is met EU-regels. De burger kiest ervoor het voorschrift na te leven, omdat het hem meer tijd, geld en moeite kost als hij er tegen in opstand komt. Er worden door de regering Tusk wel initiatieven ontplooid om te snoeien in de red tape, maar dit vraagt nogal wat diplomatie omdat dit electoraal buskruit is. Zo gaan de idioot vroege pensioenen van brandweerlieden en militairen (vanaf 50 jaar!) geleidelijk op de schop.
Een ambtenaar is een bijzondere diersoort. Ze gedijen overal in de wereld. Het is net onkruid. Maar gedragen door jarenlange staatshegemonie kennen ambtenaren in Polen hun plaats niet. Het zijn leraren, geen maatschappelijke dienaars. Laatst kreeg ik een dwangbevel om te verschijnen bij de belastingdienst. Ik had voor mijn Poolse bedrijf iets in Zweden gekocht (voor 25 euro) en de factuur over het hoofd gezien. Dit benadeelt de Poolse schatkist niet, want ik moest 0,- euro belasting betalen, volgens de regel dat je over artikelen die je invoert vanuit een ander EU-land niet btw-plichtig bent. Toch moest ik op het matje komen en een college aanhoren van een inspecteur, waarbij de boete afhankelijk was van hoe ik me in dat gesprek opstelde. Terwijl ik de inspecteur op zijn test wilde timmeren, hield ik mij in omdat ik niet van plan was zondegeld uit te geven. Of de vrouwelijke ambtenaar van SANEPID, de gevreesde Poolse Keuringsdient van Waren, die beweerde dat de bodem van een vruchtentaartje niet gaar was, omdat ze boterkoek aanzag voor deeg. De boerentrien. Maar weer ben je gedwongen te luisteren naar ongeciviliseerde leugens, omdat ze het recht hebben je bedrijf op slot te doen, zolang je niet voldoet.
Polen ziet, God zij geloofd en geprezen, inmiddels bont en blauw van de boetes die vanuit de EU zijn opgelegd, omdat ze meenden lekker hun eigen ding te kunnen blijven doen. Ja, het is even slikken als je erachter komt dat je niet het centrum van de wereld bent.
Hoe komt het ooit goed? Dit gaat een generatie duren. Van onderaf. Er komen jongere ambtenaren die gereisd hebben en de regels milder zullen interpreteren. Er zijn steeds meer moedige en vermogende burgers die zich niet laten ringeloren en tot het uiterste gaan om hun gelijk te halen. En topdown zal het politiek onverkoopbaar zijn de stortvloed aan boetes aan de EU te moeten betalen voor verloren zaken, ingegeven door halsstarrig Patriottisme, een overblijfsel uit een tijd, dat dat een functie had.
Hopelijk leidt dit op termijn tot meer burgerzin bij de mensen, die zich nu massaal afkeren van het publieke domein. Polen hebben lak aan de staat, ze hebben de staat in hun kont (Państwo w dupie) zeggen ze zelf.
Een voorbeeld. Een ambtenaar komt met een of ander absurd voorschrift dat evident in strijd is met EU-regels. De burger kiest ervoor het voorschrift na te leven, omdat het hem meer tijd, geld en moeite kost als hij er tegen in opstand komt. Er worden door de regering Tusk wel initiatieven ontplooid om te snoeien in de red tape, maar dit vraagt nogal wat diplomatie omdat dit electoraal buskruit is. Zo gaan de idioot vroege pensioenen van brandweerlieden en militairen (vanaf 50 jaar!) geleidelijk op de schop.
Een ambtenaar is een bijzondere diersoort. Ze gedijen overal in de wereld. Het is net onkruid. Maar gedragen door jarenlange staatshegemonie kennen ambtenaren in Polen hun plaats niet. Het zijn leraren, geen maatschappelijke dienaars. Laatst kreeg ik een dwangbevel om te verschijnen bij de belastingdienst. Ik had voor mijn Poolse bedrijf iets in Zweden gekocht (voor 25 euro) en de factuur over het hoofd gezien. Dit benadeelt de Poolse schatkist niet, want ik moest 0,- euro belasting betalen, volgens de regel dat je over artikelen die je invoert vanuit een ander EU-land niet btw-plichtig bent. Toch moest ik op het matje komen en een college aanhoren van een inspecteur, waarbij de boete afhankelijk was van hoe ik me in dat gesprek opstelde. Terwijl ik de inspecteur op zijn test wilde timmeren, hield ik mij in omdat ik niet van plan was zondegeld uit te geven. Of de vrouwelijke ambtenaar van SANEPID, de gevreesde Poolse Keuringsdient van Waren, die beweerde dat de bodem van een vruchtentaartje niet gaar was, omdat ze boterkoek aanzag voor deeg. De boerentrien. Maar weer ben je gedwongen te luisteren naar ongeciviliseerde leugens, omdat ze het recht hebben je bedrijf op slot te doen, zolang je niet voldoet.
Polen ziet, God zij geloofd en geprezen, inmiddels bont en blauw van de boetes die vanuit de EU zijn opgelegd, omdat ze meenden lekker hun eigen ding te kunnen blijven doen. Ja, het is even slikken als je erachter komt dat je niet het centrum van de wereld bent.
Hoe komt het ooit goed? Dit gaat een generatie duren. Van onderaf. Er komen jongere ambtenaren die gereisd hebben en de regels milder zullen interpreteren. Er zijn steeds meer moedige en vermogende burgers die zich niet laten ringeloren en tot het uiterste gaan om hun gelijk te halen. En topdown zal het politiek onverkoopbaar zijn de stortvloed aan boetes aan de EU te moeten betalen voor verloren zaken, ingegeven door halsstarrig Patriottisme, een overblijfsel uit een tijd, dat dat een functie had.
Hopelijk leidt dit op termijn tot meer burgerzin bij de mensen, die zich nu massaal afkeren van het publieke domein. Polen hebben lak aan de staat, ze hebben de staat in hun kont (Państwo w dupie) zeggen ze zelf.
zondag 22 mei 2011
Loeren
Er staat in Nederland op een dorp iemand, een man of een vrouw, in zijn tuintje te werken. Er komt een auto aan. De vrouwman kijkt even op en schoffelt verder. Een auto, niks bijzonders.
In Polen staat er iemand, een man of een vrouw, in zijn tuintje te werken. Er komt een auto aan. De vrouwman kijkt op, posteert zijn lichaam naar de weg toe, en gaat pontificaal staan kijken hoe de auto eraan komt. Al 50 meter van te voren priemen de ogen door de voorruit op zoek naar de bestuurder. De ogen klinken zich vast aan zijn blik. De dorpeling stopt met al het werk. En loert. Volgt. Ik kijk als ik dat wil. Dit is mijn grond. De auto nadert, passeert, en rijdt verder. En door priemen de ogen in de acheruitkijkspiegel. Het lichaam draait mee in de richting van het wegrijden. Dit land is mijn eigendom. Die auto ken ik niet. Waarom moet die hier rijden. Wie zit er in die auto. Wat doet die vent hier. De Pool blijft de auto observeren totdat hij helemaal uit het zicht is. Als een roofkat die versteend totdat de indringer het territorium heeft verlaten. En gaat dan met trage bewegingen door met waar hij mee bezig was. Totdat de volgende auto eraan komt.
In Polen staat er iemand, een man of een vrouw, in zijn tuintje te werken. Er komt een auto aan. De vrouwman kijkt op, posteert zijn lichaam naar de weg toe, en gaat pontificaal staan kijken hoe de auto eraan komt. Al 50 meter van te voren priemen de ogen door de voorruit op zoek naar de bestuurder. De ogen klinken zich vast aan zijn blik. De dorpeling stopt met al het werk. En loert. Volgt. Ik kijk als ik dat wil. Dit is mijn grond. De auto nadert, passeert, en rijdt verder. En door priemen de ogen in de acheruitkijkspiegel. Het lichaam draait mee in de richting van het wegrijden. Dit land is mijn eigendom. Die auto ken ik niet. Waarom moet die hier rijden. Wie zit er in die auto. Wat doet die vent hier. De Pool blijft de auto observeren totdat hij helemaal uit het zicht is. Als een roofkat die versteend totdat de indringer het territorium heeft verlaten. En gaat dan met trage bewegingen door met waar hij mee bezig was. Totdat de volgende auto eraan komt.
zaterdag 21 mei 2011
Epitheton Diskwalificans
Als zij soms een weekje met de kinderen naar haar ouders ging, viel hem opeens op dat er in plaats van 4 vuilniszakken nog nieteens een halve vuilniszak gevuld werd. Natuurlijk, kinderen zijn vuilproducenten, maar hij herinnerde zich nog het pre-kinderen-tijdperk en toen was de vuilproductie niet veel minder. Hij noemde haar daarom Grootverbruiker, en daar wist zij van. Kocht hij een grootverpakking lucifers met 12 kleine pakjes, dan verdampten deze pakjes binnen een paar dagen, waar anderen er 3 jaar mee zouden doen. Of een tree met 30 eieren. De dagen erop werden er pannekoeken en omeletten gebakken net zo vaak totdat er geen ei meer over was. Deden zij samen boodschappen dan moest hij de dingen die hij voor zichzelf kocht 'borgen'. Verstoppen en wegmoffelen in een eigen zak onder een bank van de auto. Deed hij dit niet en liet hij het slingeren bij haar spullen, dan was de kans dat hij het ooit nog terug zag minimaal. Poef! Verdampt.
Andere epitheta waarmee hij haar nu en dan aansprak, afhankelijk van de situatie, waren Big Spender, Sinterklaas, Maria Magdalena, Rotzooimaker en GrootPrater.
Big Spender omdat zij geen benzinestation kon binnen gaan zonder eruit te komen met een zak chips of een ELLE-Wonen. Alleen benzine afrekenen was ongezien. Er MOEST iets anders worden gekocht.
Sinterklaas omdat ze altijd meer wilde betalen dan nodig was aan werknemers en fooien verzon alsof ze Directeur was van de Nederlandse Bank. Ze had een onverklaarbaar mededogen met klusjemannen, ook als ze maar matig tevreden was over hun werk.
Maria Magdalena omdat ze bij vrienden de geest kreeg de keuken op te ruimen terwijl ze in haar eigen keuken struikelde over de potten en de pannen.
Rotzooimaker omdat er altijd wel ergens in het huis hopen lagen. Hopen vuile was, hopen dozen, hopen speelgoed, hopen servies. De wet van de Communicerende Vaten gold. Werd er in de ene kamer opgeruimd, dan ontstonden er in de andere kamer hopen.
GrootPrater omdat ze een meester was in het ophemelen van zichzelf naar buiten toe. Dat je de indruk kreeg dat ze in ik weet niet wat voor prive-vliegtuig naar invloedrijke vrienden was gehopt en het succes aan haar kont had hangen.
En om al het voorgaande was hij een beklagenswaardig man.
Andere epitheta waarmee hij haar nu en dan aansprak, afhankelijk van de situatie, waren Big Spender, Sinterklaas, Maria Magdalena, Rotzooimaker en GrootPrater.
Big Spender omdat zij geen benzinestation kon binnen gaan zonder eruit te komen met een zak chips of een ELLE-Wonen. Alleen benzine afrekenen was ongezien. Er MOEST iets anders worden gekocht.
Sinterklaas omdat ze altijd meer wilde betalen dan nodig was aan werknemers en fooien verzon alsof ze Directeur was van de Nederlandse Bank. Ze had een onverklaarbaar mededogen met klusjemannen, ook als ze maar matig tevreden was over hun werk.
Maria Magdalena omdat ze bij vrienden de geest kreeg de keuken op te ruimen terwijl ze in haar eigen keuken struikelde over de potten en de pannen.
Rotzooimaker omdat er altijd wel ergens in het huis hopen lagen. Hopen vuile was, hopen dozen, hopen speelgoed, hopen servies. De wet van de Communicerende Vaten gold. Werd er in de ene kamer opgeruimd, dan ontstonden er in de andere kamer hopen.
GrootPrater omdat ze een meester was in het ophemelen van zichzelf naar buiten toe. Dat je de indruk kreeg dat ze in ik weet niet wat voor prive-vliegtuig naar invloedrijke vrienden was gehopt en het succes aan haar kont had hangen.
En om al het voorgaande was hij een beklagenswaardig man.
donderdag 19 mei 2011
Berlijn
Een stad moet je leren. Laatst was ik een paar dagen in Berlijn. De auto stond bij een hotel in een buitenwijk. Dus dat probleem was opgelost. Een ABC-kaart gekocht. Daarmee kan je 48 uur alle openbaar vervoer gebruiken. Daarbij zat een plattegrond. Ik ben 46 en wordt langzaam blind en doof. Dit is een theatrale manier om te zeggen dat ik het irritant vind dat ik de grip op mijn zintuigen verlies. Of dat mijn zintuigen aan het uitfaden zijn. Ik was laatst bij de HoorSpecialist van BeterHoren of Schooneberg, wat goed om te horen, daar wil ik afzijn. Mijn gehoor is goed. Maar als iedereen erdoorheen kletst dan moet ik de TV heel hard zetten om te kunnen verstaan wat ze in de-wereld-draait-door zeggen. De stadsplattegrond was meer of minder zichtbaar, afhankelijk van of ik in de zon stond of in een metrostation. Maar los daarvan is er een lasagne van U-, S-, en M-bahnen. De Duitsers hebben dit, O Wahnsinn, niet goed aangepakt. In Parijs heb je de correspondance, waarbij het eindstation altijd een orientatiepunt is voor waar je naar toe moet. In Berlijn niet. Nummertjes en een paar tussenstations en dat is het wel. OK, als je hier een paar weken bent, dan weet je het, maar als je 2 dagen op en neer wilt vliegen, ben je gehandicapt. Ik moest dus in elk station als een kleuter naar de KundenInfo om te vragen op welke Gleis de metro, trein, tram naar eindpunt Susenmezo ging. De plattegrond was slechts een spiegel die me mijn leeftijd inwreef, en geen liftboy die als een antilope voor mij uitspringend de weg wees.
Beetje bij beetje opende Berlijn zich als een oester. Vanuit de metro zie je opeens landmarks, zoals de Hackescher Markt, de Spree met de Dom en ook wordt het Hauptbahnhof een labyrinth waar je de weg weet. Zowaar kon ik soms de KundenInfo links laten liggen, want dan wist ik het opeens weer.
Grip op de stad begint te gloren.
Beetje bij beetje opende Berlijn zich als een oester. Vanuit de metro zie je opeens landmarks, zoals de Hackescher Markt, de Spree met de Dom en ook wordt het Hauptbahnhof een labyrinth waar je de weg weet. Zowaar kon ik soms de KundenInfo links laten liggen, want dan wist ik het opeens weer.
Grip op de stad begint te gloren.
zondag 15 mei 2011
Sade Adu in Concert 2011
Het laatste popconcert dat ik had gezien was Frankie Goes to Hollywood in Ahoy. Het moet in 1986 geweest zijn. Daarvoor Olivia Newton-John in de Jaap Edenhal in november 1978, op de top van de roem die voortvloeide uit Saturday Night Fever. En nu Sade. Het was dus even geleden. Een fanatieke concertganger ben ik niet, dat is een overbodige opmerking, maar ik maak hem toch. Het speelde zich af in O2World in Berlijn. De voorpret begon al toen ik midden in de winter de kaarten kocht. Het concert was op vrijdag de 13e (mei), maar geen ongeluk gezien, die dag. Sade is sterker dan het noodlot. Het voorprogramma begon om 20.00 uur en werd verzorgd door The Jolly Boys, een band met oude mannen uit Jamaica. Slecht genoeg om te verlangen naar de hoofdact, en goed genoeg om je niet bekocht te voelen. Het zat vol met cliché's van hand tegen je kruis houden en neukbewegingen maken, en tot vervelens toe na elk nummer zeggen: Jolly Boys love Jolly Girls. Het vreemde bewegen met stijve benen leek niet te komen door ouderdom, maar door de dansstijl die klaarblijkelijk bij deze subcultuur hoort. De leadzanger had een stem alsof hij afwisselend zijn keel smeert met pruimtabak en kwaliteitshavana's. Ik had de hele tijd het gevoel dat ik naar dilettante circusartiesten zat te kijken, die hun gig routineus afdraaiden, maar ze konden wel spelen en ze waren op tijd gekomen voor hun act, dus misschien was dat rommelige slechts schijn en gevoed door vermaledijde vooroordelen in mijn hoofd. Na 3 kwartier was ik toch blij dat de oude bokken in de coulissen verdwenen. Er volgde een changement van een half uur, waarbij de scène helemaal leeg werd gemaakt. Wat overbleef was een licht oplopend zwart podium dat door 2 roadies onophoudelijk werd gedweild.
Om 21.15 doofden de zaalichten en begon Sade. Ze kwam van onder het podium in een bad van halogeenlicht recht op het publiek aflopen op Soldier of Love. Ze was gespannen dat kon je horen, niet zien. Haar gezichtsuitdrukking was zo gecontroleerd als in een videoclip. De techniek moest de eerste minuten vechten met een geluidsmonitor die verkeerd stond afgesteld en die ging brommen bij teveel bastonen. Maar dit werd on-the-fly getackeld. Pas bij het derde nummer Diamond Life kwam de rust erin en nadat de zaal de tent had afgebroken, ontspande Sade zichtbaar met een glimlach van oor tot oor. Sade is geen prater, zoveel is duidelijk, want als ze 3 keer iets tegen de zaal heeft gezegd, is het veel. Sade is de tegenpool van veel vrouwelijke popsterren die zich als hoeren door videoclips bewegen of dit nu door dwang van de productie is of omdat ze zelf denken dat ze daarmee scoren. Ze is ingehouden, maar verre van preuts. Ze heeft klasse, maar is geen ijskoningin. Ze legt het er niet dik bovenop, maar is volledig open en geniet overduidelijk van het samenspel met de 17.000 mensen in de zaal. Ik heb me af zitten vragen wat ik zou willen van dit concert om het tot een geslaagde avond te maken. Onwillekeurig wil je toch zo'n artiest wat beter leren kennen. Je hebt er 400km voor gereisd en 100 euro voor betaald. Je kent haar van honderden keren op de radio en tv en thuis van je platen en cd's.
Ik werd op mijn wenken bediend, want Sade ging totaal los. Niet doordat ze plotseling haar borsten uit haar blouse schudde of met haar hoofd ging zwaaien. Nee, het zat hem puur in wat ze uitstraalde. Een enorm plezier in het doen wat ze stond te doen, en de glimlach die je overal doorheen kon voelen, ook als de tekst van een liedje om een andere expressie vroeg.
De laatste nummers had ze een witte strakke jurk aan die niet wilde verhullen dat ze 52 is. Heur haar had ze daarbij los, het leek een beetje alsof je haar betrapte, 's morgens in haar nachtpon voordat ze de kans had gehad zich op te maken. Maar dit werd geen moment onsmakelijk of afstotelijk. Integendeel. Het vergrootte haar grandeur tot de 5e macht. Wat ze de laatste nummers liet zien was pure geestkracht, onweerstaanbaar mooi en onweerstaanbaar vrouwelijk. Dat haar stem bij het nummer dat begint met "There was a woman in Somalia" af en toe uit de bocht vliegt is geen probleem, omdat ze 99% loepzuiver staat te zingen. Ze is geen moment ijdel of op zichzelf gericht, al zullen kwade tongen dit wel beweren, als je ziet hoe ze qua uiterlijk niets aan het toeval overlaat. Ondersteund door muzikanten die geen twijfel kennen en zo professioneel zijn dat je nooit je tenen hoeft te krommen en alleen maar genietend het hele spektakel als een waterval over je heen kan laten denderen.
Heb ik waar voor mijn geld? Ja. Ja. Ja. De Sade die in clips nogal eens kil kan overkomen blijkt een warmbloedig publieksbeest dat zich 2 uur lang uitlevert aan een uitzinnige arena. Sade is al jaren geleden geridderd. Dat is goed gezien door de queen. Sade is de aristocratische soldier of love.
Concertagenda
Om 21.15 doofden de zaalichten en begon Sade. Ze kwam van onder het podium in een bad van halogeenlicht recht op het publiek aflopen op Soldier of Love. Ze was gespannen dat kon je horen, niet zien. Haar gezichtsuitdrukking was zo gecontroleerd als in een videoclip. De techniek moest de eerste minuten vechten met een geluidsmonitor die verkeerd stond afgesteld en die ging brommen bij teveel bastonen. Maar dit werd on-the-fly getackeld. Pas bij het derde nummer Diamond Life kwam de rust erin en nadat de zaal de tent had afgebroken, ontspande Sade zichtbaar met een glimlach van oor tot oor. Sade is geen prater, zoveel is duidelijk, want als ze 3 keer iets tegen de zaal heeft gezegd, is het veel. Sade is de tegenpool van veel vrouwelijke popsterren die zich als hoeren door videoclips bewegen of dit nu door dwang van de productie is of omdat ze zelf denken dat ze daarmee scoren. Ze is ingehouden, maar verre van preuts. Ze heeft klasse, maar is geen ijskoningin. Ze legt het er niet dik bovenop, maar is volledig open en geniet overduidelijk van het samenspel met de 17.000 mensen in de zaal. Ik heb me af zitten vragen wat ik zou willen van dit concert om het tot een geslaagde avond te maken. Onwillekeurig wil je toch zo'n artiest wat beter leren kennen. Je hebt er 400km voor gereisd en 100 euro voor betaald. Je kent haar van honderden keren op de radio en tv en thuis van je platen en cd's.
Ik werd op mijn wenken bediend, want Sade ging totaal los. Niet doordat ze plotseling haar borsten uit haar blouse schudde of met haar hoofd ging zwaaien. Nee, het zat hem puur in wat ze uitstraalde. Een enorm plezier in het doen wat ze stond te doen, en de glimlach die je overal doorheen kon voelen, ook als de tekst van een liedje om een andere expressie vroeg.
De laatste nummers had ze een witte strakke jurk aan die niet wilde verhullen dat ze 52 is. Heur haar had ze daarbij los, het leek een beetje alsof je haar betrapte, 's morgens in haar nachtpon voordat ze de kans had gehad zich op te maken. Maar dit werd geen moment onsmakelijk of afstotelijk. Integendeel. Het vergrootte haar grandeur tot de 5e macht. Wat ze de laatste nummers liet zien was pure geestkracht, onweerstaanbaar mooi en onweerstaanbaar vrouwelijk. Dat haar stem bij het nummer dat begint met "There was a woman in Somalia" af en toe uit de bocht vliegt is geen probleem, omdat ze 99% loepzuiver staat te zingen. Ze is geen moment ijdel of op zichzelf gericht, al zullen kwade tongen dit wel beweren, als je ziet hoe ze qua uiterlijk niets aan het toeval overlaat. Ondersteund door muzikanten die geen twijfel kennen en zo professioneel zijn dat je nooit je tenen hoeft te krommen en alleen maar genietend het hele spektakel als een waterval over je heen kan laten denderen.
Heb ik waar voor mijn geld? Ja. Ja. Ja. De Sade die in clips nogal eens kil kan overkomen blijkt een warmbloedig publieksbeest dat zich 2 uur lang uitlevert aan een uitzinnige arena. Sade is al jaren geleden geridderd. Dat is goed gezien door de queen. Sade is de aristocratische soldier of love.
Concertagenda
zondag 1 mei 2011
McStory™
Mijn McGrootmoeder™ brak haar iHeup™. Ze moest naar het McZiekenhuis™. De McOrthopeet™ kon het niet goed, dus kwam ze in een McRolstoel™. Ze kon niet meer op eigen iBenen™ staan. We brachten haar een McFruitmand™ met McAppels™, iPeren™ en iDadels™. Op haar iNachtkastje™ zetten wij een mooie McVaas™ met iTulpen™.
Toch hielp dit alles niets.
McGrootmoeder™ maakte het steeds slechter. Ze kreeg McLongontsteking™ met iComplicaties™.
Vannacht is ze overleden en nu is ze McDood™.
We zijn bezig de iCrematie™ te regelen. Er moet een McAdvertentie™ worden geplaatst in de landelijke McKwaliteitskrant™. Ik weet niet of ze in de McHemel™ komt want McGrootmoeder™ hield wel van een iPikketanissie™.
McGrootmoeder™ was geboren en getogen McJordanees™ en ze deed nog al eens van je McOhsapperdejosiasapperdiejeejeejeeholadiejoo™, dus zonder iZonden™ was ze zeker niet. Maar wie zonder iZonden™ is werpe de eerste McSteen™.
Dus wie weet.
Ze is dus McDood™ en nu moeten we een McKist™ uitzoeken.
Ze wordt over 2 dagen naar het iCrematorium™ gebracht. Dan gaat haar McLichaam™ het McVuur™ in en gaat de McAs™ in een iUrn™.
Toch hoop ik dat McGod™ haar in de McHemel™ wil opnemen.
Toch hielp dit alles niets.
McGrootmoeder™ maakte het steeds slechter. Ze kreeg McLongontsteking™ met iComplicaties™.
Vannacht is ze overleden en nu is ze McDood™.
We zijn bezig de iCrematie™ te regelen. Er moet een McAdvertentie™ worden geplaatst in de landelijke McKwaliteitskrant™. Ik weet niet of ze in de McHemel™ komt want McGrootmoeder™ hield wel van een iPikketanissie™.
McGrootmoeder™ was geboren en getogen McJordanees™ en ze deed nog al eens van je McOhsapperdejosiasapperdiejeejeejeeholadiejoo™, dus zonder iZonden™ was ze zeker niet. Maar wie zonder iZonden™ is werpe de eerste McSteen™.
Dus wie weet.
Ze is dus McDood™ en nu moeten we een McKist™ uitzoeken.
Ze wordt over 2 dagen naar het iCrematorium™ gebracht. Dan gaat haar McLichaam™ het McVuur™ in en gaat de McAs™ in een iUrn™.
Toch hoop ik dat McGod™ haar in de McHemel™ wil opnemen.
vrijdag 1 april 2011
Linda de Mol. En toch klopt het niet.
Het CV van Linda de Mol is indrukwekkend. Van VJ, TV-presentator, filmactrice, tot bladenmaakster en Bekende Nederlander. En dat alles tegelijkertijd. Het gewone meisje dat een succesnummer werd. My Fair Lady.
Als een kameleon voegt ze zich in elke nieuwe omgeving. Leert de spelregels bliksemsnel uit haar hoofd en ontwikkelt zich tot een winnaar.
Het is wonderlijk. Maar ondanks dit alles dringt de vraag zich op: Wat doet het er allemaal toe? Die vrouw spant zich in, werkt zich de pokkepest, put zich uit, maar voor wat?
Ze staat al jaren aan de TOP schrijft iedereen kritiekloos, maar wat voor top?
Waar bestaat die top uit? Wat zit er in die top? De top van wat?
Wat in het oog springt bij alles wat ze onderneemt is vooral Prestatiedrang. Kijk eens wat ik ook nog kan. Het is de perfectie van de Vorm zonder Inhoud. De triomf van de Leegte. Een perfect uitgevoerde turnkuur, maar zonder bezieling, en noodzaak. Misschien wel met passie, maar de verkeerde passie. De passie van degene die wil winnen en die is vergeten wat de inzet van de wedstrijd was. Een vermoeiende figuur.
Zomergasten, Nova Collegetour. Bij elke gestelde vraag hoop je op een interessant antwoord. Maar zonder uitzondering zijn de reacties behaagziek, of potsierlijk niet-behaagziek dus ook behaagziek. Als een volleerd actrice lijken de antwoorden (de vorm klopt) veelbelovend te beginnen, maar als het verder gaat kun je haar nooit op een authentieke invalshoek betrappen. Het is crypto-authenticiteit en pseudo-bijzonderheid voor de FEBO-automatiek.
(Zelf eet ik ook wel eens een rundvleeskroket bij de FEBO, maar ik weet wel wat ik eet. Het is toch een beetje naar de hoeren gaan. Lekker omdat het fout is.)
Weet dus waar je naar kijkt als je Linda de Mol ziet. Foute Leegte. Niks mis mee van tijd tot tijd, maar je moet het wel weten.
Linda de Mol is niet van zessen klaar. En al helemaal niet op haar achterhoofd gevallen. Bijna geniaal is haar concept Gooise Vrouwen. Ze drijft de spot met het Gooise circuit, ergo met zichzelf. Kijk eens wat leeg het allemaal is. Een messcherpe observatie, maar verder dan een beschrijving en ridiculisering van de leegte komt ze niet. Het is weer het ambitieuze gestamp dat leidt tot uitputting. Nergens gloort de verlossing van een authentiek gezichtspunt of een eerste gedachte.
Wat zij zou moeten doen in plaats van te presteren is op haar kont zitten. Voor het geld hoeft ze het niet te laten. Op haar kont zitten en van daaruit af en toe wat roepen. Zelfs een zeurende Linda is nog beter dan het slaapverwekkende succesnummer dat zij nu is.
De enige manier waarop Linda de Mol onsterfelijk kan worden is haar gemankeerdheid en gebrokenheid tonen. Ze kan groter dan groot worden door de tweede helft van haar leven te spenderen aan het authentiek beschouwen van de eerste. Een leunstoelberoemdheid. Oma vertelt. Een omgekeerde Johan Cruijff. Zij kan onsterfelijk worden door haar middelmatige werk geniaal te becommentariëren.
Een andere uitweg is er niet. Je kan nog honderd keer een BN-er zijn. En tien keer de Televizierring winnen. Een ster wordt je niet zomaar.
Ik ben een eenvoudige blogschrijver. Niemand kent mij. Ik dien geen broodheer. Ik ben niemand.
Maar dit nadeel is een voordeel. Ik heb maar 1 censor en dat ben ikzelf. Ik zit niet verstrikt in Amsterdamse, Gooise of bedrijfsbelangen. Ik kan niet worden ontslagen door een baas die met mollen eet. En je hoeft niet op mijn schrijfsels te reageren, want ik word slechts door een handjevol gelezen. Daar heeft je reputatie geen schade van. Het is de moeite van een reactie niet waard.
Ik hoop van harte dat Linda de Mol meer wordt dan de 'professionele' amusementsmachine die zij nu (nog) is.
Als een kameleon voegt ze zich in elke nieuwe omgeving. Leert de spelregels bliksemsnel uit haar hoofd en ontwikkelt zich tot een winnaar.
Het is wonderlijk. Maar ondanks dit alles dringt de vraag zich op: Wat doet het er allemaal toe? Die vrouw spant zich in, werkt zich de pokkepest, put zich uit, maar voor wat?
Ze staat al jaren aan de TOP schrijft iedereen kritiekloos, maar wat voor top?
Waar bestaat die top uit? Wat zit er in die top? De top van wat?
Wat in het oog springt bij alles wat ze onderneemt is vooral Prestatiedrang. Kijk eens wat ik ook nog kan. Het is de perfectie van de Vorm zonder Inhoud. De triomf van de Leegte. Een perfect uitgevoerde turnkuur, maar zonder bezieling, en noodzaak. Misschien wel met passie, maar de verkeerde passie. De passie van degene die wil winnen en die is vergeten wat de inzet van de wedstrijd was. Een vermoeiende figuur.
Zomergasten, Nova Collegetour. Bij elke gestelde vraag hoop je op een interessant antwoord. Maar zonder uitzondering zijn de reacties behaagziek, of potsierlijk niet-behaagziek dus ook behaagziek. Als een volleerd actrice lijken de antwoorden (de vorm klopt) veelbelovend te beginnen, maar als het verder gaat kun je haar nooit op een authentieke invalshoek betrappen. Het is crypto-authenticiteit en pseudo-bijzonderheid voor de FEBO-automatiek.
(Zelf eet ik ook wel eens een rundvleeskroket bij de FEBO, maar ik weet wel wat ik eet. Het is toch een beetje naar de hoeren gaan. Lekker omdat het fout is.)
Weet dus waar je naar kijkt als je Linda de Mol ziet. Foute Leegte. Niks mis mee van tijd tot tijd, maar je moet het wel weten.
Linda de Mol is niet van zessen klaar. En al helemaal niet op haar achterhoofd gevallen. Bijna geniaal is haar concept Gooise Vrouwen. Ze drijft de spot met het Gooise circuit, ergo met zichzelf. Kijk eens wat leeg het allemaal is. Een messcherpe observatie, maar verder dan een beschrijving en ridiculisering van de leegte komt ze niet. Het is weer het ambitieuze gestamp dat leidt tot uitputting. Nergens gloort de verlossing van een authentiek gezichtspunt of een eerste gedachte.
Wat zij zou moeten doen in plaats van te presteren is op haar kont zitten. Voor het geld hoeft ze het niet te laten. Op haar kont zitten en van daaruit af en toe wat roepen. Zelfs een zeurende Linda is nog beter dan het slaapverwekkende succesnummer dat zij nu is.
De enige manier waarop Linda de Mol onsterfelijk kan worden is haar gemankeerdheid en gebrokenheid tonen. Ze kan groter dan groot worden door de tweede helft van haar leven te spenderen aan het authentiek beschouwen van de eerste. Een leunstoelberoemdheid. Oma vertelt. Een omgekeerde Johan Cruijff. Zij kan onsterfelijk worden door haar middelmatige werk geniaal te becommentariëren.
Een andere uitweg is er niet. Je kan nog honderd keer een BN-er zijn. En tien keer de Televizierring winnen. Een ster wordt je niet zomaar.
Ik ben een eenvoudige blogschrijver. Niemand kent mij. Ik dien geen broodheer. Ik ben niemand.
Maar dit nadeel is een voordeel. Ik heb maar 1 censor en dat ben ikzelf. Ik zit niet verstrikt in Amsterdamse, Gooise of bedrijfsbelangen. Ik kan niet worden ontslagen door een baas die met mollen eet. En je hoeft niet op mijn schrijfsels te reageren, want ik word slechts door een handjevol gelezen. Daar heeft je reputatie geen schade van. Het is de moeite van een reactie niet waard.
Ik hoop van harte dat Linda de Mol meer wordt dan de 'professionele' amusementsmachine die zij nu (nog) is.
donderdag 24 maart 2011
Voordeur
In tegenstelling tot mijn moeder die het huis altijd luidruchtig binnenkwam, was mijn vader geruisloos. Die geruisloosheid hield een belofte in. Hij was er. Had hij iets meegenomen? Waar was hij geweest? Hoelang zou hij blijven? Ik hoorde hem al als de eerste tanden van de baard van de sleutel in het sleutelgat ratelden. Behoedzaam draaide hij de sleutel om. Hij opende de deur. Zacht was de terugslag van het glas van de tussendeur. Het sluiten van de deur alsof hij zijn jas dichtknoopte. Het neerzetten van zijn tas. Het tikken van de kledinghanger die hij pakte. Het doffe schuiven van de jas die hij uittrekt. De klik van het terughangen van zijn jas. Het openen van de tussendeur die vreselijk wilde gaan piepen, maar die hij ook in bedwang hield. Hij is thuis. Ik ontspan.
In de eerste jaren na zijn dood toen er iemand binnenkwam die enigszins behoedzaam te werk ging of als de wind op een bepaalde manier tegen de deur veegde, dacht ik direct dat hij het was. Huizen en lichamen zijn traag. Ze geven signalen onverstoorbaar door. Je spitst je oren en veert op. Het verstand gooit roet in het eten en werpt een bijtende lichtstraal op de echo's uit het verleden. Je hoort leugens.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.
gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.
(Cursieve tekst is gedicht 'De ceder', van Han G. Hoekstra)
Overnacht
Een van de 6 broers van mijn vader heette Jan. In het voorjaar van 1944 was er in Velsen-Noord een NSB-er vermoord. Hierop ontstaken de Duitsers in blinde woede en dreven alle jonge mannen die zij konden vinden uit hun huizen bijeen. Een razzia. Mijn oom Jan was een van hen. Hij was een weekendje over uit Geleen waar hij werkte bij zijn broer Flip. Hij kwam een fles wijn halen bij zijn ouders voor zijn 23e verjaardag. Hij werd meegenomen en op de trein gezet. Waarheen wist niemand. Zijn vader schreef brieven aan het Rode Kruis: hebben jullie een lange blonde jongen van 20 jaar gezien met blauwe ogen? Pas in de jaren '70 werd dit opgehelderd. Hij was naar Leipzig gebracht en in een kamp gestopt. Hij heeft het daar niet lang gemaakt en is van uitputtting gestorven.
In de familie heette het dat zijn moeder, mijn grootmoeder (beppe) Aaltje Lubberts door dit wegvoeren van haar zoon in een nacht (overnight, zoals de Engelsen dit subliem zeggen) grijs geworden was.
Ze stond in de jaren daarna vaak in de benauwde erker voor het raam van haar arbeiderswoning aan de Meerweidenlaan te posten of hij er aan kwam.
"Hij moest nog eens de hoek omkomen." Dit betekende niet dat zij iets te goed meende te hebben van het lot.
Blijkbaar moest ze haar staan en wachten voor haar familie verklaren.
Wat doe je daar toch? Hij moest nog eens terugkomen, dan is er tenminste iemand die hem opvangt. Daarom sta ik hier.
Hij moest nog eens terugkomen. Hij zal wel iets willen eten.
Hij moest nog eens terugkomen.
Hij komt de hoek van de straat om. Hij zwaait. Hij is het.
dinsdag 15 maart 2011
Fries praten op zondag
Mijn vader was Fries. Je merkte er niet veel van. Hoewel. Elke zondag belde hij met zijn familie. Na het middageten. In de erker. Het begon. De raadseltaal met af en toe een bekende klank. Hij had een broer in Australië en hij schreeuwde zo hard door de hoorn van de telefoon alsof hij bang was dat ze hem daar niet konden horen. Overigens schreeuwde hij even hard als hij met zijn vader in Velsen belde. Dat schreeuwen hoorde bij de taal. Het was ook landelijk. Tijdens de gesprekken trokken er dreigende wolkenluchten voorbij boven een groengeschoren dijk. Metslawier. Kornwerderzand. Dokkum. Sukerbole en koeienvlaai en de borrelnoten die op tafel stonden. De vette stank van vruchtbaar land. De misselijkheid van een zondagmiddag waarbij je alles wat op tafel staat in je mond gooit. Hij lachte ook in het kwadraat in het Fries. Het volume was hoger en zijn mond ging wijder open. Hij werd steeds roder en hij keek uit het raam. Een Heemsteedse straat. Op een gegeven moment was het klaar. Hij legde de hoorn op de haak. Stond op. Keek me aan en zei. En schat, wat gaan we doen?
zondag 6 maart 2011
Verboden fruit
De trouw aan het merk Apple is groot, maar binnen die trouw is ongeremde promiscuïteit geoorloofd, nee zelfs geboden. Machines van Apple zijn magisch, sexy enzovoort. De eigenaar is zo blij als een kind op pakjesavond als hij het nieuwste speeltje mag uitpakken. Maar als er een nieuwe versie van hetzelfde apparaat op de markt komt, wordt het apparaat dat we hebben direct onaantrekkelijk. Als de jongere zus van onze echtgenote die ons plotseling begint op te vallen en die de glans van je eigen vrouw doet verbleken. Dus zet je je vrouw op marktplaats, niet gratis, ook al vind je haar niet leuk meer, je wilt er nog wel aan verdienen. Je hebt je vrouw nog niks verteld (je bent nog afhankelijk van haar), maar de gesprekken vind je vervelend, alle oneffenheden beginnen je op te vallen, ze is traag, haar gezicht is troebel en kleurloos en ze is te groot en te zwaar. Hoewel haar zus strakker is, is het maar de vraag of ze net zo degelijk is als je vrouw. Je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Grote kans dat je nieuwe verovering goedkoper is, hoeriger. Maar dat neem je op de koop toe. Die vormen van de zus, haar rankheid en tegelijkertijd voluptuositeit, haar communicatietalent, haar snedigheid en haar gisheid en de manier waarop ze loenst met haar 2 ogen is onweerstaanbaar. Die oude heks moet eruit. Koste wat het kost.
In bange momenten als je vooruitkijkt hoe je eenzaam zal eindigen, verlaten door alle veroveringen plus het nageslacht dat ze door jou produceerden, overweeg je om geen nieuwe relatie meer aan te gaan, maar tot het eind van je dagen te investeren in die ENE. Om reclameoffensief na reclameoffensief over je heen te laten trekken en onaangeroerd koers te houden. Je loert nog wel vanuit je ooghoeken naar al die lekkere hapjes die vanaf Rokjesdag tot Prinsjesdag rondparaderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Weten dat ze een wandelend wonder zijn en toch doen alsof het zo hoort. Van een gekmakende nonchalante brutaliteit. Hoe alles aan ze ademt: neem mij.
Maar je denkt: niet voor mij.
Een apparaat is ook maar een mens.
zondag 27 februari 2011
Malledieven
Zijn collega's vonden hem maar een vreemde snuiter. Hij kleedde zich als een vice-consul van een ambassade, maar was gewoon medewerker. Nou, vooruit, hij was meewerkend voorman. Schoenen strak als een spiegel, overhemden met manchetknopen, pochet, een donkerblauwe diplomatenjas over de knie, met borstzakje.
Niet uit arrogantie, maar uit verveling bedacht hij elk jaar in de zomer een exotische vakantielocatie waar hij geweest had kunnen zijn. En waar ben jij geweest, vroeg een collega. Een jaar geleden de Seychellen. Dit jaar de Malledieven (zo sprak hij het letterlijk uit, om te kijken of zijn collega's er wat van zouden zeggen, maar er werd niet op gereageerd). Voor volgend jaar had hij ook zijn bestemming al rond. De Koerillen. Dat hij nog nooit verder was geweest dan het Bickerseiland hoefde niemand te weten. Dat hij zo'n dromer was, dat als hij 's avonds naar huis fietste hij pas als hij zijn kettingslot openmaakte bij zijn ouderlijk huis, waar nu anderen woonden, ontdekte dat hij niet naar huis gereden was. (Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.) Dat hoefde ook niemand te weten.
Niet uit arrogantie, maar uit verveling bedacht hij elk jaar in de zomer een exotische vakantielocatie waar hij geweest had kunnen zijn. En waar ben jij geweest, vroeg een collega. Een jaar geleden de Seychellen. Dit jaar de Malledieven (zo sprak hij het letterlijk uit, om te kijken of zijn collega's er wat van zouden zeggen, maar er werd niet op gereageerd). Voor volgend jaar had hij ook zijn bestemming al rond. De Koerillen. Dat hij nog nooit verder was geweest dan het Bickerseiland hoefde niemand te weten. Dat hij zo'n dromer was, dat als hij 's avonds naar huis fietste hij pas als hij zijn kettingslot openmaakte bij zijn ouderlijk huis, waar nu anderen woonden, ontdekte dat hij niet naar huis gereden was. (Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.) Dat hoefde ook niemand te weten.
donderdag 24 februari 2011
Beursgang
Ding. Ding. Ding. Kent u het beeld van een handjevol mannen en vrouwen in Wall Street strak-in-het-pak op een bordes dat applaudiseert terwijl er een scheepsbel klingelt?
Snapt u de opwinding? Wat die mensen daar doen? Voor wie ze klappen? Voor zichzelf? Zijn het acteurs of is het publiek? Waar is het publiek? Waar is de voorstelling? Wie zijn het? Hoe heten ze? (Waar wonen ze?) Zit er een homo tussen? Iemand met een strafblad? Iemand die stiekem verslaafd is aan zware shag? Een mislukte concertpianist? Iemand die niet kan slapen als zijn kamer niet is opgeruimd? Iemand die een dochter wilde in plaats van zonen? Iemand die dacht dat hij op zijn 26e dood zou zijn, maar al 53 is? Iemand voor wie pindakaas een afroditicum is? Iemand met een Poolse moeder, een Egyptische vader, 2 Joodse grootouders (Sara en Baruch) die vergast zijn, die woont in een Zwitsers chalet, getrouwd is met een Australische, die geboren werd in Holland uit een Hugenotengeslacht, die een kind heeft met een Down-syndroom? Iemand die een witte Vespa met groot voorscherm wilde, maar een zwarte kreeg met een klein voorscherm omdat zijn vrouw nooit naar hem luistert? Iemand die voor het eerst een broek van 20 jaar geleden draagt, omdat ze 20 kilo is afgevallen. Iemand die de hele dag denkt aan wat er in haar ijskast ligt? Dezelfde die geil wordt van de homosexuele receptionist die zo lekker ruikt? Iemand die witte onderbroeken draagt, omdat Marlon Brando in Last Tango in Paris ook een witte onderbroek aanhad? Iemand die wil dat haar vader doodgaat, omdat ze een groter huis wil kopen? Iemand die er spijt van heeft dat ze niet meer vriendjes had voordat ze trouwde, omdat ze vermoedt dat het spannender kan? Iemand die elke nacht van roken droomt, maar het toch niet doet, omdat hij zijn (klein)kinderen wil zien opgroeien, terwijl hij weet dat de kans daardoor niet veel groter wordt? Iemand die panikeert dat hij al zijn familiefoto's op de computer heeft staan, maar die ze nooit laat afdrukken? Iemand met wandelend eczeem? Iemand die niet tegen rotzooi kan, maar getrouwd is met een vrouw die het huishouden tot een warzone maakt, en zich afvraagt waarom hij bij haar blijft? Iemand die denkt dat ze Pippi Langkous is en ondanks zichzelf carriere heeft gemaakt?
Ding. Ding. Ding. Klingelt het. Wat we zien is leegte. Een stel klappende poppen die wezenloos glimlachen naar een lege zaal met computers.
Het applaudiseren als kapitalistische versie van loos klappen op een partijcongres van de Volksrepubliek van Noord-Korea.
donderdag 17 februari 2011
Loops
Mijn hond is loops. Ze heet Nora. Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar rond het huis is het een komen en gaan van angeheiterde reuen. We waren geen gezinsuitbreiding van plan dus Nora moet in de isoleer en alleen een paar keer per dag aan de lijn naar buiten om haar behoefte(n) te doen. Normaalgesproken is ze voortdurend buiten en los, want ik woon op een verlaten berg, dus er zijn geen mensen in de buurt die ze voor de voeten kan lopen. En de kans dat ze overreden wordt is nihil. Ze voelt de aanwezigheid van al die mannelijke aandacht en is niet te houden. Blaffen, piepen, tegen de deur krabben, hijgen, draaien, likkebaarden en kijken naar de baas. Ze is haar rust kwijt. Een van de vrijers is een sympathiek klein hondje dat van plan is tot het bittere einde te gaan. 24 uur per dag wacht de die-hard op zijn kans. Hij wordt met de dag magerder en dorst zal hij ook wel hebben want de vijver is bevroren. We besluiten hem wat brokken en water te geven. Ook wij mensen voelen de druk van de natuur die zijn gang wil gaan. Je kunt je er als mens wel wat bij voorstellen, dat je wil, nee, dat je moet en niet kan. We bellen wat rond of er iemand aan een pup toe is. Ja, daar is wel animo voor. Mijn vrouw en ik kijken nog een keer naar Nora en dan naar elkaar. En we laten de deur openzwaaien: 2 seconden later zit de vrijer erop. En 10 minuten later staan ze beiden wezenloos een andere kant op te kijken, maar nog steeds aan elkaar vast. Geduldig wachten ze nog 10 minuten totdat de natuur het zegel verbreekt en ze weer twee hondjes zijn.
Nora komt al snel binnen en de vrijer wordt opgehaald door zijn baas. Precies op tijd. Nora valt in coma. De volgende dag is Nora weer de oude, alleen ze eet opeens van alles dat ze normaliter laat staan. Het zaad is binnen.
Nora komt al snel binnen en de vrijer wordt opgehaald door zijn baas. Precies op tijd. Nora valt in coma. De volgende dag is Nora weer de oude, alleen ze eet opeens van alles dat ze normaliter laat staan. Het zaad is binnen.
maandag 14 februari 2011
De betekenis van hout
Als ik vroeger in Nederland een stapel stookhout zag dacht ik aan een open haard op zondag met bier, borrelnoten en jolige praat. Het hout had iets ludieks en overbodigs. Als ik, nu ik in Polen woon, een stapel hout zie, denk ik de heer des huizes zorgt goed voor zijn gezin. Aan de hoeveelheid en de soort hout kun je zien of het gezinshoofd zijn zaakjes op orde heeft.
maandag 7 februari 2011
Pewex
Tot 1995 waren er in Polen zogenaamde dollarwinkels met de naam Pewex. Je kon er allemaal 'exotische' dingen kopen, als je dollars had. Zoals Donald Duck-kauwgom met een 'verhaaltje' erbij. Of whiskey. WC-papier. Levi's 701.
Tijdens de Terreur van de Lege Winkels, in de bloeitijd van het communisme, gingen alle alarmbellen rinkelen als 'er iets was'. Het gonsde bijvoorbeeld door de stad dat er stofzuigers 'waren'. Ook als men al een stofzuiger had, rende men naar het punt waar de stofzuigers 'waren'. Want over 2 maanden zouden er best eens ijskasten kunnen 'zijn', en die had je wel nodig. Als je dan geen geld had of als je er naast greep, had je mooi een stofzuiger in de aanbieding. Begrijp je?
De hele familie werd gemobiliseerd, want 12 uur in de rij bij min 10, daar moest je op voorbereid zijn. Dat werd ploegendienst. Er werd een schema gemaakt. Eerst zusje 2 uur, dan opa, dan moeder etc.
Of een paar schoenen. Je was bruid, maar nergens kon je witte schoenen kopen. Via via hoorde je dat 150 km verderop er witte schoenen 'waren'. Als een speer met 80km/h erheen. Gekocht, zo lelijk en plomp als de nacht, maar ze waren wit en de goede maat. Wat kon je doen? Er moest getrouwd worden en je had witte schoenen nodig, dus trouwde je op klompschoenen. Wit waren ze.
Of je behoorde tot de welgestelden die de beschikking hadden over een auto, een pruttelende tweetact, een voiture. Dan reed je elke week 1400 km naar Gdansk en terug, omdat je een vriend had die op de Batory kok was. Dat schip kwam overal en van hem kocht je koffie, thee, chocola en bananen. Die nam je mee naar huis en door ruil kwam je 'achterom' aan alles. Je kreeg het beste vlees, brood etc. zonder in de rij te staan.
Gewild of ongewild werd iedereen zo een jager op eten en consumptiegoederen. De oudere generatie heeft dit roofdierschap nog steeds aan de kont hangen. Ontspannen winkelen is er niet bij. Men babbelt niet gemoedelijk, maar men loert, men zwijgt, weegt zijn kansen. Men verhoort de verkoper als in een rechtbank. Is de datum goed? Komt het niet uit China of Polen? Is die weegschaal geijkt en officieel verzegeld? Is er geen water bij de wodka gedaan?
Tijdens de Terreur van de Lege Winkels, in de bloeitijd van het communisme, gingen alle alarmbellen rinkelen als 'er iets was'. Het gonsde bijvoorbeeld door de stad dat er stofzuigers 'waren'. Ook als men al een stofzuiger had, rende men naar het punt waar de stofzuigers 'waren'. Want over 2 maanden zouden er best eens ijskasten kunnen 'zijn', en die had je wel nodig. Als je dan geen geld had of als je er naast greep, had je mooi een stofzuiger in de aanbieding. Begrijp je?
De hele familie werd gemobiliseerd, want 12 uur in de rij bij min 10, daar moest je op voorbereid zijn. Dat werd ploegendienst. Er werd een schema gemaakt. Eerst zusje 2 uur, dan opa, dan moeder etc.
Of een paar schoenen. Je was bruid, maar nergens kon je witte schoenen kopen. Via via hoorde je dat 150 km verderop er witte schoenen 'waren'. Als een speer met 80km/h erheen. Gekocht, zo lelijk en plomp als de nacht, maar ze waren wit en de goede maat. Wat kon je doen? Er moest getrouwd worden en je had witte schoenen nodig, dus trouwde je op klompschoenen. Wit waren ze.
Of je behoorde tot de welgestelden die de beschikking hadden over een auto, een pruttelende tweetact, een voiture. Dan reed je elke week 1400 km naar Gdansk en terug, omdat je een vriend had die op de Batory kok was. Dat schip kwam overal en van hem kocht je koffie, thee, chocola en bananen. Die nam je mee naar huis en door ruil kwam je 'achterom' aan alles. Je kreeg het beste vlees, brood etc. zonder in de rij te staan.
Gewild of ongewild werd iedereen zo een jager op eten en consumptiegoederen. De oudere generatie heeft dit roofdierschap nog steeds aan de kont hangen. Ontspannen winkelen is er niet bij. Men babbelt niet gemoedelijk, maar men loert, men zwijgt, weegt zijn kansen. Men verhoort de verkoper als in een rechtbank. Is de datum goed? Komt het niet uit China of Polen? Is die weegschaal geijkt en officieel verzegeld? Is er geen water bij de wodka gedaan?
maandag 31 januari 2011
Umsiedlung
Als er oudere Duitsers in mijn cafe zitten, kun je er vergif op innemen dat ze hier geboren zijn. Je voelt aan alles dat ze wachten tot ze hun verhaal kwijt kunnen. Je staat ze vriendelijk te woord, neemt de bestelling op en vroeg of laat beginnen ze hun verhalen te vertellen.
"Ik woonde in de boerderij hierboven, waar nu de postbode woont. In 1945 kwamen de Russen van die kant (wijst in de richting die je niet zou verwachten, van de berg). Ons werd te verstaan gegeven dat we vanaf dat moment in dienst waren van de Polen. De Polen kwamen van het gebied rond Lvov, wat plotseling geen Polen meer was. Niet alleen kwamen Polen hier wonen, maar ook duistere gelukszoekers uit de Ukraine, primitieve mensen, criminelen. De Poolse families namen onze boerderijen in bezit en wij moesten voor hen werken. Wij hadden verloren en moesten ons koest houden. Het Russische leger en een Poolse geimproviseerde politie zag er op toe dat wij onze nieuwe rol goed zouden opvatten.
Man, man je hebt geen idee hoe idyllisch het hier was toen alles nog van ons was. We gingen skieend naar school. Alles functioneerde en floreerde. Er was geen gebouw in verval zoals nu. De Polen hebben er niks aan gedaan. Ze hebben het zo uit hun handen laten vallen. Die beschouwden het niet als hun eigendom en woonden de huizen uit tijdens het communisme. En kijk hoe het voormalige sanatorium van dokter Jenisch voor TBC-patienten er nu bij staat. Nog even en de toren stort in elkaar. Wolfelsgrund was een bloeiende gemeenschap en nu? Nu bestaat het centrum uit een groep cynische alcoholjunks die ruzie maken over geld.
En laat geen Pool zeggen dat dit land altijd Pools is geweest. Dit land is nooit Pools geweest. Dit land was Duits en is altijd Duits geweest. Het raakt kant nog wal dat het nu Pools is. En je ziet het, de Polen weten er geen raad mee. Ze doen maar wat.
Dat Polen en Duitsland aan elkaar grenzen is een demografische grap. De Germaanse en de Slavische cultuur zijn zo verschillend dat je een diepe vallei of een zeetje nodig zou hebben om het werkelijke verschil beter te markeren.
Om de toevallige voorbijganger niet op het verkeerde been te zetten."
"Ik woonde in de boerderij hierboven, waar nu de postbode woont. In 1945 kwamen de Russen van die kant (wijst in de richting die je niet zou verwachten, van de berg). Ons werd te verstaan gegeven dat we vanaf dat moment in dienst waren van de Polen. De Polen kwamen van het gebied rond Lvov, wat plotseling geen Polen meer was. Niet alleen kwamen Polen hier wonen, maar ook duistere gelukszoekers uit de Ukraine, primitieve mensen, criminelen. De Poolse families namen onze boerderijen in bezit en wij moesten voor hen werken. Wij hadden verloren en moesten ons koest houden. Het Russische leger en een Poolse geimproviseerde politie zag er op toe dat wij onze nieuwe rol goed zouden opvatten.
Man, man je hebt geen idee hoe idyllisch het hier was toen alles nog van ons was. We gingen skieend naar school. Alles functioneerde en floreerde. Er was geen gebouw in verval zoals nu. De Polen hebben er niks aan gedaan. Ze hebben het zo uit hun handen laten vallen. Die beschouwden het niet als hun eigendom en woonden de huizen uit tijdens het communisme. En kijk hoe het voormalige sanatorium van dokter Jenisch voor TBC-patienten er nu bij staat. Nog even en de toren stort in elkaar. Wolfelsgrund was een bloeiende gemeenschap en nu? Nu bestaat het centrum uit een groep cynische alcoholjunks die ruzie maken over geld.
En laat geen Pool zeggen dat dit land altijd Pools is geweest. Dit land is nooit Pools geweest. Dit land was Duits en is altijd Duits geweest. Het raakt kant nog wal dat het nu Pools is. En je ziet het, de Polen weten er geen raad mee. Ze doen maar wat.
Dat Polen en Duitsland aan elkaar grenzen is een demografische grap. De Germaanse en de Slavische cultuur zijn zo verschillend dat je een diepe vallei of een zeetje nodig zou hebben om het werkelijke verschil beter te markeren.
Om de toevallige voorbijganger niet op het verkeerde been te zetten."
donderdag 27 januari 2011
Persoonlijke brandweerman
Mijn vrouw is mijn persoonlijke brandweerman.
Een ex-werknemer van ons cafe die een dorp verderop woont, belt en vraagt of we nog stookhout nodig hebben. (Dit betekent dat hij geld nodig heeft, want niemand belt midden in de winter voor het verkopen van hout. Dit doe je in het voor- of najaar.) Hij heeft beuk. Beuk heeft vergeleken met andere houtsoorten zoals berk, spar en den een hoge calorische waarde. Je kunt het ook voelen: een stuk beuk is veel zwaarder dan een stuk den of spar.
Deze Arkadius of Arek (naar het Nederlands vertaald zou dit Arkje zijn) heeft het talent om alles wat in zijn nadeel is, om te buigen naar een voordeel. Een natuurlijk handelstalent.
Zo kreeg hij ons zo gek om zich meer dan eens van huis op te laten halen en brengen als wij hem dringend nodig hadden in de zaak. Quid pro quo, voor wat hoort wat, is zijn gulden regel.
Of we dus stookhout willen. Is het droog? Ja het is droog. Is het in stukken gehakt van 30cm? Ja het is in stukken gehakt van 30cm. Kom je het brengen? Nee want er ligt nu teveel sneeuw en dan kom ik niet bij jullie naar boven. Maar hoe wil je het dan doen? Nou, ik sla het op bij mij thuis in de schuur en als de sneeuw gesmolten is kom ik het brengen. (Hij bedoelt: je betaalt mij nu het volledige bedrag en als het weer het toelaat kom ik het brengen.)
Les 1 van wonen in Polen: betaal niemand die je iets wil leveren ooit vooraf, omdat je daarmee de motivatie van de verkoper weghaalt om de transactie te finaliseren.
Dat wordt dus ge-eikel: In het voorjaar mag je het zelf komen ophalen. Of de brandstofprijs is omhoog gegaan. Of hij heeft het doorverkocht en kan nu alleen duurder hout leveren. In alle gevallen moet je bijbetalen.
Mijn vrouw, een Poolse met een blinde vlek voor de onaangename kanten van haar landgenoten, wil desondanks accoord gaan en verwijt mij dat ik beren op de weg zie die niet bestaan en ik krijg zoals altijd les dat ik meer vertrouwen in andere mensen moet hebben.
En als het mis gaat dan mag ik het oplossen: hout zelf ophalen, bijbetalen, ruzie maken met de verkoper. "Dan had je maar niet naar mij moeten luisteren en je eigen zin moeten doen."
Ik ben je persoonlijke brandweerman, maar of er geblust wordt hangt van jou af.
Dit keer wordt er niet geblust.
Nee, Arek, we kunnen je pas betalen als je het voor de deur komt brengen. (Hij had kunnen zeggen: "Maar waarom vertrouw je mij niet, er gebeurt heus niks met dat hout, bij mij ligt het veilig", maar niets van dit alles. Hij heeft het geld dus echt heel hard nodig.)
Ok, dan wacht ik tot de omstandigheden verbeteren. Ik bel je dan wel, zegt hij.
woensdag 26 januari 2011
Wist u dat...over Polen
Polen geen wegenbelasting (slechts een eenmalige leges van 50 euro) kent en dat een autoverzekering gemiddeld ca 125 euro per JAAR kost.
(Vandaar dat autobezit van Poolse mensen weinig zegt over hun inkomen.)
Je in een Poolse bloemenwinkel apart betaalt voor al het verpakkingsmateriaal van de gewone folie tot de strik.
Ze in een speelgoedwinkel het cadeau niet inpakken en dat je het pakpapier in een andere winkel moet kopen.
Er geen nationale wegenwacht bestaat in Polen. Elke regio heeft zijn eigen particuliere bedrijfjes die gestrande auto's bergen. Als je niet verzekerd bent voor pechhulp, betaal je de hoofdprijs.
De spreekwoordelijke Slavische gastvrijheid op een leugen berust en u in een doorsnee restaurant of cafe wordt afgesnauwd als klant.
Polen een producentencultuur heeft. Als consument mag je blij zijn als je iets mag of kan kopen.
Je in elk cafe VOORAF je bestelling moet afrekenen en als klant in het nadeel bent wanneer iets niet in orde is.
Polen geen consumentenorganisatie kent waar je lid van kan worden en die producten test.
In Polen er maatschappijbreed een fixatie is op eten. Dat het bon ton is te vragen naar wat je hebt gegeten en wat je nog gaat eten.
75% van de radio- en tv-commercials in de winter geweid is aan medicijnen.
Een gemiddelde Poolse patient van een dokter verwacht dat hij, bij wat hem ook mankeert, minstens 4 recepten krijgt voorgeschreven.
In een tv-programma over etiquette men met volle mond spreekt en op zijn elleboog steunend eet.
Polen elkaar niet aankijken wanneer ze elkaar een hand geven, maar juist wegkijken.
De man die een vrouw een handkus geeft in de meeste gevallen geen notie heeft van tafelmanieren.
Het hele beleefdheidscircus rond het vousvoyeren in schril contrast staat met het wederzijdsrespect dat Polen (niet) voor elkaar hebben.
De deplorabele staat van de meeste binnenwegen de meeste Polen er niet van weerhoudt om met lichtzinnige snelheid door de dorpen te razen.
Als je nieuw bent in een straat, dat het dan geen gewoonte van de buren is om je welkom te heten en een praatje te maken. Laat staan je een bloemetje te brengen.
Polen geen geboorte- en overlijdenskaarten aan elkaar versturen.
Polen geen kaarten met kerst- en nieuwjaarswensen aan elkaar versturen.
Alleen de jarige in een gezelschap gefeliciteerd wordt. De rest van de familie wordt niet gefeliciteerd.
Bruinkool in Polen dubbel zo duur is als in Tsjechie en dat dit het vermoeden voedt dat er verboden prijsafspraken worden gemaakt in de kolenbranche.
De meeste zakelijke transacties cash worden betaald en dat de betalingstermijn voor een overmaking 3(!) dagen is.
Het modale inkomen 450 euro netto per maand is, bij een prijsniveau dat vergelijkbaar is met West-Europa.
Van ouders van kinderen die zich voorbereiden op de H.Communie verwacht wordt dat ze hand- en spandiensten verrichten voor de pastoor, zoals in zijn tuin werken, zijn kamer schilderen etc.
Dorpspastoors zich er niet voor schamen meerdere luxe auto's te bezitten. Ook is het ongepast voor een autogarage om geld te vragen voor reparatie van de auto van de pastoor. Zoals het ongepast is om een geestelijke voor wat dan ook te laten betalen, terwijl de geestelijkheid zich er niet voor schaamt zich te wentelen in luxe en dat ook te etaleren.
Poolse huizen van de buitenkant hermetisch zijn afgesloten en onverlicht en vanaf de straat niet te zien is dat er geleefd wordt.
Elk huis een hoog hek heeft en bewaakt wordt door een hond.
Poolse dorpsstations onverlicht zijn en dat in intercity's geen reizigersinfomatie wordt gegeven. Dat je als reiziger dus allerlei toeren moet uithalen om uit te vinden waar je bent.
In het katholieke Polen geldt: Ieder voor zich en God voor ons allen.
Het begrip 'burgerschap' in de Slavische wereld niet bestaat. Er zijn individuen en in het ideale geval families die de kern van de samenleving vormen. Alle andere vormen van collectiviteit zijn opgelegd pandoer.
Instanties als de Politie, de Belastingdienst, de Keuringsdienst van Waren en de Arbeidsinspectie burgers a priori niet vertrouwen en de bewijslast voor het opheffen van een verdenking bij de burger ligt.
Welke instantie dan ook bij een dubbele betaling van een burger dit niet aan de burger zal laten weten, terwijl als de instantie een vordering op een burger heeft de telefoon direct rinkelt.
Een van de moeilijkste dingen voor een Pool is om te zeggen: "Ik weet het niet" als hij iets niet weet. In de meeste gevallen, krijg je een stroom met hysterisch gepraat waar geen touw aan vast te knopen is.
Als je praat met een aannemer die nog nooit een dak op een huis heeft gezet, hij dat niet zal toegeven, maar zich in allerlei bochten zal wringen om toch de opdracht te krijgen.
Polen hysterische praters zijn. Zou een Nederlander zeggen:"Heb je bruinbrood, ja of heb je bruinbrood, nee", heeft een Pool 10 keer zoveel woorden nodig voor deze simpele uitwisseling.
In 9 van de 10 gevallen een koerier bij het afleveren van zijn bestelling vraagt of hij een pen en een rekenmachine mag lenen en op de vraag of dat niet tot zijn standaarduitrusting zou moeten behoren in plaats van diep te buigen een schaamteloos verhaal begint waaruit een diepe minachting blijkt voor wat je hebt opgemerkt.
In 9 van de 10 gevallen een glazenwasser bij aanvang van het werk vraagt of hij een ladder, een emmer en een doek mag lenen en op de vraag of dat niet tot zijn standaarduitrusting zou moeten behoren in plaats van diep te buigen een schaamteloos verhaal begint waaruit een diepe minachting blijkt voor wat je hebt opgemerkt.
Er elk jaar een nationale inzamelingsactie wordt gehouden om ziekenhuizen te voorzien van apparatuur, omdat de overheid niet in staat is dit te organiseren/te financieren.
Arme families die een kind hebben dat ongeneeslijk ziek is inzamelingsacties moeten houden via de media, omdat de gezondheidszorg dit niet dekt.
Als je voor een ernstige ziekte in het ziekenhuis terechtkomt, de kans levensgroot is dat je luiers, spuiten, sondes, chemotherapie uit eigen zak moet betalen, omdat je te horen krijgt dat het budget van het ziekenhuis voor het lopend boekjaar al overschreden is. Ook als het boekjaar net is begonnen.
Er in Polen een hoop hypermarkets, een soort megagrote supermarkten zijn. In deze warenhuizen is op het eerste gezicht een enorme keuze. Maar nader bekeken blijkt het assortiment te bestaan uit tientallen versies van dezelfde gemiddelde kwaliteit worst, kaas, melk of jas van verschillende producenten. Er is heel veel van het zelfde en weinig werkelijke variatie en keuze. Door het geweld van de kwantiteit zou je onder de indruk kunnen raken, maar kwalitatief is er niet veel te beleven.
Bij de bouwhypermarkt en bij de MediaMarkt in Polen alle dozen bij de kassa worden opengemaakt om te controleren of de klant er geen andere producten in heeft verstopt.
Bij McDonalds in Polen een bestelling 5x zolang duurt als in Nederland. De werknemers lopen heel driftig heen en weer, maar zijn totaal niet geconcentreerd.
Nieuwszenders vaak via de TV de politie oproepen om verkeersongelukken beter te beveiligen.
Als je een bedrijf belt en degene die je wilt spreken is er niet, er aan je gevraagd wordt om terug te bellen in plaats van dat ze aanbieden om jou terug te bellen.
Als iemand jou belt en na 1 belsignaal de hoorn op de haak gooit, dit betekent dat hij wil dat jij hem/haar terugbelt (omdat hij/zij vindt dat jij de gesprekskosten moet betalen). Er is zelfs een woord voor dit korte signaalbellen: cynk (tsink).
Als je een willekeurige wandelaar groet die je op zondag tegenkomt, de enige reactie is een verwilderde blik.
Nieuwszenders vaak via de TV de politie oproepen om verkeersongelukken beter te beveiligen.
Als je een bedrijf belt en degene die je wilt spreken is er niet, er aan je gevraagd wordt om terug te bellen in plaats van dat ze aanbieden om jou terug te bellen.
Als iemand jou belt en na 1 belsignaal de hoorn op de haak gooit, dit betekent dat hij wil dat jij hem/haar terugbelt (omdat hij/zij vindt dat jij de gesprekskosten moet betalen). Er is zelfs een woord voor dit korte signaalbellen: cynk (tsink).
Als je een willekeurige wandelaar groet die je op zondag tegenkomt, de enige reactie is een verwilderde blik.
maandag 24 januari 2011
Sta op en wandel
Hij werd vaak in de vakantie ziek. Een paar dagen vrij. Dan 1200 kilometer in de auto naar Zuid-Frankrijk en dan een hele week met helse hoofdpijnen op bed in een verduisterde kamer. Of de eerste dagen in de felle zon zijn voeten zo verbranden dat hij de rest van de vakantie onder een parasol zat met zijn voeten in een bad met karnemelk. Of skieen. De eerste dag zich zo forceren dat hij 3 dagen lang de blaren op zijn voeten moest verzorgen.
Een keer viel hij op wintersport. Hij wandelde op een bospad naar een cafe, kwam terecht op zijn achterhoofd en was zijn reukvermogen definitief kwijt. In Nederland liet hij zich voor alle zekerheid onderzoeken. Hij bleek een hersenschudding te hebben en werd opgenomen. Hij was een week totaal uitgeschakeld. Maar zo ziek en afwezig dat je dacht, die blijft nog een maand liggen. Staat hij ooit nog op? Maar toen gebeurde dit. Er was iets belangrijks op zijn werk waarbij de directeur niet gemist kon worden. Hoe hij het deed weet ik niet maar hij kwam op zondag strompelend uit het ziekenhuis en op maandag sprong hij als een kievit zijn bed uit en ging strak in het pak en patent geschoren naar zijn werk alsof hij nooit anders had gedaan. Die overgang werd nooit door hem uitgelegd. Je zou verwachten dat hij erop terug zou komen, maar blijkbaar zag hij het uitgeschakeld zijn en het zich hernemen als een uiterst particuliere aangelegenheid. Het werd gepresenteerd als een voldongen feit en dat was het dan. Het kan zelfs zijn dat ik er nog eens naar gevraagd heb. Dan werd hij niet boos, maar woof de vraag soeverein weg alsof ik naar iets op zoek was wat helemaal niet bestond. Ontkenning, dus. Maar het verschijnsel was absoluut mysterieus en behoefde uitleg, dat moet hij ook hebben geweten. Misschien was het voor hem te confronterend om gewezen te worden op de pijnlijke plicht van het kostwinnerschap en liet hij daarin niemand toe. Immers er was toch niemand die hem kon helpen, dat zag hij misschien wel juist.
Maar behalve mysterieus, was zijn vermogen tot wederopstanding ook komisch. Je glimlacht er radeloos om omdat de afloop goed was en je niet wilt blijven doorzeuren over ziektes.
Zijn schaduw vooruitwerpen is een gevleugelde uitdrukking. Zijn schaduw achteruitwerpen is niet courant. Toch is het zo dat toen hij een paar jaar later stierf, de schaduw van het aftakelen tot de dood achteruit geworpen werd naar wat ik heb beschreven over de val op de wintersport. Of anders, de val en de nasleep daarvan was in een flits wat ons later in het kwadraat zou overkomen maar met een andere afloop. Alsof de sluiter van de camera even opengaat en je de afschuwelijkheid van wat komen gaat ziet en voelt, maar bliksemsnel weer verdwijnt. Door de val op de wintersport waren we onbewust voorbereid op zijn dood. Het was de proloog van zijn sterven.
De hersenschudding was de sneak preview van de hersentumor. Nee, door de hersentumor kreeg de val op de wintersport met terugwerkende kracht betekenis.
Ook het sterven had een komisch aspect. Het ging snel. Een maand. Het was allemaal topzwaar en inktzwart. Dat je de neiging had te zeggen: dit is een grap, toch? Hij is niet ziek. Morgen is hij weer bij verstand, staat hij op en gaat naar zijn werk.
woensdag 19 januari 2011
Het vadercomplex van Polen
Op 10 april 2010 slaat de Toepolev van de Poolse president Kaczynski te pletter bij het Russische Smolensk. Vanaf het eerste moment na de ramp lijken de Russen alle medewerking te verlenen om de Polen te helpen met het verwerken van de ramp. Ook door de Polen in Moskou te laten meewerken aan het ophelderen van de oorzaken. De oppositieleider en tweelingbroer van de omgekomen president Jaroslaw laat geen kans onbenut om zijn complottheorieën te ventileren, zoals dat de Russen een aanslag gepleegd zouden hebben etcetera. Premier Tusk is veel evenwichtiger in zijn reactie en doet geen uitspraken over de oorzaken in afwachting van de uitkomsten van het Russische onderzoek. In het najaar van 2010 maakt de broer van de president zich opnieuw onsterfelijk belachelijk door openlijk uit te spreken dat hij geen vertrouwen heeft in de manier waarop de regering Tusk het onderzoek doet, en een afvaardiging te sturen naar Amerika om daar om steun te vragen voor een alternatief onderzoek. De Amerikanen trekken hun wenkbrauwen hoog op en ontvangen de Poolse afvaardiging ternauwernood. Blamage op blamage. De regering Tusk negeert deze actie van de oppositie.
Op 12 januari 2011 komen de Russen met het rapport MAK, waarin de oorzaken van de ramp toegeschreven worden aan Pools falen. Negeren van het waarschuwingssysteem van het toestel, het niet uitwijken naar een alternatief vliegveld en het geforceerd willen landen onder druk van de president bij monde van een luchtmachtgeneraal met een slok op. De Polen hebben moeite met het accepteren van deze lezing en stellen vragen bij de rol die de luchtverkeersleiding van de Russen heeft gespeeld bij de opeenstapeling van fouten. Ook de gematigde Tusk doet hieraan mee, wellicht onder druk van de publieke opinie. De publieke opinie vraagt zich af waarom de verkeersleiding het Poolse toestel niet verboden heeft te landen.
En de publieke opinie voelt zich in zijn eer gekrenkt dat er door de Poolse regering niet is gereageerd op het rapport van de Russen, waardoor de Polen nu in de ogen van de wereld als een stelletje klungelende dronken amateurs staan afgeschilderd.
Schaamte is het kernbegrip in de hele nasleep van de ramp, want de feiten zijn allang bekend. De Polen aan boord van het toestel hebben zich gedragen als een eigenwijze zoon die niet naar de vader (de Russen, de verkeersleiding) wilde luisteren. Koste wat het kost moest geland worden om niet te laat te komen voor de plechtige herdenking van de moord op Poolse officieren bij Katyn. Een open zenuw in de Poolse cultuur. De vader (de Russen) zegt in zijn rapport dat het aan de eigenwijsheid van de Polen te wijten is dat het toestel is gecrashed. En de zoon verwijt de vader dat hij niet strenger is geweest en hem verboden heeft te landen.
Polen vraagt hiermee het onmogelijke van de Russen. Aan de ene kant zeggen ze: geef me de ruimte, ik ben in staat mijn eigen beslissingen te nemen en aan de andere kant: sla geen acht op wat ik zeg, soms ben ik in de war en heb ik een stevige hand nodig.
Het zou Polen sieren als het de Russen nu met rust zou laten en het verlies zou nemen als een man. En de schaamte die daarbij hoort.
Op 12 januari 2011 komen de Russen met het rapport MAK, waarin de oorzaken van de ramp toegeschreven worden aan Pools falen. Negeren van het waarschuwingssysteem van het toestel, het niet uitwijken naar een alternatief vliegveld en het geforceerd willen landen onder druk van de president bij monde van een luchtmachtgeneraal met een slok op. De Polen hebben moeite met het accepteren van deze lezing en stellen vragen bij de rol die de luchtverkeersleiding van de Russen heeft gespeeld bij de opeenstapeling van fouten. Ook de gematigde Tusk doet hieraan mee, wellicht onder druk van de publieke opinie. De publieke opinie vraagt zich af waarom de verkeersleiding het Poolse toestel niet verboden heeft te landen.
En de publieke opinie voelt zich in zijn eer gekrenkt dat er door de Poolse regering niet is gereageerd op het rapport van de Russen, waardoor de Polen nu in de ogen van de wereld als een stelletje klungelende dronken amateurs staan afgeschilderd.
Schaamte is het kernbegrip in de hele nasleep van de ramp, want de feiten zijn allang bekend. De Polen aan boord van het toestel hebben zich gedragen als een eigenwijze zoon die niet naar de vader (de Russen, de verkeersleiding) wilde luisteren. Koste wat het kost moest geland worden om niet te laat te komen voor de plechtige herdenking van de moord op Poolse officieren bij Katyn. Een open zenuw in de Poolse cultuur. De vader (de Russen) zegt in zijn rapport dat het aan de eigenwijsheid van de Polen te wijten is dat het toestel is gecrashed. En de zoon verwijt de vader dat hij niet strenger is geweest en hem verboden heeft te landen.
Polen vraagt hiermee het onmogelijke van de Russen. Aan de ene kant zeggen ze: geef me de ruimte, ik ben in staat mijn eigen beslissingen te nemen en aan de andere kant: sla geen acht op wat ik zeg, soms ben ik in de war en heb ik een stevige hand nodig.
Het zou Polen sieren als het de Russen nu met rust zou laten en het verlies zou nemen als een man. En de schaamte die daarbij hoort.
dinsdag 11 januari 2011
Waarom Job Cohen schadelijk is voor de PvdA
Job Cohen heeft genoeg try-outs gehad. De voorstelling is niet gelukt. Ook met zijn in het begin geroemde authenticiteit (I am a lover, not a fighter) gaat hij geen kiezers trekken. Burgemeester is een ander vak dan fractieleider en vraagt andere competenties. Niemand weet nog wat de PvdA wil en Cohen heeft er niet voor gezorgd dat dit het laatste semester is bijgesteld. Integendeel. Onder Bos had de partij meer karakter dan na een half jaar Cohen. De partij is numb op dit moment en het lijkt alsof niks en niemand dit kan doorbreken. Voordat de partij met aansprekende standpunten komt is er zomaar een jaar voorbij. Een fractieleider kan je nu al verversen. Het is te hopen dat er in het geheim flink aan de stoelpoten van Cohen wordt gezaagd want de PvdA stevent af op een verkiezingsnederlaag waar je u tegen zegt. Ook een scenario waarbij Cohen in de komende dagen of weken zou terugtreden is beter dan dat hij de nederlaag in maart afwacht. Een andere leider kan het alleen maar beter doen. En de PvdA laat daarmee zien bezig te zijn om de impasse te doorbreken, al zal de nieuwe leider misschien een tussenpaus zijn.
Door te blijven zitten brengt Cohen zijn partij grote schade toe. Het zou wijs zijn als hij een revolte niet afwacht en nu zijn biezen pakt.
Door te blijven zitten brengt Cohen zijn partij grote schade toe. Het zou wijs zijn als hij een revolte niet afwacht en nu zijn biezen pakt.
maandag 3 januari 2011
TROS-Muziekfeest
De hel. Bejaarden met gepermanente koppen die hun mond afzichtelijk opensperren om er enorme happen vreten in te stoppen. Herkauwend vetrollen polonaise hossend kunstgebitten blootgrijnzend handen ten hemel in perverse extase om een jonge god. Moe van het werk een leven lang achter de productie-band met je kullega's. Uiteengereten door Baron van Tuyll tot Onderlaers die er in Saint-Paul de Vence nog een opsteekt. Hossen we in koor door op de schuit of het plein of de apreski met kapotte knieen, waterbenen, spataren en kontzweren. Jantje is leuk, en Nick is leuk en Simon is een lekker ding en Gekke Gerrit is Gek maar ook een lekker ding en we nemen der nog een, een pikketanisie een neut een afzakkert. Ome Jan hangt over de reling van de piste de schuit het gemeentehuis te kotsen uit diep respect voor zoveel megatalent in zo'n klein kikkerlandje. Hij heeft van iedereen een handtekening. Joke tongt met Sjaak omdat hij een lekker kontje heb. Verders nooit meer gezien. Als je maar lol heb. Smaakt naar meer. Was voor Sjaak op haar rug gaan liggen. Maar die had priejoriteiten. Lekkere kontjes genoeg. Joke dampt. Slingert zich om Jeroen. Vader Abraham haalt zijn smurf tevoorschijn en Mieke zet een zielig lied in over kinderkanker. Wat emotioneel was dat. Hoe ze het kan brengen, zeg ik. Ik zeg, ik hou het niet droog. Laat me even met rust ik heb het niet meer. Sorry, hoor. Ja, dit is het leven. En nu mag je me troosten, smeekt Joke.
zondag 26 december 2010
Een goed voornemen
Als u in het nieuwe jaar voornemens bent zuiniger te zijn met wc-papier, heb ik de volgende tip voor u.
[Het onderstaande is van toepassing op een 'grote boodschap'.]
- Men neme een velletje wc-papier, bij voorkeur grijs en ruw, voor een optimale opname.
- Men vouwe het velletje in 4-en, dwz eerst eenmaal door de helft (u heeft dan een rechthoek), en daarna (deze rechthoek) nog eenmaal door de helft. U heeft nu een gevouwen vierlagig vierkant.
- Van de 4 hoeken die dit nieuwe, kleinere vierkant heeft is er 1 dicht en zijn er drie open.
- Men scheure de dichte hoek 1cm van de hoek rond af.
- Men vouwe het kleine vierkant uit tot zijn oorspronkelijke ongevouwen vorm.
- Overblijft het velletje wc-papier met een rond gat in het midden, plus het kwartrondje dat u er zojuist uitgescheurd heeft. Dit kwartrondje legt u apart.
- Men steke de middelvinger door het gat, zodat het velletje 'aan de wortel' van de vinger blijft hangen.
- Met uw middelvinger maakt u nu uw derrière grondig schoon. Dit vereist enige handigheid, want het is de bedoeling dat het papier daarbij niet van uw vinger valt.
- Men pakke het papier aan het begin van de middelvinger aan de achterkant beet en strope het papier op in de richting van de middelvingertop. Dit doet u door duim en wijsvinger van de andere hand te klemmen om de te reinigen middelvinger en zo naar boven een trekkende beweging te maken. Zodoende dat de faeces aan de binnenkant van het velletje komen te zitten. Als u behendig bent dan is uw middelvinger schoon en het velletje heeft alle excrementen opgenomen. Het velletje mag u nu in de wc gooien.
- Men neme nu het uitgescheurde kwartrondje om de laatste ongerechtigheden van onder uw middelvingernagel mee te verwijderen.
- Ook dit gooit u nu in de wc.
- Men wasse de handen.
- Men trekke door.
- Men felicitere uzelf.
U heeft 1/8e (of minder) van de normale hoeveelheid papier gebruikt.
donderdag 16 december 2010
Bunkertocht
Op zondagochtend gingen we een keer samen wandelen bij Bloemendaal. In de richting van IJmuiden. We bekeken alle bunkers en voorzover mogelijk gingen wij er ook in, soms via een gaatje, door opgestoven zand zo versmald dat alleen ik erdoor kon. Hij bleef dan boven bezorgd staan kijken, maar hij maakte er een grapje van. Het idee dat niet zolang daarvoor de Duitsers hier nog patrouilleerden met de blik gericht op de Noordzee, was voor mij aanleiding om naar achtergelaten spullen uit te kijken. Er waren er die helmen hadden gevonden. Of een lijk. Een schedel op zijn minst. Waarom ik niet?
Het waaide en regende een beetje. Na een paar uur liepen we terug, stapten in de auto en reden naar de watertoren van Zandvoort. Daar gingen we met de lift naar boven naar het restaurant, waar niemand was en waar het rook naar oude soep. Naar bejaardentehuis. Toch bestelden we erwtensoep met roggebrood. De regen sloeg tegen de ramen. Soep. Ober. Leeg restaurant. De treurnis van een badplaats in de winter.
dinsdag 14 december 2010
Tai Hao
In Heemstede was een Chinees met de naam Chin. Ind. Restaurant Tai Hao. De baas had in de jaren '50 en '60 in Amsterdam zijn zaak gehad. Mijn vader kende hem nog uit die tijd. Hij heette meneer Tsjang. We (moeder, zus en ik) werden vaak op vrijdag of zaterdag door mijn vader meegenomen naar Tai Hao. Het was de place-to-be in die jaren ('70/'80) en de mensen braken de tent af. Als je binnenkwam tussen 6 en 7 's avonds was er nooit plek. Dan werd je via een ijzeren wenteltrap die midden in de zaak stond naar boven gedirigeerd. Daar was een bar waar je alvast een drankje kon drinken. Lang hoefde je nooit te wachten. Hij bestelde altijd Haaiepinnesoep. Het was een grap waarom niemand meer lachte, maar die 'voor de flauwte' toch altijd weer moest worden gemaakt. Ik nam als hoofdgerecht Cow Low Yuk (koeloejoek). Hij Nasi Rames. Een portie sateh voor ons allemaal. Ik mocht een biertje en soms wel twee. Toe kregen we een bolletje vanille-ijs in een metalen coupe met een koeken waaiertje erin en een papieren pauw op stokjes. Meneer Tsjang kwam altijd uit beleefdheid in de loop van de avond even vragen of alles goed was en gaf ons een hand. Elke keer maakte hij hetzelfde compliment aan mijn vader, namelijk hoe groot ik wel niet was geworden inmiddels. Terwijl er ergens verderop een bedrijf aan het eten was, met schreeuwende en keihard lachende kerels die dropen van het vet en het zweet, zaten wij tevreden te eten met de familie. Op de tafels lagen spierwitte papieren tafelkleden die van grote rollen werden gehaald. Ik tekende altijd op het tafelkleed tijdens het eten. Nee, ik tekende na, want ik kan niet tekenen, de patronen die op het papier waren gedrukt in reliëf. Op de tafel werden een aantal rechthoekige rechauds neergezet. Die kwamen uit indrukwekkende warme kasten, en waren van zichzelf warm, zonder vlammetje eronder. Altijd weer moest ik mijn vinger er tegenaan houden en altijd was ik weer verrast over de hitte. Af en toe kwam er een dampende dronken vent langs die via de wenteltrap op weg was naar de wc. Dit leidde vaak tot hilarische taferelen als zo'n zelfde man op weg naar beneden zijn evenwicht verloor en half van de trap af viel. Had het bedrijf weer wat te lachen. In de loop van de avond werden de obers steeds luider toegeschreeuwd door de deelnemers aan het bedrijfsuitje en uiteindelijk werden die er discreet op geattendeerd dat zij niet alleen waren. Oh ja, en de jassen werden altijd opgehangen in de garderobe bij de ingang.
Bij het binnenkomen en weggaan werd je uit en in je jas geholpen.
Op internet echoot de naam Tai Hao als Heemsteeds restaurant nog wel hier en daar na, maar het bestaat niet meer. Er is zelfs geen enkele foto van buiten- of binnenkant te vinden via Google. Zou het dan toch allemaal niet gebeurd zijn?
Abonneren op:
Posts (Atom)